Veel oudere broers vergroot kans homoseksualiteit

Jongens met veel oudere broers hebben een grotere kans dat ze homoseksueel zijn, las Ellen de Bruin.

Is uw vierde kind alwéér een jongetje? Dan is de kans relatief groot dat hij homoseksueel wordt. Uit onderzoek blijkt dat elke oudere broer de kans dat een jongen zich tot mannen aangetrokken voelt, met 38 procent vergroot. Anthony Bogaert van de Brock Universiteit in Ontario, Canada, schrijft dat deze maand in Journal of Personality and Social Psychology.

Ik ken minstens één persoon die nu denkt dat, als dat waar is, de vierde zoon in een gezin zéker homo moet zijn, omdat je met drie (het aantal oudere broers) keer 38 boven de honderd procent uitkomt. Maar zo zit het natuurlijk niet. Voor de ongecijferden onder ons nog even de juiste berekening: stel dat de kans dat een jongen zonder oudere broers zich aangetrokken voelt tot mannen 5 procent is, dan is de kans dat een jongen met één oudere broer zich tot mannen aangetrokken voelt 6,9 procent, met twee oudere broers 9,5 procent, met drie oudere broers 13,1 procent, enzovoort (voor elke oudere broer vermenigvuldig je met 1,38). Een stuk minder spectaculair dus, maar nog steeds een flink effect. Overigens is die schatting van vijf procent aan de hoge kant – van alle mannen die Bogaert beschrijft, voelde gemiddeld nog geen drie procent zich vaker tot mannen dan vrouwen aangetrokken.

Maar wat een raar verhaal, dat je homo zou worden van oudere broers. Wat heeft Bogaert precies gedaan? Hij heeft in twee representatieve steekproeven, een van de Britse (1.973 mannen en 2.575 vrouwen) en een van de Amerikaanse bevolking (1.511 mannen en 1.921 vrouwen), gekeken of er een verband was tussen seksuele oriëntatie en het hebben van oudere broers en zussen. Het bleek dat, in beide steekproeven, mannen zich statistisch significant vaker tot andere mannen aangetrokken voelden naarmate ze meer oudere broers hadden. Er was geen verband tussen oudere broers en daadwerkelijk homoseksueel gedrag; het ging echt om psychologische aantrekking. En bij vrouwen was er geen vergelijkbaar effect van oudere zussen.

De verklaring kan niet zijn, schrijft Bogaert, dat jongens met oudere broers meer met elkaar gaan experimenteren – dan had er juist een verband moeten zijn tussen oudere broers en seks met mannen, maar het ging hier om aantrekking. Blijven twee verklaringen over, die nog onderzocht moeten worden. Ten eerste kan het zijn dat Benjaminnetjes die zich ook maar een beetje vrouwelijk (jong, onschuldig) voelen, een enorm contrast ervaren met hun mannelijke oudere broers en zich daardoor op mannen als partners gaan richten, analoog aan het Freudiaanse idee dat je een sekspartner zoekt die anders is dan jezelf.

En een andere mogelijkheid is, aldus Bogaert, dat sommige vrouwen antistoffen produceren tegen jongetjesbaby's in hun buik en dat die zich bij elke zwangerschap van een jongen ophopen en zijn ontwikkeling beïnvloeden. Klinkt misschien ook gek, maar het kán zijn: mannetjesmuizen die ooit geïnjecteerd werden met de kandidaat-antistof, werden daardoor ook minder gretig om het met vruchtbare vrouwtjesmuizen te doen.