Irak is onthoofd, maar het regime is zoek

In de derde week van de oorlog viel de hoofdstad Bagdad. De laatste haarden van verzet worden aangepakt. De afloop van de strijd staat hoe dan ook vast. Een poging het strijdverloop te verklaren in vijf vragen.

Bagdad werd wél een Stalingrad, in de zin dat de gevechten om de Iraakse hoofstad een keerpunt in de oorlog betekenden. Alleen betekende de Slag om Bagdad geen gelukkige wending voor de verdedigers, maar werd hun militair verzet juist geknakt. Hoe verloopt de oorlog nu verder?

De Iraakse strijdkrachten verdedigden Nassiriya in het zuiden tien dagen lang tegen tienduizenden optrekkende Amerikanen. Waarom zeeg het noordelijke front, waar maar een paar duizend licht bewapende Amerikaanse militairen zijn gelegerd, dan gisteren als een plumpudding ineen?

Het noordelijke front ontwikkelde zich volgens het `Afghanistan'-model: kleine eenheden commando's wezen talloze gevechtsvliegtuigen de doelen aan waarop ze ongehinderd hun precisiegeleide projectielen konden laten vallen. Zelfs het kale landschap zag er ongeveer hetzelfde uit als Afghanistan.

Maar dat is niet de enige overeenkomst. De Amerikaanse special forces worden gesteund door tienduizenden Koerden, die de Noordelijke Alliantie van Irak kan worden genoemd. Ook het verzet van de Talibaan zakte door het absolute luchtoverwicht en de licht bewapende strijders van de Noordelijke Alliantie ineens in elkaar.

Dat dit nu nog sneller gebeurde, heeft nóg twee belangrijke oorzaken. Eén: Bagdad was al gevallen en het regime was zoek. Daarmee was Irak feitelijk onthoofd: de Iraakse strijdkrachten in het noorden hadden weinig meer om voor te vechten, al was het alleen maar doordat ze waarschijnlijk geen orders meer kregen. En de Iraakse strijdkrachten die in het noorden waren gelegerd behoorden voor het overgrote merendeel tot het reguliere leger, dat minder goed is uitgerust en getraind dan de loyale Republikeinse Garde.

Het was dit reguliere leger dat de Amerikaanse minister van Defensie vlak voor het begin van de vijandelijkheden opriep gewoon in de kazerne te blijven, zodat ze wellicht nog een rol konden spelen bij de wederopbouw van Irak. Aan dat advies hebben veel Iraakse soldaten zich blijkbaar gehouden.

Waar zijn Saddam Hussein, zijn zoons en zijn naaste medewerkers toch gebleven?

Meest gehoorde antwoord op die vraag luidt: in hun bunker – als ze nog leven. Maar dat is tegelijkertijd niet zo geloofwaardig. Saddam Hussein heeft zijn veiligheid nooit gezocht in de dikte van betonnen muren, maar juist in de onvoorspelbaarheid van zijn locatie. Wanneer een tegenstander eenmaal weet waar de Iraakse leider zich verbergt, dan is zijn einde ook nabij.

Dat beton biedt namelijk niet bijster veel bescherming. De luchtinlaten zijn bijvoorbeeld van buiten af af te sluiten. Tegen een goed gecoördineerde aanval van grondtroepen biedt zo'n bunker dus geen verweer.

En naar onlangs bekend is geworden, is het penetrerende vermogen van de fameuze `bunker-busters' veel groter dan voorheen werd aangenomen. Daar is een simpele verklaring voor: een enkel exemplaar van zo'n bom kan door meters dik beton heen dringen. Het geleidingsmechanisme van die bommen is zo nauwkeurig dat een tweede bom exact dezelfde plek kan treffen. Wanneer dit herhaaldelijk wordt gedaan, doet de dikte van het beton dus nauwelijks meer ter zake.

Saddam Hussein zelf verbleef al tijdens de Eerste Golfoorlog liever niet in een bunker, maar toerde met een klein gevolg in een paar taxi's of andere non-descripte voertuigen door Bagdad. Wanneer hij wilde slapen of eten, liet hij in al zijn paleizen de maaltijd klaar maken en eten opdienen.

De kans dat eventuele complotteurs of buitenlandse luchtaanvallen erin zouden slagen om de Iraakse leider te treffen, was daarmee gering. Een half dozijn dubbelgangers hield er dezelfde gewoonten op na.

Nu chaos in Bagdad heerst, biedt ook het rondrijden in zo'n onverdachte kolonne weinig veiligheid meer: de kans dat iemand Saddam Hussein of andere kopstukken van het regime herkent is te groot. Tegelijkertijd is het lastig geweest voor het regime om uit de hoofdstad te ontsnappen aangezien de uitvalswegen werden geblokkeerd door Amerikaanse mariniers in het oosten, de 3de Infanteriedivisie in het zuiden en de 101ste Luchtlandingsdivisie in het westen en special forces in het noorden.

De kans dat het regime naar het buitenland is gevlucht mag, alleen al doordat de vluchtroutes door de Amerikanen waren geblokkeerd, niet te groot worden ingeschat. Het ballingschap dat onder andere de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en het Zwitserse kanton Valais voor het uitbreken van de oorlog hadden aanboden, geldt sowieso niet meer. De Iraakse kopstukken hebben hun onderhandelingswaarde grotendeels verloren.

Ook een vlucht van Saddam Hussein naar Syrië lijkt weinig reëel: het Syrische Ba'ath-regime, dat ideologisch niet veel verschilt van het afgezette Iraakse bewind, vreest dat de Verenigde Staten dan een uitstekende aanleiding hebben om ook dit land binnen te vallen. Datzelfde geldt voor Iran. Dat land bekijkt de Amerikaanse opmars met gemengde gevoelens, maar het is niet vergeten dat het Iraakse regime in 1980 een miljoen slachtoffers eisende oorlog tegen het buurland begon.

Om een samenvattend antwoord te geven: het is mogelijk dat Saddam Houssein en andere Ba'ath-kopstukken ergens in Bagdad zijn komen vast te zitten, in een bunker, een moskee of een andere schuilplaats. Maar de kans lijkt het grootst dat het regime de wijk heeft genomen naar de stad waar Saddam Hussein vandaan komt en dientengevolge de meeste loyale aanhangers heeft: Tikrit, zo'n 150 kilometer ten noorden van Bagdad.

En mocht Saddam Hussein en zijn regime in zijn geboorteplaats Tikrit zitten, kunnen ze daar dan nog een `famous last stand' maken?

Dat zouden ze wellicht willen, maar de afloop van de strijd staat hoe dan ook vast. De strategische situatie van het Iraakse Ba'ath-bewind vertoont overeenkomsten met het nazi-regime in de nadagen van het Derde Rijk in 1945 waarbij Berlijn reeds is gevallen. De strijd om Tikrit is in dat geval vergelijkbaar met de strijd om bijvoorbeeld Neurenberg, een stad die eveneens een grote symbolische functie had voor het bewind. Net zomin als de verdediging van Neurenberg het einde van het nazi-regime kon tegenhouden, zo staat ook een hardnekkige verdediging van Tikrit de ineenstorting van het regime van Saddam Hussein niet in de weg.

De coalitie-luchtmachten zijn intussen al begonnen met het bombarderen van de eenheden van de Republikeinse Garde die zich hebben ingegraven in de stad.

Wanneer kunnen de Amerikanen en Britten eigenlijk de overwinning uitroepen?

De administratieve handeling van de ondertekening van de overgave lijkt op dit moment bijna onmogelijk, aangezien de Iraakse kopstukken dood of vermist zijn, of op zijn minst kwijt. De militaire overwinning lijkt intussen een feit: de Republikeinse Garde en andere loyale eenheden zijn gebroken.

De politieke victorie kan nog niet worden gekraaid, aangezien de doelstellingen van de coalitie nog niet zijn gehaald: ontwapening en de installering van een nieuwe regering. De gezochte voorraden chemische en biologische wapens moeten nog worden gevonden en de wisseling van het regime is nog geen feit zolang alleen maar het Ba'ath-bewind verdwenen is, maar er nog geen democratisch functionerende regering voor in de plaats is gekomen. Zoals een Amerikaanse commentator wrang opmerkte, heeft Israël in militair opzicht altijd gezegevierd, maar hebben die overwinningen nog steeds niet geresulteerd in vrede.

Waarom hebben Amerikaanse en Britse troepen er toch zo'n hekel aan om op te treden als politieagent?

Militairen hebben graag een duidelijke opdracht, waarbij ze zich niet hoeven inhouden: verwoest Iraakse tankdivisies bijvoorbeeld, of: bombardeer de Iraakse luchtmacht. Vredesmissies zijn wat dat betreft veel complexer, wat duidelijk is te merken aan de onwennigheid, om niet te zeggen zenuwachtigheid waarmee Amerikaanse troepen wegblokkades bemannen.

In geval van twijfel over de intenties van naderende burgers of auto's schieten ze, uit vrees dat ze van doen hebben met plegers van zelfmoordaanslagen.

De troepen die nu de checkpoints bemannen zijn extra ongeschikt voor deze taak, aangezien ze wekenlang in harde oorlogsomstandigheden hebben verkeerd.

Versterkingen die hun vuurdoop nog niet hebben gehad zouden hier in theorie beter geschikt voor zijn.

Voor overzicht zie www.nrc.nl/irak