Geef oorlog een kans

De Franse filosoof Alain Finkielkraut heeft over alles een mening, maar over de oorlog in Irak zweeg hij aanvankelijk. `Ik was sprakeloos', zegt hij. Maar nu ligt dat anders. `Wat zou er gebeurd zijn met de joden in dit land, als de president niet een anti-Atlantisch standpunt had ingenomen?'

In L'Imparfait du Présent (2002) begint Alain Finkielkraut het nieuwe millennium met een snijdend pleidooi voor de staat Israël. In deze bundel opstellen, waarin hij zijn licht laat schijnen over alle wanen van de dag van het jaar 2001, schrijft hij in een opmerkelijk kort en op 4 januari gedateerd stukje: ,,Niemand (zelfs de betrokkenen niet) herinnert er ooit aan dat Jordanië een integrerend deel van Palestina was voordat het aan de Hasjemitische dynastie werd toevertrouwd en ook niet dat dat koninkrijk zich tot de Zesdaagse Oorlog zonder enige vorm van proces het grondgebied heeft toegeëigend dat bij de verdeling van 1947 aan de Palestijnen was toegekend (...) Gezien dat algehele geheugenverlies kun je met recht stellen dat hun identiteit en hun wereldwijde populariteit uitsluitend en alleen zijn gebaseerd op de confrontatie met de joodse Staat.''

De redenering is typerend voor Finkielkraut (1949), een van de vooraanstaande hedendaagse filosofen van Frankrijk. Niet omdat hij, zoals hijzelf vaak schrijft om verwijten van vooringenomenheid voor te zijn, zelf jood is, maar wegens de retorische stijl, gecombineerd met een snelle, provocerende conclusie. Ook het grote aantal onderwerpen dat hij aansnijdt – van gekkekoeienziekte via het lot van oorlogsmisdadiger Maurice Papon tot de Franse variant van Big Brother – typeert deze professor in de filosofie aan de École Polytechnique. Finkielkraut heeft veel meningen, en omstreden meningen. Zijn solidariteit met de Kroatische nationalisten bij het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië aan het begin van de jaren negentig veroorzaakte groot tumult. Tot schrik van de spraakmakende gemeente was hij toen al in een vroeg stadium voorstander van ingrijpen in het conflict op de Balkan.

Des te opmerkelijker was Finkielkrauts zwijgen in de aanloop naar de oorlog in Irak. Hij was niet het enige lid van Frankrijks roemruchte intellectuele elite, dat, zoals hij het nu uitdrukt, `sprakeloos' was. In een grote, lege salon in het Parijse pand van zijn uitgeverij Gallimard zegt Finkielkraut: ,,Of ze meedoen aan het openbare debat hangt niet alleen van de intellectuelen zelf af. Ze hebben het niet voor het zeggen, en al helemaal niet in het Frankrijk van vandaag. Er heerst een klimaat van innige eensgezindheid, dat geen enkele ruimte voor discussie laat. De peilingen sterken de journalisten in het idee dat een debat overbodig is. Hetzelfde geloof – met de President van de Republiek als hogepriester – is over eenieder vaardig geworden: deze oorlog is slecht, het is een soort delirium van fanatici met waanvoorstellingen. In zo'n klimaat worden intellectuelen als vanzelf gemarginaliseerd.''

Van `de' intellectuelen kan men trouwens niet spreken, zegt Finkielkraut. ,,Onenigheid tussen hen is de regel. Degenen die destijds pleitten voor ingrijpen in voormalig Joegoslavië zijn door hun vakbroeders gepersifleerd en bespot als salongeneraals en krijgsheren van Saint-Germain des Prés. Vervolgens is, te laat, gebeurd waar deze idioten, onder wie ikzelf, om vroegen. De schande van Srebrenica staat mij, en u als Nederlander waarschijnlijk nog meer, in het geheugen gegrift. Door te laat in te grijpen overhandigde de internationale gemeenschap de sleutel van de stad aan Miloševic om zich vervolgens te verbazen over het bloedbad dat hij aanrichtte.''

Pacifisme

Een andere oorzaak schuilt in de Irak-kwestie zelf, die `veel minder helder' is. ,,Je mond opendoen betekent altijd: kiezen. Woorden die geen keuze maken maar vragen stellen en blijk geven van aarzeling, worden in tijden van verwarring niet gehoord. Ten onrechte eist men van de intellectueel dat hij knopen doorhakt en dat hij er ferme en spectaculaire opinies op nahoudt. Kan hij dat niet, dan wordt hij van slapheid en verraad beschuldigd en, ondanks hemzelf, toch in het ene of het andere kamp ingedeeld. Ten tijde van de Frans-Algerijnse oorlog had Albert Camus oog voor de onderdrukking van het volk, maar hij was ook allergisch voor het terrorisme dat uit datzelfde volk voortkwam. De `kracht der dingen' legde hem uiteindelijk het zwijgen op.''

De kwestie-Irak is volgens Finkielkraut in bepaalde opzichten vergelijkbaar met die in Algerije. ,,Voordat de oorlog in Irak uitbrak, heb ik gezegd ingrijpen moreel goed, maar politiek slecht te vinden. Een niet erg praktisch standpunt, maar op dat moment kon ik hooguit `hardop' denken; we stonden niet, zoals velen ons van meet af aan wilden doen geloven, oog in oog met een schandaal, maar met een dilemma. Een keuze tussen twee kwaden. Ook de vrede was een kwaad, omdat die een status-quo betekende. Behalve het gruwelijke regime van Saddam Hussein hield vrede ook het embargo in stand dat alleen de Iraakse bevolking trof en de dictator in de gelegenheid stelde door te gaan zijn zakken te vullen en alsnog de wapens te verwerven die de inspecteurs niet aantroffen. Zelfs een volledige ontwapening door militaire pressie – het Franse streven, op kosten van de Amerikanen – was geen alternatief. De internationale gemeenschap had zich het niet kunnen permitteren om vervolgens het embargo op te heffen en daarmee Saddam weer in hun midden toe te laten.''

Volgens peilingen, vorige week, vóór de Amerikaanse overwinning, hoopte één op de vier Fransen op een overwinning van Saddam. Die uitslag is volgens Finkielkraut behalve aan de ongeveer vijf miljoen islamitische Fransen toe te schrijven aan het Franse anti-Amerikanisme. Dat bestaat `bij traditie', maar is in de loop der geschiedenis wel van toon veranderd. ,,Het huidige anti-Amerikanisme heeft niets van doen met de romantische vijandigheid – van de beschaafde, oude wereld tegenover de rauwe, nieuwe wereld – die Baudelaire in de 19de eeuw verwoordde. Het nieuwe anti-Amerikanisme is een erfenis van Rousseau en Marx, die de realiteit reduceerden tot de botsing tussen twee kampen. Daarbij past een rol van de politieke klasse als bestrijder van het kwaad. In de Koude Oorlog is Amerika dat kwaad gaan belichamen. Het Amerika dat de Rosenbergs ter dood veroordeelde, dat de wereld zijn wil probeert op te leggen, het Amerika van communistenjager McCarthy. Het oude, Baudelairiaanse anti-Amerikanisme heeft plaatsgemaakt voor een grimmiger Sartriaanse variant.''

Vanaf het moment dat de Amerikanen en Britten de oorlog tegen Irak begonnen, verdwenen Finkielkrauts aarzelingen. ,,Toen het dilemma voor ons werd versimpeld tot de strijd tussen twee partijen, heb ik uiteraard voor de Britten en Amerikanen gekozen. Ik heb hoe dan ook nooit ook maar een seconde overwogen me bij de pacifisten te voegen, en nu minder dan ooit. Give war a chance – misschien loopt het goed af. Saddams verdwijning is al een succes en wie weet heeft de terugkeer van Amerika in het Midden-Oosten ook gunstige gevolgen voor het Palestijns-Israëlische conflict.''

Frankrijk stelde zich in de Irak-crisis op het standpunt dat alleen de Verenigde Naties konden besluiten tot militair ingrijpen. President Chirac heeft oorlog nooit uitgesloten, maar zag die slechts als `uiterste van de uiterste middelen'. Het heeft Finkielkraut `slechts in het begin' overtuigd. Keerpunt was de herdenking, eind januari, van het officiële begin van de Frans-Duitse vriendschap, veertig jaar geleden. Het was het moment waarop Chirac zich schaarde aan de kant van Duitsland, dat oorlog in alle gevallen afwees.

,,Europa, het Frans-Duitse Europa, zou er goed aan doen de minachtend-afstandelijke houding tegenover de brute Amerikanen te laten varen. Zo goed als ik de geopolitieke vermoeidheid van Duitsland begrijp, verwacht ik van Frankrijk iets anders dan sussende woorden. Ten onrechte worden de `haviken' in de Amerikaanse regering conservatief genoemd. Het zijn revolutionairen – van rechts – maar niettemin revolutionairen, die het Midden-Oosten willen herscheppen en de werkelijkheid willen onderwerpen aan hun droom.

,,Die ambitie boezemt begrijpelijkerwijs vrees in, want de werkelijkheid neemt altijd wraak en verzet zich tegen concepten. Maar daartegenover staat het in een leugen levende Frans-Duitse Europa, dat de werkelijkheid ontkent en toedekt. Chirac verzorgde onlangs een rondleiding in het Louvre, in de op zijn initiatief ingerichte vleugel voor `primitieve kunst'. In zijn toespraak, of liever preek, gaf hij zijn mening over het conflict. Hij zei: `Tegenover het machtige verschijnsel van de mondialisering, die ons ernstig bedreigt met eenvormigheid, zijn het respect voor culturele diversiteit en de dialoog tussen culturen meer dan ooit waarborgen voor vrede'.

,,De bedreigende eenvormigheid waarover hij het heeft – dat is uiteraard de universele monarchie van Amerika. Zelfs als deze hypermacht de democratie wil bevorderen, blijft zij een ernstige dreiging. Daartegenover verdedigt onze president het `multiversum', dat wil zeggen de culturele meervormigheid, inclusief de dictaturen. De onderliggende gedachte is dat unificatie per definitie gevaarlijk is en veelvormigheid, uit zichzelf, vreedzaam. Dat is niet waar. Dat geldt alleen in democratieën en in de relaties die Europeanen onderling onderhouden. De rest van de meervormige wereld leent zich juist uitstekend voor oorlog en brengt die ook vaak op gang. Chiracs redenering is op zijn zachtst gezegd naïef.''

Tot misnoegen van Finkielkraut hult Chirac zich nu `in de kleren van oud-president generaal Charles de Gaulle'. Die verzette zich in de jaren zestig tegen de alleenheerschappij van Amerika en stapte uit de NAVO. ,,De Gaulles politiek was gebaseerd op nationale onafhankelijkheid. Chirac belichaamt wat De Gaulle juist wantrouwde: de Europese geest, met alles wat die aan illusies, onnozelheid en waandenkbeelden met zich meebrengt. Natuurlijk, Chirac vindt het ook opwindend om een rol van belang te spelen, in plaats van alleen maar af en toe onderdak te bieden aan vredesoverleg tussen vechtende partijen. De buitenlandse politiek is de krent in de pap, begrijpelijk.

,,Maar de werkelijke berekening, het cynisme zo men wil, is van binnenlandse aard. Ik durf niet te denken aan wat er gebeurd zou zijn in dit Frankrijk, dat nu als een blok achter Chirac staat, als de president een `Atlantisch' standpunt had ingenomen. Zelfs nu hij de mening van de meerderheid uitdroeg, heeft men het bestaan om in Étaples de graven te schenden van tienduizend, in de Eerste Wereldoorlog ten behoeve van onze vrijheid omgekomen Britse soldaten. Wat zou er gebeurd zijn met de joden in dit land, als de president niet een anti-Atlantisch standpunt had ingenomen?''

Veel Fransen van Noord-Afrikaanse afkomst en moslims zeggen dat het standpunt van Chirac hen voor het eerst verzoent met Frankrijk. Dit soort verklaringen doet Finkielkraut `in tegenstelling tot veel anderen' geen plezier. ,,Het maakt me alleen maar bang. De moslimgemeenschap zegt: we zijn Frans zodra en zolang Frankrijk de politiek voert die ons welgevallig is. Het is voorwaardelijke liefde, chantage, gijzeling. Er is moed voor nodig om de vraag te stellen of Frankrijk een politiek kan voeren die geen rekening houdt met de Arabische en islamitische minderheid. Die vraag is verboden en taboe. Ik stel die vraag. Het antwoord is negatief. Dat kan Frankrijk niet.''

Is het niet een prijs die men één keer moet willen betalen voor de aansluiting van een groep die zich niet thuis voelt in de samenleving?

,,Nee, want het schept een precedent en het is principieel onjuist. Als de bewoners van dit land van Frankrijk houden om niet-politieke redenen, dan is die liefde niet vatbaar voor politieke schommelingen. Als men besluit zich alleen aan te sluiten als gevolg van welgevallig politiek beleid, dan kan het tegendeel de situatie weer volkomen wijzigen. De moslims zeggen in feite dat Frankrijk geen andere houding kan innemen dan het nu doet zonder in ernstige problemen te komen.''

We zitten dus volop in de beruchte `clash of civilisations'.

,,Voorkoming daarvan is een geliefd argument van de pacifisten. De dialoog zou bijdragen aan voorkoming van die `clash'. Maar wat houdt die dialoog in? De Arabische en islamitische minderheid heeft zij aan zij met de pacifisten gedemonstreerd tegen de oorlog. Het is dezelfde minderheid die zegt zich Frans te voelen zolang Chirac een anti-Amerikaans beleid voert en met dat impliciete dreigement direct al een botsing tussen beschavingen veroorzaakt. Dreigen hoort niet thuis in een democratie. Paradoxaal genoeg dragen de pacifisten dus bij aan wat ze zeggen te willen voorkomen.

,,Niet alleen in dat opzicht komen in het vredeskamp twee soorten `pacifisten' samen. De ene is blind en ziet niet – of sluit er bewust de ogen voor – dat de andere oorlogszuchtig is. Veel van degenen die tegen deze oorlog zijn leven zelf in een permanente internationale burgeroorlog tusen het `keizerrijk' Amerika of het Westen in het algemeen en hun vermeende slachtoffers, de onderdrukten, de armen enzovoort. Demonstrerend tegen oorlog, zijn ze op niets anders dan oorlog uit. Niet tegen Saddam, maar tegen Bush en Sharon. Hun `pacifisme' is geïnspireerd door een strijd op leven en dood tegen deze twee figuren, wier namen zich in het Frans dankbaar lenen voor woordspelingen als `Boucher' (slager) en `Charogne' (kadaver). Dit soort pacifisme leidt tot uitingen van geweld en, op termijn, tot rechtvaardiging van het terrorisme. De terrorist is immers een martelaar in de strijd tegen het Keizerrijk.''

De vakbonden en de linkse politieke partijen, die de vredesdemonstraties organiseerden in Frankrijk, verheugden zich aanvankelijk over de deelname van gezinnen en jongeren uit de beruchte voorsteden, als een ongekend teken van politieke betrokkenheid. Maar al snel werd ordebewaking een probleem. Jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst molesteerden meelopende leden van een joodse jongerenorganisatie die voorstander is van een Palestijnse staat. Alle kranten citeerden de volgende dag hun uitroep: ,,Er zijn hier joden! Er zijn hier joden!''

Finkielkraut zou `overgegeven hebben van angst'. ,,Er werden talloze Palestijnse vlaggen meegevoerd. Het waren evenzoveel blijken van de obsessie van de `pacifisten' om via de Irakezen de Palestijnen te verdedigen en de joden aan te vallen. De bedoeling was de figuur van Saddam als het absolute kwaad te vervangen door Sharon en met Sharon alle Israëliërs en met de Israëliërs alle joden die solidair zijn met Israël. Het probleem is niet dat joden solidair zijn met Israël en Arabieren en moslims met de Arabische en islamitische wereld. Dat is normaal en niet problematisch in een democratie. Het probleem is dat onder de Noord-Afrikanen in Frankrijk het antisemitisme wijd en zijd verbreid is en dat ze daar op gewelddadige wijze uiting aan geven.''

Statistieken tonen aan dat er een direct verband is tussen het oplaaien van de strijd tussen Israël en de Palestijnen en het stijgende aantal gevallen van geweld tegen joden in Frankrijk waar, na Israël en Amerika, met achthonderdduizend zielen de grootste joodse gemeenschap ter wereld woont. Ook sinds het uitbreken van de oorlog in Irak nam het aantal antisemitische geweldsincindenten toe.

,,Honderdvijftig jaar lang zijn nieuwkomers in dit land, onder wie mijn eigen ouders, volgens het oude assimilatiemodel Fransen geworden. Maar ten aanzien van de islamitische minderheid heeft het model niet gewerkt, net zo min als multiculturalisme elders in Europa succes heeft gehad. In Nederland dankte Pim Fortuyn zijn succes aan het te ver doorgeschoten multiculturalisme. Hoewel het in Frankrijk nooit officieel beleid is geweest, bestaat het wel. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Het is onverdraaglijk dat antisemitische incidenten in Frankrijk nog al te vaak worden verklaard, afgedekt en ontkend met een verwijzing naar het multiculturalisme.

,,Maar dit is geen probleem van verschillende `identiteiten' en zelfs niet van botsende identiteiten. Het is de onvergeeflijke houding van één bepaalde groep die heel veel ernstiger is dan de antisemitische praatjes van de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen, jaren geleden, die nationaal afgrijzen opwekten. Dat is het soort jodenhaat, waartegen men op veilige, gemakzuchtige wijze te hoop kan lopen en waartegen een krant als Le Monde ferm protesteert, maar het door de moslim-minderheid gepleegde geweld wordt doodgezwegen uit eerbied voor de culturele diversiteit.''

Uitje voor de jeugd

In L'Imparfait du Présent wijdt Finkielkraut menig kritisch hoofdstuk aan de jeugd, die in zijn ogen `alleen nog aan feestvieren' denkt. Pratend over het radiostation France-Inter waarvan de berichtgeving volgens hem `nooit vrij is van impliciete afkeuring van het godsdienstwaanzinnige, fanatieke, imbeciele Amerika', stelt hij dat zulke propaganda bijdraagt aan de `verjonging' van de Franse samenleving. ,,Tijdens de vredesdemonstraties schreeuwden tieners maar ook acht-, tien-, twaalfjarigen om het hardst hun leuzen. Hetzelfde gebeurde bij de massademonstraties tegen Le Pen vorig jaar. Het is een uitje. Scholen sturen hun leerlingen de straat op, in het kader van de maatschappelijke bewustwording. In plaats van zich er zorgen over te maken verheugen de media zich over dit fenomeen. Wat men niet ziet is de oorzaak van de mobilisatie: volwassenen die de complexiteit van de wereld niet meer aankunnen en dilemma's systematisch tot schandalen reduceren.

,,Het verschil met de generatie van '68 is groot, zoals de schrijver Olivier Rolin goed laat zien in zijn Tigre en papier. Jongeren hielden er toen net zo goed simplistische, gevaarlijke en voor mijn part misdadige denkbeelden op na, maar ze stonden wel in contact met de geschiedenis van de mensheid. De jeugd van vandaag is losgesneden van die geschiedenis, ze hebben geen enkel idee meer van het verleden, laat staan van het heden. Hun rest niets anders dan hun sentimentaliteit. Ze `denken' in schandalen. Ik voel geen speciale verwantschap met de '68-generatie, maar constateer dat die oneindig beter was toegerust om deel te nemen aan de samenleving en zich daar een mening over te vormen. En ze hadden meer geluk.

Meer geluk?

,,Ja, want behalve dat het antitotalitarisme hen een leidraad bood, speelden de volwassenen hun rol nog. Er bestaat geen ergere wereld voor een kind dan één zonder volwassenen en in zo'n wereld leven onze jongeren. Er is op grote schaal sprake van een strafbaar niet-verlenen van hulp aan jeugd in nood. Jeugd is het ideaal van de volwassene geworden in plaats van omgekeerd. Ik voel me geen ouwe man als ik dit zeg. Zelfs de Ligue Communiste Révolutionnaire speelt met haar lijsttrekker Olivier Besancenot in op het wonder van de jeugd. Hij is en oogt inderdaad piepjong, het babyvet is nog niet helemaal weg. Maar als hij zijn mond opendoet, komt er een stokoud verhaal uit, de krakende antikapitalistische klanken van een grijsgedraaide plaat.

De in schandalen denkende jeugd wordt volgens Finkielkraut aangemoedigd door een krant als Le Monde, die ten tijde van de demonstraties tegen Le Pen opende met koppen als `Frankrijks jongeren tegen het fascisme'. ,,Het is de enige kwaliteitskrant in dit land. Maar Le Monde is de promotor bij uitstek van de losgeslagen, sentimentele, in simplistisch dualisme geschoolde jeugd. Zo moet de hele samenleving worden, dat is waarvoor de krant strijdt. Het is zeer, zeer verontrustend.''

De krant ligt onder vuur wegens het onlangs verschenen boek La Face Cachée du Monde, `Het verborgen gezicht van Le Monde', van onderzoeksjournalisten Philippe Cohen en Pierre Péan. Er werden in korte tijd tegen de 300.000 exemplaren van verkocht. Finkielkraut vreest dat het verkoopsucces `paradoxaal genoeg' het zicht ontneemt op het werkelijke probleem. ,,Het is een zoete wraak dat de Robespierres van de redactie, die hun tijd doorbrengen met het ontmaskeren van anderen, nu zelf ontmaskerd worden. Maar dat ze her en der oneigenlijk financieel gewin hebben behaald zal me een zorg zijn. Mij gaat het niet zozeer om het `verborgen gezicht' als wel om `het zichtbare gezicht'. De agressieve, ideologisch geïnspireerde campagnes. De dwingende pretentie de democratie te belichamen, waardoor hun tegenstanders afgeschilderd kunnen worden als antidemocraten. De lynchpartijen die zogenaamd geoorloofd zijn, want voor de `goede zaak'. Ze hebben het gelijk in pacht, ook als ze ongelijk hebben. Ik herinner me een buitengewoon gewelddadig hoofdartikel over de fotografen die het zieltogen van de verongelukte Lady Diana hadden vastgelegd. Die moesten gepubliceerd kunnen worden, want dat was vrijheid van meningsuiting, van journalistiek. Het verhindert ze nu niet om een miljoen euro schadevergoeding te eisen voor een boek, waarvan ze de inhoud met nog geen woord hebben weten te weerleggen.''

In juni verschijnt bij uitgeverij een Nederlandse vertaling van Finkielkrauts `L'Imparfait du Présent'