`Dank, dank! Ik ben zo blij, ik kan wel janken'

Gisteren werd de oliestad Kirkuk bevrijd. Door Koerdische strijders. De problemen dienen zich al aan, maar gisteren nog overheerste de vreugde.

De straten van Kirkuk, de belangrijke oliestad in het noorden van Irak, stromen vol als de Koerdische strijders hun intrede doen. Overal zijn de inwoners uit hun huizen gekomen om de peshmerga's te verwelkomen. Voor hen, maar ook voor de gewone Iraakse soldaat is de dag waarop Kirkuk in handen valt van de Koerden, het einde van het tijdperk Saddam Hussein.

Abaz Ghazni maakt een nerveuze en ook enigszins verdwaasde indruk, blootgesteld als hij is geweest aan dagenlange Amerikaanse bombardementen op stellingen van het Iraakse leger. Maar de slag om de stad verliep zonder veel bloedvergieten, vertelt de soldaat Ghazni. Hij en de meeste van zijn kameraden gaven zich over aan de naderende Koerdische troepen, anderen vluchtten weg.

,,Ik heb niets gehoord over wat er is gebeurd [in Irak], want niemand van ons mocht de bunkers verlaten'', zegt Ghazni. ,,We hebben daar alleen maar gezien hoe de [Amerikaanse en Britse] vliegtuigen ons bestookten.''

De aanwezigheid van honderden Koerdische strijders in Kirkuk luidt mogelijk de ineenstorting van het noordelijke front in. Bij het naderen van de peshmerga's was in de buitenwijken te zien hoe overvolle taxi's luid toeterend in hun richting reden, in de richting van het door Koerden gecontroleerde gebied in het noordoosten van Irak. De inzittenden, die wekenlange zware Amerikaanse bombardementen hadden doorstaan, vuurden vreugdeschoten af met hun automatische geweren.

De 55-jarige Jihad Jabari vertelt dat burgers soldaten van het Iraakse leger ontwapenden, en daarbij nauwelijks weerstand kregen. Terwijl Jabari zijn verhaal doet, jakkeren vrachtwagens en auto's voorbij die zijn afgeladen met joelende peshmerga's. Ook zij vuren in de lucht. Op zo'n tien minuten rijden ten noorden van de stad staat een groep Amerikaanse soldaten bij hun langs de kant van de weg geparkeerde Humvee's het bevrijdingstafereel gade te slaan.

Mam Rostam is een hoge Koerdische commandant, verantwoordelijk voor het oostelijk front van Kirkuk naar het 35 kilometer oostelijker gelegen Chamchamal. Hij grijnst als hij de stad uitrijdt. ,,Alles is onder controle'', zegt hij. Achter hem rijdt een auto met uitgelaten vrouwelijke strijders. Ze passeren enkele Amerikaanse militairen, die behoren tot de speciale eenheden die eerder vanaf een heuveltop aanwijzingen hebben doorgeseind aan een Amerikaanse B-52 over te bestoken doelen.

De Koerdische strijders kunnen ongehinderd opmarcheren naar het centrum van de stad; van de zijde van het Iraakse leger is daar tenminste geen enkel teken van verzet waarneembaar. De inwoners en de peshmerga's vermengen zich op de pleinen, er wordt gejuicht en met vlaggen gezwaaid. ,,Dank je. Dank je'', roepen jonge kinderen. Een standbeeld van Saddam, gehuld in traditionele Arabische kleding, wordt besmeurd met rode verf. Mensen klimmen op de schouders en beginnen met een hamer op het aangezicht van Saddam te slaan. Elders wordt zelfs geschoten op de portretten die overheidsgebouwen opsieren en vertrappen mensen Saddams beeltenis op tapijten.

Maar Kirkuk is ook het toneel van plunderingen. Terwijl verderop op straat wordt gejuicht, dringen jonge kinderen en oude mannen overheidsgebouwen binnen en nemen alles mee wat van hun gading is: van bankstellen en luchtkoelapparaten tot bureaus en koelkasten. De peshmerga's zien het gebeuren, maar grijpen niet in. Sommige strijders doen zelfs mee.

De vraag dringt zich op hoe het nu verder moet met Kirkuk. In het kader van Saddams `arabiseringsprogramma' werden tienduizenden Koerden en Turkmenen verdreven uit Kirkuk om plaats te maken voor Iraakse Arabieren. De verwachte terugkeer van Koerden zal zeker leiden tot grote etnische spanningen, vrezen waarnemers.

Maar bij de meeste inwoners van Kirkuk overheerst nog de vreugde. ,,Ik ben zo blij, ik kan wel janken'', zegt Jihad Jabari. ,,Ik zou wel een geweer wil pakken en nu direct naar Tikrit rijden.'' Tikrit, de geboortestad van Saddam, is nog in handen van het Iraakse leger.