Het Koerdisch front

De situatie in Noord-Irak is er niet overzichtelijker op geworden nu Koerdische strijders de oliestad Kirkuk zijn binnengetrokken en in Turkije, voorspelbaar, de alarmbel luidde. De prompte reactie van de Turkse oud-premier en huidige minister van Buitenlandse Zaken, Abdullah Gül, was veelzeggend. Hij riep met zoveel woorden de Amerikanen ter verantwoording. De Koerden moeten zich van Ankara koest houden, moeten van de oliesteden afblijven en mogen bovenal niet van de oorlogssituatie gebruikmaken om hun ideeën over een eigen staat vorm te geven. Gebeurt dat wel, dan grijpt Turkije in. Nu de peshmerga's in Kirkuk en Mosul zijn, stuurt Turkije militaire `waarnemers' naar Noord-Irak. Overigens met instemming van Washington.

De crisis kan worden bezworen als de peshmerga's Kirkuk vandaag verlaten, zoals door hun leider is aangekondigd. Maar het feit dat de stad even in handen was van de Koerden, die Kirkuk als hun historisch eigendom beschouwen, is meer dan een plaagstoot richting Turkije. Het is de Koerden ernst, en hoewel een eigen staat er ook dit keer bij de verdeling van de koek niet in zit, hebben ze in naoorlogs Irak veel te winnen. En te verliezen. Dit besef maakt dat de Koerdische leider, Jalal Talabani, letterlijk zijn grenzen zoekt. Dat kan gemakkelijker nu de Turken de strategische fout hebben gemaakt Amerikaanse troepen de toegang tot bases in Zuid-Turkije te ontzeggen. Een gezaghebbende politieagent ontbreekt daardoor in Noord-Irak. De Koerden proberen logischerwijs het vacuüm te vullen. Washington laat weten dat troepen onderweg zijn, maar vindt het misschien niet erg dat Turkije intussen even bungelt. Dat is de prijs die het land betaalt voor zijn weigering om de grootmacht een noordelijk front te bezorgen.

De komende maanden zal ondanks uiterlijk vertoon van het tegenovergestelde de verpeste relatie Washington-Ankara meermaals op de proef worden gesteld. Ook voor de Europese Unie is het interessant om te zien waar de regerende AK-partij van premier Erdogan nu precies staat. De VS hebben decennialang in Turkije geïnvesteerd, in geld en in goodwill. Toen het er bij de vorming van een noordelijk front op aankwam, zeiden de Turken `neen'. Het is niet in Amerika's belang om de verhouding verder onder druk te zetten, maar dat er een rekening moet worden betaald ligt voor de hand.

Het vergt meesterschap om in dit explosieve mengsel van etnische groeperingen, omstreden oliebronnen, oorlog en anarchie verstandig beleid te vormen. Het makkelijkste is het de Koerden, die historisch al heel lang in de verdomhoek zitten, ook dit keer weer te slachtofferen aan de geopolitiek. Maar zulk cynisme gaat te ver. De Koerden verdienen beter. Ze kunnen van de tijdelijke verkoeling tussen Turkije en de VS gebruikmaken om hun zaak nog eens goed in Washington te bepleiten.