`Uitkleden! Ik wil ze naakt, tot op hun blote kont!'

Van twee kanten trokken Amerikaanse soldaten gisteren Bagdad binnen. De wisselende successen van een snelle opmars.

Onder dekking van ratelend machinegeweervuur grijpen mariniers houten planken, palen en gebogen staven, nemen die onder hun armen en stormen ermee de halfvernielde brug op die het zijriviertje van de Tigris overspant. ,,Kom op. Repareer die brug'', schreeuwt een officier, zijn manschappen aansporend terwijl die onder het aanhoudend geweervuur blijven rennen en nog meer onderdelen aandragen om een gat van bijna twee meter in diameter te dichten dat in de overspanning is geslagen toen de Irakezen probeerden de brug op te blazen.

Met hun spoedreparatie en hun dramatische opmars te voet over de brug waren de manschappen van het Derde Bataljon van de Amerikaanse Vierde Mariniersbrigade gisteren de eerste mariniers die het centrum van de Iraakse hoofdstad binnendrongen. De oprukkende mariniers hadden nieuwe bruggen nodig die zwaar genoeg waren tanks en gepantserde amfibievoertuigen te kunnen dragen, want eerder hadden de Irakezen twee bruggen opgeblazen die vanuit het zuidoosten toegang gaven tot het centrum.

De kapotte brug die ze koortsachtig aan het repareren waren was alleen geschikt om soldaten te voet te dragen, maar dat was voldoende. Met infanterie aan de overkant van het riviertje kon de genietroepen genoeg bescherming worden geboden om noodbruggen aan te leggen. Daardoor werden nog eens duizenden mariniers in de gelegenheid gesteld om vanuit het zuidoosten Bagdad binnen te trekken, terwijl op dat moment manschappen van de Derde Infanteriedivisie hetzelfde deden vanuit de andere, zuidwestelijke kant.

Nu ze het riviertje over waren was een belangrijke hobbel genomen. Maar tijd om opgelucht adem te halen, was er nog niet. Nog maar een paar uur geleden waren twee mariniers gedood toen hun voertuig was geraakt door Iraaks mortiervuur. Zij maakten deel uit van de 2de brigade van de 3de Infanteriedivisie die de opdracht had gekregen een belangrijk verkeersknooppunt in het zuiden van de hoofdstad veilig te stellen. Een ogenschijnlijke routineklus die van het ene op het andere moment was uitgedraaid op een dodelijke strijd en grote chaos die vijf uur aanhield.

Een granaat van Iraaks geschut sloeg vol in op een Amerikaanse munitiewagen die midden op het kruispunt stond opgesteld. Door de explosie die daarop volgde raakte een dichtbij staande tankwagen in brand. De vlammen en de rook torenden hoog boven het kruispunt uit. Het kruispunt veranderde in een grote vlammenzee. De militairen die de aanval hadden overleefd sprongen in hun voertuigen om te vluchten. Twee auto's van de special forces werden door de vlammen verwoest.

,,RPG op het het dak! RPG op het dak!'' schreeuwde een soldaat vanonder een van de viaducten vandaan. Hij had met zijn verrekijker waargenomen dat zich militairen van de Republikeinse Garde op het dak van een nabijgelegen gebouw bevonden. Bradley gevechtsvoertuigen probeerden hen met hun geschut uit te schakelen maar de inkomende projectielen bleven komen.

,,We moeten hier weg!'', schreeuwde een sergeant.

Twee militairen werden gedood, vijftien anderen raakten gewond. Luchtsteun bleef uit. Dat werd te gevaarlijk geacht: het luchtafweer in dit deel van de stad was nog intact en er hingen dikke rookwolken boven de stad.

Twee militairen raakten gewond door `friendly fire': de granaten van het eigen geschut kwamen niet neer op het gebouw met de Iraakse scherpschutters, maar op het asfalt van een van de opritten van het klaverblad.

Volgens sergeant Chris French werden zeker 24 Irakezen gedood. Dertig anderen gooiden hun handen in de lucht en gaven zich over toen toegesnelde militairen uiteindelijk de loopgraven en bunkers rond het kruispunt wisten schoon te vegen. De militieleden die daaruit te voorschijn kwamen, kregen stuk voor stuk de opdracht zich uit te kleden. Voor zelfmoordaanslagen werd gevreesd. ,,Houd ze op een afstand!'' riep commandant Ronny Johnson. ,,Laat ze zich uitkleden, ik wil ze naakt tot op hun blote kont!'' Er werden geen explosieven gevonden.

Toen de rust eenmaal was weergekeerd bleek de chaos groot. De Irakezen werden ingerekend en afgevoerd, het aantal slachtoffers werd geteld en de schade opgenomen. Daarna trokken de mannen de 2de brigade weer verder richting noorden.

De voertuigen lagen voortdurend onder vuur, maar zo ernstig als die morgen werd het niet meer. Eenmaal aangekomen bij Saddam Husseins nieuwe presidentiële paleis, waar de mannen zich opmaakten voor de nacht, kreeg soldaat Damon Winneshiek de opdracht zijn M88 door een muur en het ijzeren hekwerk rond het paleis te rijden. ,,Je het een paleismuur kapotgereden'', zei sergeant David Fields later tegen Winneshiek. ,,Daar kun je je levenlang over opscheppen. Je hebt een paleismuur omver gereden.''