Oil For Cheese

Eigenlijk is het heel overzichtelijk. Aan de ene kant heb je de mensen die vol zendingsdrang verkondigen dat het gaat om democratie, veiligheid en stabiliteit. Dan zijn er degenen die denken deze leugens dan wel naïviteit te doorzien, en verontwaardigd uitroepen dat het natuurlijk ,,om de olie gaat''. Daarnaast is er nog een derde groep, die superieur glimlacht om het simplisme van groep twee, en stelt dat het allemaal veel ingewikkelder ligt. Zo ingewikkeld, dat ze zelf ook niet precies kunnen uitleggen waar het dan wel om draait. Meestal komen ze met een aarzelende synthese van theorie één en twee: het gaat om stabiliteit in de regio dankzij de olie, of het gaat om olie dankzij veiligheid en democratie, om daar onmiddellijk aan toe te voegen dat er natuurlijk nog zoveel meer factoren meespelen (Saoedi Arabië! de Israël-lobby!) dat er eigenlijk niets over te zeggen valt.

Hoe weinig concreet hun uitspraken dan ook zijn, ik ben toch het meest geneigd om groep drie gelijk te geven. Want hoe kun je nu zeggen dat het ,,allemaal om de olie gaat'' wanneer er ook nog zulke belangen op het spel blijken te staan als, zeg, de mobiele telefonie? Afgelopen week veroorzaakte een Amerikaans lid van het huis van afgevaardigden, Darrell Issa, wereldwijd commotie met een wetsvoorstel voor een nieuw netwerk voor mobiele telefonie in Irak. Issa stelde daarin namelijk dat in Irak geen gebruik moet worden gemaakt van de wereldwijde standaard gsm, maar van het Amerikaanse cdma. ,,Als Amerikaanse belastingbetalers miljarden dollars gaan betalen voor de wederopbouw van Irak, dan mogen we toch wel verwachten dat Amerikaanse, en niet Europese bedrijven van deze opdrachten profiteren'', aldus Issa. Ook vond hij gsm bij voorbaat verdacht omdat het een Franse uitvinding zou zijn, zo berichtte deze krant dinsdag. Wat er verder niet bij stond was dat Qualcomm, het bedrijf dat de eigenaar is van de cdma-patenten, enorme donaties heeft gedaan aan afgevaardigde Issa tijdens diens laatste verkiezingscampagne, maar een kniesoor die daarop let.

Gsm is de standaard in Europa en de rest van het Midden-Oosten. Nu heeft ook Irak al een klein gsm-netwerk, KurdTel 900, maar dat wordt gerund door de Koerdische separatisten en werkt alleen rond de stad Al-Suleimaniya. Ach, moet Issa gedacht hebben, als de oorlog eenmaal is afgelopen hoeven die Iraki's toch niet meer te bellen met de rest van het Midden-Oosten of Europa, laat staan met kgde Koerden. De GSM Association sputterde nog zachtjes tegen: ,,Het juiste moment om het over de technologie te hebben is wanneer het echte conflict voorbij is'', zei voorzitter Rob Conway, wufte wolken morele rechtschapenheid verspreidend.

Conway vergist zich. Was het vroeger misschien zo dat een stam de andere de hersens insloeg, en daarna dan alles meenam dat de moeite van het wegslepen waard was (vrouwen, koeien, wapens), sindsdien hebben we op dat gebied een zekere ontwikkeling meegemaakt. Land inpikken om er plantages te vestigen, iemands onderdanen roven om als slaven in andere, eveneens gepikte gebiedjes te dienen, ruwe grondstoffen opkopen en die terugverkopen als dure eindproducten en, tenslotte, een land binnenvallen en contracten voor de wederopbouw vergeven voordat de verwoesting goed en wel heeft plaatsgevonden. ,,Progress is a comfortable disease'', schreef de Amerikaanse dichter e.e.cummings al. Plunder nieuwe stijl ís vooruitgang. Oorlog is een gat in de markt, om Kamagurka eens te parafraseren. En als er nog geen gat is, dan slaan we het toch even?

Waarom dus niet een oud militair aangesteld om de wederopbouw van Irak te regelen? Voormalig generaal Jay Garner, sinds kort hoofd van de Office for Reconstruction and Humanitarian Assistance, is bovendien directeur van een bedrijf (SY Coleman) dat de technische ondersteuning leverde voor de Patriot-raketten waarmee Irak werd aangevallen. Hulporganisaties mogen dit dan een `worst-case scenario' noemen, maar voor iemand met een gezond gevoel voor zaken is het natuurlijk alleen maar een voordeel.

Waarom briesen over cynisme, morele dilemma's en neo-koloniale praktijken terwijl je ook humanitaire hulp kunt bieden en daar nog iets aan overhoudt? Amerikaanse bedrijven die warme banden onderhouden met de Republikeinen maken tenminste kans op een contract van 900 miljoen dollar voor de wederopbouw van Irak, het eerste van vele. Groot-Brittannië heeft inmiddels ook het licht gezien en is nu aan het lobbyen voor subcontracten. Waarom zou Nederland daar eigenlijk bij achterblijven? Dat deden we in de zeventiende eeuw wel beter.

Om Issa nog eens te citeren: ,,Wat zouden Nederlanders ervan vinden als de Nederlandse overheid besluit om kaas te schenken aan het Iraakse volk en er zat geen Hollandse bij?'' Hoewel de vergelijking enigszins scheef gaat – wil Issa de Iraakse mobiele abonnementen soms ook gaan weggeven? – draagt hij ons hier wel zomaar een briljant idee aan. ,,We moeten ophouden het braafste jongetje van de klas te zijn'', zei ook de secretaris van werkgeversorganisatie VNO-NCW laatst in de Volkskrant over internationale hulporganisaties. Kortom: Oil For Cheese! Hoog tijd voor de Nederlandse politici om aan het regeren te slaan en het land weer enig internationaal aanzicht te geven. Want Nederland is al lang niet meer het braafste jongetje van de klas, het is het wat simpele jochie dat nog op het schoolplein ruzie staat te maken terwijl de rest van de kinderen al lang met een nieuw spelletje is begonnen.

Ook sluit Issa's suggestie goed aan bij ons Irak-beleid tot dusverre. Géén militaire steun, wel culinaire. Bovendien is het een mooie manier om bepaalde Nederlandse producten, waar wij hier geen afzetmogelijkheden meer voor zien, toch nog een goede bestemming te laten vinden. Nederland, let op uw saeck! Oil For Hobby-Chickens From The Buffer Zone!