Het belang van bomen

De personages in de boeken van Monika Sauwer twijfelen te veel en durven te weinig. ,,Te veel zelfkritiek kan tot verlamming leiden.''

`Schrijven is dromen met je ogen open'', zegt Monika Sauwer. Ze droomt, ze schrijft. Schilderen en tekenen doet ze ook: een dubbeltalent. En ze is bang geweest. Veel van Sauwers romanpersonages lijden ook aan onbestemde angsten. Zelf overwint ze die in haar literaire en artistieke werk. Dat maakt dat ze in de anonimiteit leeft, teruggetrokken, schuw lijkt het wel. Ze zoekt geen aandacht, werkt op haar eigen voorwaarden. ,,En anders maar niet'', heeft ze ooit gedacht. Hetzelfde geldt voor beroemdheid. ,,Die komt nog wel. En zoniet, ook mooi.''

Monika Sauwer (1946) heeft meer dan tien boeken gepubliceerd, waaronder verhalenbundels, romans en al dan niet zelf geïllustreerde kinderlectuur. Voor haar eerste bundel Mooie boel (1978) ontving ze het Gouden Ezelsoor, de prijs voor het best verkochte debuut. In 1998 stond haar roman Onrustige slapers – met onder meer een krankzinnige erotische fantasie over de Duitse Bondskanselier Helmut Kohl – op de longlist van de Libris Literatuurprijs en aan positieve recensies heeft ze nooit gebrek gehad. Sauwer beschikt over een beeldend vermogen en een humor die je zelden tegenkomt in de Nederlandse letteren.

De schrijfster bedient zich van een pseudoniem en treedt zelden of nooit naar buiten. Vorige maand kwam haar nieuwste roman uit, Levend model, over de beeldend kunstenares Ida Klaver, een vrouw die in een fantasiewereld leeft, aan fobieën lijdt, dwangmatig gedrag vertoont en voortdurend aan zichzelf twijfelt. Het is even fraai gecomponeerd en suggestief geschreven als het meeste van haar werk, maar opnieuw met de grootst mogelijke bescheidenheid gepresenteerd.

Yolande Nusselder luidt Sauwers echte naam. Anders dan de nogal slordig levende dames in haar boeken leidt de schrijfster een solide bestaan. Sinds haar eenentwintigste woont ze samen met dezelfde man, radiomaker Wim Noordhoek. Toch zijn er, zelfs afgezien van het innerlijke leven, wel overeenkomsten met veel van haar hoofdpersonen. Haar romans spelen zich vaak af in de Amsterdamse Pijp, dicht bij een park. Ook Bussum, waar Nusselder opgroeide en het gymnasium bezocht, komt herhaaldelijk in haar werk ter sprake. Veel van haar excentrieke personages zijn kinderloos, schrijven en maken beeldende kunst en haar geesteskinderen vertonen nogal eens onzeker en schichtig gedrag. Heeft Monika Sauwer zich met haar keuze voor een pseudoniem bewust in de schaduw willen stellen en houdt ze daarmee haar werk ook buiten de spotlights van de publiciteit?

Ze praat zacht en formuleert zorgvuldig. Boven de ronde tafel met grote potten koffie en thee in de achterkamer van haar smalle bovenhuis hangt een fraai, door haar geschilderd duinlandschap dat van groot vakmanschap getuigt. ,,Als je eenmaal onder pseudoniem begonnen bent, dan zit je eraan vast. Voordat ik Monika Sauwer werd, had ik al twee kleine boekjes geschreven. Ook had ik veel vertaald uit het Duits en Engels, de Rietveldacademie gedaan, cartoons getekend en hoorspelen gemaakt voor de VPRO-radio. Toen het er rond mijn dertigste eindelijk van kwam dat ik verhalen ging publiceren in het blad Het gewicht, wilde ik dat onder een andere naam doen omdat ik de illusie had dat je kon schrijven als een soort alter ego van jezelf, helemaal in het geheim. In die tijd woonde ik op een zolder aan het Vondelpark. Ik keek uit op de blinde muur van een school waarop iemand heel hoog en heel groot de naam Monika had geschreven. Ik vond het zo mooi dat er een jongen zo hoog was geklommen om zijn vriendin te eren, dat ik die naam wel wilde overnemen. Sauwer komt uit Onder professoren van W.F. Hermans, dat ik toen aan het lezen was. Daar komt een klein dorp in voor vlak bij Groningen dat Sauwerd heet.''

Het bleek een illusie dat een auteur in Nederland in de anonimiteit kan blijven. ,,Ik ben heel erg geschrokken toen ik met mijn eerste bundel Mooie boel zelfs een beetje beroemd werd en in allerlei toptienen stond. Ik was daar niet op voorbereid en ging me extra terugtrekken. Dat zal met mijn verlegen aard te maken hebben. Iemand anders bloeit misschien op door publiciteit en komt dan wellicht sneller ergens. Weliswaar schrijf je voor anderen, maar dat andere mensen dan ook moeten weten wie jij bent, snapte ik niet. Misschien een beetje stom, maar 25 jaar geleden bestond er nog veel minder een egocultuur dan nu. Schrijvers werkten meer in het verborgene en ik vind dat eigenlijk ook beter. Ik denk dat mensen zich dan veel rustiger kunnen ontwikkelen. Nu moeten ze èn een aardig boek schrijven èn meteen leuk met hun kop op televisie. En als dat niet lukt, raken ze teleurgesteld.''

Nieuwe roman

Zelf voelt ze die teleurstelling allerminst. ,,Ik vind het juist wel prettig. Mijn werk lijdt in elk geval niet onder de geringe publiciteit, het heeft een stabiel lezerspubliek en wordt goed uitgeleend in de bibliotheek. Ik ben nu alweer op pagina 70 van een nieuwe roman, over een moeder van ongeveer 50 en een dochter van een jaar of 28. Het is niet zo dat het schrijven er na een lange leerschool makkelijker op wordt, maar het wordt wel eenvoudiger om er onder alle omstandigheden mee door te gaan. Wat er ook gebeurt.''

Later komt ze toch nog met een andere reden voor haar teruggetrokkenheid. Het waren toch de angsten die haar parten speelden. ,,Daar voel ik me pas sinds kort van verlost. Ik was al veel verder op het levenspad geweest zonder die angstigheid. Waar het vandaan komt – aanleg, omgeving – weet ik niet. Ik weet alleen dat na driekwart jaar gedragstherapie – op mijn 26ste, toen ik de straat niet meer op durfde – de therapeut beweerde dat ik ongeschikt was voor therapie. Hij stond met lege handen. Vanaf dat moment heb ik het maar alleen uitgezocht. Op mijn eigen voorwaarden en anders maar niet.''

Veel van Sauwers personages lijden aan een gebrek aan durf, waardoor ze onder hun niveau presteren. Ida, de begenadigde portretschilderes uit Levend model, werkte lange tijd in een verfwinkel, Dora uit Een verlegen man (1994) schildert ook, maar verdient de kost met het inlijsten van werk van anderen. Alsof ze gebukt gaan onder een fundamentele onzekerheid over hun eigen kunnen. ,,Als je iets maakt, vraag je jezelf af: is het wel wat? Dat gevoel moet je hebben. Het is een conditio sine qua non. Ida gaat ondanks alles door met schilderen, maar ik heb ook jongere personages die zich afvragen: heb ik wel het goede vak gekozen. Wat mijn figuren van mij lenen is mijn voortdurende zelftwijfel, maar bij die zelftwijfel hoort wel dat je het telkens opnieuw probeert. Ik denk dat je geen goede dingen kunt maken als je jezelf niet voortdurend kritisch bekijkt. Maar te veel zelfkritiek kan tot verlamming leiden. Waarom knalt de één er tegenaan en zit de ander zichzelf lelijk dwars? Mensen besteden vreselijk veel energie aan het zichzelf dwarszitten, dat vind ik een interessant fenomeen. Ida stelt hoge eisen aan zichzelf. Ik ook, achterover leunen doe ik niet zo gauw. Voor mij is het nooit goed genoeg, ik denk dat juist dat me gaande houdt.''

Haar onzekerheid gaat ze te lijf met discipline. ,,Iedere ochtend yoga-oefeningen doen, dan sta je wat beter op je poten. Elke dag lekker eten maken, goed om me heen kijken. En als ik vast zit met schrijven, kan ik altijd nog tekenen en schilderen. Ik heb in mijn leven duizenden bomen getekend en geschilderd. Soms maak ik illustraties.''

Ze laat haar werkkamer zien, aan de straatkant, waar behalve een bureau met een computer ook een ezel staat. Naast de telefoon ligt een vel papier waarop een in zwarte inkt uitgevoerde boom aan het ontstaan is. ,,Als ik telefoneer, zit ik altijd te tekenen. Soms maak ik een vel papier vast op de ezel en dan werk ik met oostindische inkt en penseel. Dan heb je niet al die rompslomp van olieverf en stank en ben je toch aan het schilderen. Op zolder heb ik nog een echte schildersruimte. Er zijn periodes dat ik alleen maar schilder. Een paintersblock bestaat voor mij niet, ik maak altijd af waar ik mee begin, al ga ik wel eens te lang door. Schilderen is een kwestie van op tijd ophouden, bij schrijven is het de vraag: hoe ga ik verder? Tekenen is met mijn motoriek vergroeid, dat kan ik altijd, al maken ze me om drie uur 's nachts wakker. Met schrijven gaat het nu ook zo. Als ik 's ochtends vroeg wakker word, begin ik meteen dingen in een boekje te krabbelen. Schrijven wordt ook steeds meer een tweede natuur. Dus wie weet wat er nog ontstaat.

,,Vaak heb ik het idee dat ik nog maar aan het begin sta van wat ik aandurf. We hadden het over mijn personages die zich altijd een beetje in de schaduw bewegen en zich niet volledig durven te ontplooien. Het kan zijn dat er in mijn persoon nog groei zit. Daar ga ik maar van uit.''

Laconieke toon

Haar boeken hebben de lichte, laconieke toon die in Nederland al gauw wordt verward met oppervlakkigheid. ,,Ik hou niet van opgelegde diepgang en zompige emoties, maar er zit wel degelijk diepgang in wat ik schrijf. Ik voel er niets voor het er dikker boven op te leggen, met fors aangezette emoties en filosofische gedachten. Dat is voor mij geen schrijven. Wat dat wel is? Tja, dan kom ik bij mensen die ik bewonder: Campert, Reve en Hermans. Bij hen is het niet eerst een gedachte en dan de vraag hoe ze die gedachte zullen verwoorden. Nee, bij hen is het één ding, de gedachte en de stijl, en dat vind ik heel belangrijk.''

Haar personages worden wel eens vergeleken met het moderne-stadstype van de wijndrinkende alleenstaande moeder Agnes uit het gelijknamige feuilleton van tekenaar-schrijver Peter van Straaten. ,,Ik heb die verhalen van Peter van Straten nooit zo gevolgd, maar Agnes zal wel een vigerend type zijn. Mijn eigen personages zijn mensen die oprecht naar van alles streven. Dat doet ze geen goed, ze pakken het verkeerd aan, met hun stomme kop trappen ze overal in en ze hebben de verkeerde mannen, maar ze zijn wel van een oprecht streven vervuld. Het zijn moderne post-christelijke heldinnen. Maar een boek is natuurlijk meer dan een verhaal en een hoofdpersoon, het is vooral een manier om je gedachten te laten gaan. Ik hoop dat mijn personages daartoe goede vehikels zijn en niet tussen mij en de lezers in gaan staan als irritante verschijnselen.''

Yolande Nusselder groeide op in de villawijk Het Spiegel in Bussum, als oudste in een gezin van drie kinderen. Na zes jaar kwam er een zusje, toen ze vijftien was een broer. Haar vader schildert ook en verdiende de kost als hoofd van een design-afdeling van Philips. Het decor van de jeugdjaren van de schrijfster doemt in vrijwel al haar boeken op. In Levend model brengt Ida Klaver haar jeugd door in het fictieve maar duidelijk in het Gooi gesitueerde Maren, waar ze op latere leeftijd een man ontmoet op wie ze allerlei fantasieën projecteert en met wie ze een overspelige relatie aanknoopt.

In één woord kan Monika Sauwer vertellen waarom het Gooi voor haar belangrijk is: bomen. ,,Ik ben opgegroeid tussen de bomen. Als kind had ik een voorkeur voor het woord oerwoud, ik speelde met speelgoeddieren en ik bedacht al voordat ik kon schrijven verhalen, waarin ik à la Christopher Robin met mijn dieren in het oerwoud woonde. Die bomen en die vreemde, toen nog erg stille villawijk zijn een psychologische basis. Bovendien heb ik tot mijn achttiende op diezelfde plek gewoond, dus ik heb geen andere decors tot mijn beschikking. De eerste zes jaar was ik nogal alleen, zonder andere kinderen. Om ons heen waren allemaal bejaardenhuizen. Zo ontstond de symbiose met mijn speelgoeddieren waaraan ik verhaaltjes vertelde. Dat is achteraf bezien een begin geweest van mijn schrijverschap. Later, op de lagere school, maakte ik ook toneelstukken voor andere kinderen. Kinderboeken maak ik nog steeds graag. Ik zou iets willen schrijven wat op kinderen van nu net zoveel indruk maakt als Winnie-the-Pooh en Alice in Wonderland op mij, toen ik een jaar of vier, vijf was.''

Sauwers personages zijn vaak op zoek naar een vaderfiguur, ze dromen van relaties met leraren of leermeesters en laten zich door anderen overheersen. Ze hebben verschillende achtergronden, leeftijden en levensstijlen, maar beschikken grosso modo over dezelfde karaktertrekken.

,,Ik wil me met mijn figuren kunnen identificeren'', zegt ze. ,,Dat gaat makkelijker als ik ze het nodige te leen geef van mezelf. Voor de rest gebruik ik niemand uit mijn omgeving als romanfiguur. Dat heb ik in mijn eerste twee boeken wel gedaan, maar het blijkt mensen slecht te bevallen. Ik kan me dat ook voorstellen. Iedereen heeft recht op zijn eigen leven en op de interpretatie van zijn eigen leven. Dus alle andere figuren in mijn boeken zijn volledig fictief. Ik denk dat ik behoefte heb aan één centraal karakter voor wie ik, wanneer ik dat maar wil, uit mezelf kan putten. Ik mag van mezelf alles lenen, want ik hoef aan mezelf geen verantwoording af te leggen. Maar met de gezinnen waar mijn hoofdfiguren uit komen varieer ik. Dat geeft meer ruimte. Als alles autobiografisch zou zijn, was ik na één boek klaar geweest.''

Sauwer put bij het schrijven uit haar dromen. ,,En daarna vormgeven, slijpen, polijsten. In de onderstroom, of tegenstroom van je alledaagse ik doemen personages op. Mijn contrapunt-personage Ida wil blijkbaar helemaal geen gelijkheid, zoals die bestaat in haar verhouding met haar aardige vriend, de reclameman Frits Koetsier. Ze wil een baas, liefst een beetje wreed, zelfs bot, daarom gaat ze op zoek naar een ander.'' Geruststellend voegt Nusselder hieraan toe dat het maar haar eigen `ik' goed gaat: ,,Een verhouding van gelijkheid met mijn man, veel uitwisseling van ideeën en allebei hard aan het werk.''

Drankzucht

Haar hoofdpersoon Ida is pakweg tien jaar jonger dan de schrijfster, ongeveer 47, en nog wat meer zoekende. ,,Het is altijd prettig om figuren op te voeren die zoekende zijn. Mensen die al min of meer klaar zijn, leveren geen tragiek op. Al Ida's neigingen om zich in een bepaald gedrag vast te bijten, of dat nu drankzucht, koopzucht of voor mijn part neukzucht is, komen voort uit de angst om zichzelf te voelen leven. Langzamerhand pelt ze zich los uit haar verslavingen. Ze is op zoek naar vastheid, naar controle. Die ontleent ze voor een deel aan haar werk en voor een deel aan verzoening met het leven zoals het is. Toch zoekt Ida een alternatief voor de stabiele relatie met haar reclameman. Ze is daar erg dubbel in. Ze ziet Frits – staat ergens in een beetje gemene zin – als een huisdier. Ze voelt zich er schuldig over dat ze misschien onvoldoende van hem houdt en ze wordt ook gestraft aan het eind als hij iets begint met haar beste vriendin. Daar is ze door gekwetst, terwijl zijzelf voortdurend achter haar fantasie aantippelt. Ze is er nog niet klaar mee, ze heeft het nog niet gevonden.''

Wat Ida met Monika Sauwer gemeen blijkt te hebben is behalve een sterke zintuiglijkheid ook wat zijzelf een neiging tot transcendentie, tot overstijging noemt. ,,Die zit in mijn laatste boek heel duidelijk. Ik denk dat iedereen die neiging wel heeft. Sommige mensen noemen dat religie en verbinden het aan één of ander opperwezen. Maar ik bedoel het gevoel dat je even boven je eigen leven uitstijgt, bijvoorbeeld bij het horen van mooie muziek, bij het wandelen door de natuur, of bij het intens verkeren met een ander. Dat kan heel mooi zijn, rustgevend of extatisch. Zulke momenten, die Willem Brakman `het heilige in de alledag' noemt, probeer ik na te streven. Het is niet zo dat mijn personages bewust naar die sensatie op zoek zijn, het overkomt ze af en toe, als een bijproduct van andere enerverende avonturen en veel zintuiglijke indrukken.

,,Ida Klaver beleeft zo'n moment als ze staat te strijken. Ze doet daar erg haar best op en ze herinnert zich dat haar moeder bij het strijken een plaat van Mozart opzette en in een soort trance raakte. Zij ervaart dat dan ook zo. Al strijkende, door die trance verwekkende trage beweging, komt ze in een andere bewustzijnssfeer. Flow wordt het ook wel genoemd in de psychologie. En dan beziet ze zichzelf, haar doen en laten en de relatie met haar man. Ze kijkt over haar hele leven heen alsof het een tapijt is waar ze boven zweeft en probeert te ontwaren welk patroon daarin zit. Ik bedoel te zeggen dat je dat zelfoverstijgende gevoel kunt krijgen bij het strijken, of bij het kijken naar de sterren, of alleen wakker wordend in een hotel in het buitenland. De mogelijkheden zijn legio, maar het gevoel – het voor even verlaten van het normale tijdsverloop – zullen veel mensen herkennen. Het is een woordloos gevoel, en dat verwoorden is erg moeilijk. Het overkomt Ida ook als ze op de fiets zit in het Vondelpark en opeens een klinkklare klaterende lente ziet. Ze ziet dwarsverbanden door haar leven heen. Ze wordt zich overstelpend bewust van de kleuren en legt een verband met een ervaring van toen ze een jaar of tien was.''

`Levend Model'. Uitg. Contact, prijs €14,90.