Drie keer bekeurd voor 100 rand. Koopje!

De auto begon net een beetje tempo te maken. Het was een vroege zaterdagochtend, het asfalt nog koud, en Johannesburg lag als een anderhalf uur oude herinnering achter ons. Nog 1.400 kilometer naar Kaapstad, zei de wegenkaart, en nu al passeerden we de afslag naar Parys. Verkeersborden in Zuid-Afrika: altijd lachen. Zo was de lunch gepland in Virginia, het avondeten in Suurbraak en de overnachting in De Rust. Maar dan moesten we eerst nog even stevig doorrijden.

En ineens stond hij daar. Op het midden van de weg. Hij kwam zo onverwacht achter de struiken in de berm van de weg vandaan dat zelfs het soezende hondje op de achterbank er van schrok. Met zijn belachelijk woeste gebaren deed het mannetje op de stippellijn denken aan de loodsen die op vliegdekschepen straaljagers de weg wijzen. Maar in Zuid-Afrika doen alleen verkeersagenten zo raar.

Terwijl ik hard op de rem moest om de agent niet te raken, gingen links en rechts auto's met een slakkengang voorbij, een keurige 120 kilometer per uur. De schijnheilige lafaards. Agent liet een gemene glimlach zien. Dit werd een vette bekeuring.

Natuurlijk was dit niet de eerste keer dat er een politieman voor de auto sprong. Aan eerdere ervaringen hadden we zelfs leuke herinneringen overgehouden. De eerste was op de weg naar de grens met Mozambique. Een aardige kerel. Toen hij hoorde dat we niet wisten hoe hard de auto ging omdat de kilometerteller al tijden stuk was, geloofde hij ons meteen. Terwijl hij met gebogen hoofd terugliep naar zijn wagen, leek hij bijna teleurgesteld over zijn eigen inschikkelijkheid.

De tweede ervaring was op de weg naar Durban. Dat was kantje boord. De camera had veertig kilometer te hard geregistreerd en de ambtenaar leek vastberaden een boete uit te schrijven. Totdat ik begon te liegen. Dat ik op weg was naar het vliegveld. Dat ik een verhaal over het machtige Zuid-Afrika zo snel mogelijk in Nederland moest zien te krijgen. En hoe geweldig aardig zijn landgenoten tot dat moment geweest waren. ,,Ja, we zijn schappelijke mensen'', zei hij, toen zijn collega even niet keek. ,,Vooruit dan maar weer.''

Maar de diender van Parys had geen tijd voor kwezelarij. ,,Hon-derd-twee-en-vijf-tig-kilo-met-er- per-uur'', spelde hij de rode cijfers op het laserpistool. Trillend van opwinding ging zijn rechtervinger over het grote bekeuringenboek. ,,Dat is dus ne-gen-hon-derd rand''. Het weekend was nog maar anderhalf uur oud en nu al honderd euro kwijt. Ik probeerde zo onopvallend mogelijk te slikken.

,,Hoeveel ben je bereid te betalen'', vroeg hij met dezelfde gemene glimlach waarmee hij voor de auto was gesprongen. Gekke vraag. Liefst niets natuurlijk, maar dat leek met hon-derd-twee-en-vijf-tig-kilo-met-er op de teller een kansloos voorstel. ,,,Vijftig rand'', probeerde ik. Agent keek alsof hij nodig naar de wc moest. ,,Honderd rand?'' Hij glunderde weer.

Een korting van 90 procent. Een koopje, dacht ik en wachtte geduldig tot agent zijn bonnenboekje trok. Maar agent hield alleen zijn hand op: ,,voor de lunch''. Dat ik nu pas in de gaten kreeg dat we in de brandende zon, bij de afslag naar Parys, hadden staan onderhandelen over de omvang van de lunch van een corrupte ambtenaar was natuurlijk onvergeeflijk. Naïef gestuntel van een beginneling in Afrika.

Maar hé, dit is Zuid-Afrika. Hier hoef je niet de halve ambtenarij om te kopen voor een stempel, zoals op de rest van het continent. Hier gaat de fractieleider van de regeringspartij gewoon vier jaar achter de tralies omdat hij met zijn hand in de pot heeft gezeten. Hier lieg je jezelf met een glimlach onder een bekeuring vandaan. Hier noemen agenten zichzelf ,,schappelijk.''

Agent zag de aarzeling. ,,Luister'', zei hij bijna vaderlijk. ,,Het is alsof je op een landmijn stapt. Je kunt niet meer terug, daar is het al te laat voor.'' Ik dacht aan mijn eigen euforie over de 90 procent korting. Toen ik nog in dromenland was. En aan de twee agenten die de leugens wel hadden geslikt. Honderd rand voor drie overtredingen, dat was eigenlijk nog steeds een koopje.

Gretig griste agent het biljet uit mijn handen. Terwijl ik de motor weer startte, kwam in de achteruitkijkspiegel een andere auto wel heel snel dichterbij. We hoorden allemaal zijn juichkreet. ,,Hon-derd-zes-tig-kilo-meter''. De lunch voor zondagmiddag was ook al binnen.