Geen levenslang

Een tijdelijke straf van ten hoogste twintig jaar of levenslang. Dat is de wettelijke keuze voor de rechter als hij een veroordeling wegens moord uitspreekt. De Amsterdamse rechtbank werd in het proces tegen Volkert van der G. voor de moord op Pim Fortuyn indringend voor die keus gesteld. De uitzonderlijke schok die de moord teweegbracht, leidde tot een roep om levenslang. Deze werd door de officier van justitie overgenomen. De rechtbank heeft de eis echter niet gehonoreerd en heeft 18 jaar opgelegd. Het verschil is niet gering. Vervoegde invrijheidsstelling is wel mogelijk bij tijdelijke straf, maar niet bij levenslang. De straf voor Van der G. komt neer op twaalf jaar netto. De zwaarte van een dergelijke detentie moet overigens niet worden gebagatelliseerd. Maar de betekenis van het vonnis is vooral principieel. De rechter beroept zich met zoveel woorden op het beginsel van humaniteit dat ten grondslag ligt aan de Nederlandse strafrechtspleging. Dit noopt tot de grootst mogelijke terughoudendheid met het opleggen van levenslang. Dat is een belangrijk signaal, zeker nu het aantal opgelegde levenslange gevangenisstraffen de laatste jaren een stijgende tendens vertoont.

De uitspraak geeft wel voedsel aan de discussie over het zogeheten gat tussen de maxima van twintig jaar en levenslang, en met name het automatisme van vervroegde invrijheidsstelling. Er bestaan met rede plannen dit te beëindigen. Daarvan kon de rechter in Amsterdam natuurlijk niet uitgaan. Hij moest rekening houden met de gebruikelijke korting. Het overnemen van de eis van de officier van justitie zou op zijn beurt een fikse breuk met de gebruikelijke straftoemeting in moordzaken vormen. Dat vergt een extra zware motivering. De officier van justitie zocht die vooral in de ontwrichting van het democratisch proces en het gevaar voor herhaling. Op grond van het psychiatrisch rapport is de rechtbank van dat laatste niet overtuigd. Zij merkt verder op dat de rechtsorde weliswaar buitengewoon ernstig is geschokt, maar dat geen onherstelbare schade aan het democratisch bestel is aangericht.

Typerend voor het requisitoir van de officier van justitie was het beeld van de weegschaal met belangen die tegen elkaar moeten worden afgewogen. Aan de kant van de verdachte is die volgens de officier leeg. De boodschap van het vonnis is dat men dat van een medemens – hoe bruut zijn daad ook is – nooit zo absoluut kan zeggen. In het besef dat een mensenleven nooit door het recht valt te vergelden, is dat niet zo'n slechte gedachte.