Moslimcommandant Srebrenica gepakt

De vroegere commandant van de Bosnische moslims in de toenmalige enclave Srebrenica, Naser Oric, is gisteravond in Tuzla door de internationale vredesmacht SFOR gearresteerd. Oric wordt door het Joegoslavië-tribunaal beschuldigd van oorlogsmisdaden tijdens de oorlog in Bosnië (1992-1995).

Oric zit volgens de woordvoerder van het VN-hof sinds vanochtend in Den Haag. Hij zal er later voor het tribunaal verschijnen. De moslimmilitair wordt aangeklaagd voor moord, marteling en plunderingen van de Serviërs in Bosnië.

Naser Oric (36 en afkomstig uit Potocari) is opgeleid als politieman en maakte deel uit van de antiterreureenheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij is ook nog een periode lijfwacht van de Joegoslavische president Slobodan Miloševic geweest. Toen er begin jaren negentig een arrestatiebevel tegen hem werd uitgevaardigd – volgens sommigen wegens diefstal, volgens anderen wegens moord – keerde hij terug naar Potocari. In 1992, toen de spanningen in Srebrenica opliepen, was Oric politieman. Door een combinatie van dapperheid en wreedheid groeide Oric voor de moslims uit tot een charismatische oorlogsheld. Hij leidde de uitvallen naar de Servische dorpen rond Srebrenica.

Onder leiding van Oric vond op 7 januari 1993, tijdens het Servische kerstfeest, een grote aanval van de moslims plaats op Kravica. Het Servische dorp telde toen 353 inwoners, van wie er 28 werden vermoord, waarna het dorp zelf in puin werd gelegd.

Oric was voor Dutchbat een van de belangrijkste lokale gesprekpartners. De Nederlandse VN-militairen hadden de taak de moslimenclave in Oost-Bosnië te beschermen. Srebrenica was door de VN bestempeld als veilig gebied. Na de verovering door de Serviërs in 1995 werden tienduizenden moslims uit de enclave gedeporteerd; zo'n zevenduizend van hen werden afgemaakt door Bosnisch-Servische troepen. Oric was niet in Srebrenica toen Serviërs de enclave innamen.