Wijsbegeerte in al haar gedaanten

Globalisering is benauwend, betoogde de Duitse filosoof Rüdiger Safranski zaterdag op de tweede Nacht van de Filosofie. Voor de bizarre vragen waren er stand-up filosofen: `Moet je een broek aan om te filosoferen?'

,,Hoe bereik je evenwicht tussen ambitie en genot?'' Het meisje zit op de sofa en stelt haar vraag aan filosofisch consultant Eite Veening. ,,Wil je weten wat de hiërarchie is tussen die twee?'' Veening probeert de gedachten van het meisje te verhelderen, maar het gesprek loopt wat stroef: de consultant en de klant worden gadegeslagen door publiek.

Tegen de zevenhonderd mensen waren op de Nacht van de Filosofie afgekomen, die zaterdag voor de tweede keer plaatsvond in een uitverkocht Felix Meritis. In vijf zalen werd de wijsbegeerte in allerlei vormen aangeboden: socratische gesprekken, paneldiscussies, interviews met binnen- en buitenlandse denkers, en zelfs `stand-up filosofie'. De Nacht is het startschot van de Maand van de Filosofie, die dit jaar in het teken staat van `de vreemdeling'.

De Duitse filosoof Rüdiger Safranski, vorig jaar ook al van de partij, werd geïnterviewd door Michaël Zeeman over zijn nieuwe boek Hoeveel globalisering verdraagt de mens? Safranski sprak vlot, in sappig Duits; geen kritische vraag kon hem van zijn verhaal afbrengen. Tegen wie strijd je eigenlijk, vroeg Zeeman, als je de globalisering filosofisch bekritiseert? Een filosofische verdediging van de globalisering bestaat immers niet. ,,Er zijn daders'', verzekerde de onverstoorbare Safranski, ,,ik kan een lijst adressen opnoemen. Maar het gaat me om de antropologische blik: hoe is het globale in mijn hoofd aanwezig?''

In de vierde eeuw voor Christus kon Diogenes zichzelf nog triomfantelijk tot kosmopoliet uitroepen, zei Safranski, maar tegenwoordig biedt de kosmos geen uitweg meer. Het globale benauwt ons zelfs, paradoxaal genoeg: beelden uit alle uithoeken van de wereld dringen zich aan ons op, en zo raakt onze ervaringsruimte verstopt met `pseudo-nabijheid'. Het geloof dat wij overal waar iets gebeurt aanwezig zijn, heeft het westen in een paniektoestand gebracht. Safranski: ,,Ook de politiek is hysterisch geworden, kijk maar naar de oorlog in Irak.'' Een oorlog die volgens de filosoof vooral om de beelden gaat: ,, Wie de beelden beheerst, wint.'' Zo kwam, kort na het begin van de Nacht van de Filosofie, al de oorlog ter sprake, en zeker niet voor de laatste maal.

,,Wij zijn gevangenen van onze communicatieve structuren'', vond Safranski. Een stuk optimistischer klonk later de Rotterdamse filosoof Jos de Mul, waar het de communicatietechnologie en de digitale toekomst betrof. De Mul kreeg de Socrates-wisselbeker uitgereikt voor Cyberspace Odyssee; de jury vond dit het `meest prikkelende' Nederlandstalige filosofieboek van 2002. Ondertussen waren burgemeester Job Cohen en oud-minister Roger van Boxtel in een `socratisch gesprek' verwikkeld over de vraag of de overheid zich actief moet bemoeien met het bestuur van moskeeën. Allerlei interessante voorbeelden uit de praktijk kwamen ter sprake, maar met filosofie had het niets van doen.

Aan het eind van de avond kon het publiek te rade gaan bij de stand-up filosofen Huib Schwab, René Gude en Bert Keizer. De moeilijkste en ook meest bizarre vragen werden opgeworpen, zoals: ,,Moet je een broek aan om te filosoferen?'', en ,,Mag je Paul Cliteur eten?'' Gude: ,,Niet zolang hij ambassadeur is van de Stichting Varkens in Nood.'' Keizer: ,,Het is een haalbare zaak. Maar met mosterd, zou ik zeggen.'' Op de vraag ,,Wat is kunst?'' antwoordde Keizer: ,,Er is een stelregel: alles boven de navel is kunst, alles daaronder is zwijnerij.''

www.maandvandefilosofie.nl