Het nieuws van 10 april 2003

Voorkeur Beeldende Kunst

Adriaen Coorte

Onder bezoekers van het Rijksmuseum hebben ze een zekere cult-status, de Asperges van Adriaen Coorte. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het formaat van het doek, nauwelijks meer dan twintig bij dertig centimeter, maar vooral met het onderwerp: een doodgewone, kale bos asperges. Hoewel, doodgewoon... Wie lang naar het doekje kijkt, merkt dat er van alles met die bos aan de hand is. Zo schilderde Coorte de achterkanten van de asperges zo transparant dat ze bijna doorzichtig lijken. De Amsterdamse Asperges zijn ook te zien op de solo-tentoonstelling van Coorte in het Utrechtse Centraal Museum. Op het eerste gezicht is de term `solo-tentoonstelling' wat overdreven voor één zaal met elf kleine doekjes, maar dat is een vergissing. Coorte is een meester van de beperking. Hoe prettig dat is, wordt al duidelijk in de zalen ervoor. In het kader van het lente-thema `Verleiding' hing het museum in de omringende zalen een aantal schilderijen op van Coorte's voorlopers, weelderige bloem- en fruitstillevens van pronkschilders als Jan Davidsz. de Heem en Roelant Savery. Hun doeken zijn explosies van kleuren en vormen, maar juist door die veelheid sorteren ze nauwelijks effect. Dat maakt het contrast met Coorte des te groter. De Zeeuw, over wie nauwelijks meer bekend is dan dat hij tussen 1683 en 1707 in Middelburg werkte, heeft eigenlijk maar twee kleuren nodig: groen en rood. Je verdenkt hem er van dat hij zijn onderwerpen er op uitzocht – telkens weer asperges, bosaardbeitjes, aal- en kruisbessen, in diverse combinaties.

Adriaen Coorte, Meester van de monumentale eenvoud t/m 1 juni in het Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Di t/m zo 11-17u.

Oorlog Irak

1 Bij de talloze beschouwingen in de pers over de al of niet rechtmatigheid van de Brits-Amerikaanse actie in Irak is merkwaardigerwijze nooit dóórgeredeneerd naar de situatie ná het militaire ingrijpen, waar we nu voor staan. Bij onze eigen kabinetsformatie werd uitgegaan van het inroepen van resolutie 1441 door de VS en Groot-Brittannië als rechtsgrond voor hun ingrijpen in Irak, of men het met dat inroepen nu eens was of niet, als feitelijk gegeven. Maar dat inroepen heeft wél volkenrechtelijke gevolgen! Resolutie 1441 legt (opnieuw) Irak allerlei verplichtingen op, waarvan de belangrijkste het opgeven van massavernietigingswapens is. Wie zich op die resolutie beroept moet dan ook afdwingen wat die resolutie beoogt, niet minder maar ook niet meer. Verandering van regime is daar formeel niet bij.

Nu kan men redeneren dat dat bij zulk een ingrijpen de onvermijdelijke consequentie is, en dat is ook zo. Maar er volgt nog méér uit: staten die van oordeel zijn een resolutie van de Veiligheidsraad uit te voeren, moeten dan logischerwijze terugrapporteren aan diezelfde Veiligheidsraad hoe het uitvoeren van die taak verloopt, en daarna ook aan de Raad voorleggen hoe het dan verder moet, als er een nieuwe situatie ontstaan is. Resolutie 1441 zegt dan ook, net als haar voorgangsters, aan het eind dat de Veiligheidsraad de zaak op zijn agenda houdt.

De hardnekkige premier Blair heeft president Bush er dezer dagen in Noord-Ierland toe gekregen, wat aanvankelijk allerminst de Amerikaanse bedoeling was, om te verklaren dat de VN een `vitale rol' moeten spelen, niet alleen met humanitaire hulp, maar wellicht ook bij het `suggereren' van Iraakse persoonlijkheden voor een interim-bestuur.

Volkenrechtelijk is een stap vérder vereist: de Veiligheidsraad, die trouwens verantwoordelijk is voor het `olie voor voedsel'-programma en voor het sanctieregime, dient de afhandeling van het Irak-dossier te agenderen. Dat is ook de enige manier om daar internationale legitimatie aan te geven en de internationale repercussies te beperken. Maar de politiek handelt nu eenmaal niet altijd volgens het volkenrecht, en ook niet altijd wijs.

Voorkeur Theater

Vier mannen

Eerst vruchtwaterpunctie, vlokkentest, inscheuren. En daarna fruithapjes, poepluiers, uierzalf, doorslapen en seksgebrek. Vier mannen van de Utrechtse Paardenkathedraal is een reeks sketches, dialogen en liedjes (Ti Ta Tovenaar) ver angsten en problemen van het vader worden. De voorstelling is in elkaar gezet door de jonge vrouwen Maike Meijer (tekst) en Paula Bangels (regie), die zich baseerden op improvisaties van de vier acteurs. De losse delen zijn zonder storende naden aan elkaar gelast. Nergens wordt het sentimenteel, de sfeer blijft grimmig. De spelers zijn niet alleen vaders, maar ook wrede kinderen, pubers, slachtoffers van kindermishandeling. Er ontwikkelt zich een plotje met een tragikomische rol voor de zwakbegaafde man Denne. Niet alleen de dunne verhaallijn maar ook het decor houdt de scènes bijeen. Vier mannen is doortrapt naïef, dat verraadt de invloed van artistiek leider Dirk Tanghe. Lichtman Uri Rapaports primaire kleuren lichten de figuren uit. Die veranderen door dat simpele rood en blauw, en door de hoekige teksten en knoestige gebaren, van mensen in maffe striptekeningen. Meijer en Bangels zetten hun acteurs, Barry Atsma, Paul Disbergen, Louis van Beek en Herman Bolten, aan tot grotesk spel dat soms om te gieren is en soms om te huilen zo flauw. Ze roepen gemengde gevoelens op en dat past wonderwel bij de wezens waarop die vier mannen wachten. Inl 030-2711414 of www.paardenkathedraal.nl.

10-19 april Utrecht, Paardenkathedraal.