D'n Eddy gooit alles in de strijd

Ondanks alles kijkt Eddy Planckaert (44) morgen naar de televisiebeelden van de Ronde van Vlaanderen, de klassieker die hij in 1988 won. De oud-renner werd onlangs persoonlijk en zakelijk failliet verklaard. Hij is met de dood bedreigd, heeft aan zelfmoord gedacht. ,,Ik dacht: verdoeme, het is rap gebeurd.''

Het kronkelende kiezelpad naar het jachthuis in de Ardennen kan de vergelijking met de beklimmingen in de Ronde van Vlaanderen moeiteloos doorstaan. De heer des huizes heeft gewaarschuwd voor naderend onheil: ,,Neem de voiture met de hoogste wielophanging!'' Vorige week kregen de postbode en een journalist ook al autopech. De weg naar huize Planckaert is bijna onbegaanbaar door de stenen, kuilen en plassen. Bij aankomst wacht een warm onthaal: het halve gezin staat op de stoep, vader Eddy laat nog even op zich wachten.

Het erf heeft uitzicht op niemandsland. Het glooiende terrein lijkt wel een sloopbedrijf, compleet met verroeste vierwielers, opgevoerde motoren en kapotte racefietsen. Het huis heeft geen stromend water en geen gasaansluiting. Zonder het technisch inzicht van zoon Francesco – vernoemd naar de Italiaanse wielerkampioen Moser – zou het helemaal behelpen zijn. Bij gebrek aan elektriciteit heeft hij in het dennenbos een noodaggregaat geïnstalleerd. Om patatten te bakken start hij de motor van een afgedankte auto die met een kabel is aangesloten op een defecte generator. Gevolg: een hevig geronk en een enorme rookpluim. En stroom.

Een cameraploeg van de Belgische commerciële televisiezender VTM draait deze middag op batterijen. De uitzendingen van VTM worden ondertiteld wegens het Oost-Vlaamse dialect van de familie Planckaert. Het decor is een mengeling van Pipo (bontgekleurde woonwagens) en Swiebertje (scheve hoed en stoppelbaard van Eddy). De heer des huizes meldt zich later dan afgesproken. ,,Ik ben precies op schema voor het oude uur'', verwijst hij met een brede grijns naar de wintertijd.

VTM filmt het wel en wee van de familie Planckaert, zoals het ook een populaire docu-soap maakt over het gezin Pfaff. De kijkcijfers zullen nog hoger uitvallen, verwacht de regisseur. De voormalige voetbalkeeper Pfaff leidt een luxe leven. De voormalige wielerkampioen Planckaert moet op een houtje bijten. De hoofdpersoon in de nieuwe serie heeft weinig te verbergen en kan het geld goed gebruiken. Het tv-contract is met Francesco afgesloten, om de schuldeisers van zijn vader niet wakker te schudden. Eddy: ,,We gaan er met z'n allen iets leuks van maken. Ze mogen alles filmen, maar niet onder de lakens en ik ga ook niet met mijn blote kont door het beeld lopen.''

De gewezen miljonair zegt zich niet te schamen voor de armoedige omstandigheden en vermaakt zich schijnbaar kostelijk met het dagelijkse bezoek. De programmamakers hebben hun apparatuur nog niet opgeborgen of ze worden achtervolgd rondom het huis. D'n Eddy gooit alles in de strijd: windbuks, jachtgeweer, pijl en boog. Het hele gezin ligt krom van het lachen. ,,Humor kunnen ze nooit van iemand afnemen'', zegt hij eerst. ,,Mensen die lachen hebben meestal veel te verbergen'', erkent hij later.

Twee maanden geleden werd Planckaert persoonlijk en zakelijk failliet verklaard. Hij was weer voorpaginanieuws in België. Er kwamen giften, leningen en steunbetuigingen uit het hele land. De winnaar van Parijs-Roubaix, Omloop Het Volk en de Ronde van Vlaanderen is nog niet vergeten. ,,Heel plezant hoe de man met de klak reageerde. Niemand nam mij de schulden kwalijk, iedereen kent mij als een eerlijk mens. Ik kreeg zelfs vijf euro van een gehandicapte. Ik voelde me bijna een schooier. Ik ga dat briefke inpakken en symbolisch begraven op een rustplaats hier op het terrein.''

Bijna iedereen had medelijden met de clown van het peloton, de speelvogel die in 1991 wegens een rugblessure met wielerpensioen ging. Hij ging als houthandelaar in Oost-Europa aan de slag. Eerst in Litouwen, waar hij 180 man in dienst had. Later in Polen, waar 130 mensen voor hem werkten. Geruchten over maffiapraktijken staken de kop op. Een ding is zeker, vertelt de jongste en meest talentvolle van de drie wielerbroers, Willy, Walter en Eddy. ,,De Planckaerts zijn geen zakenmensen.''

Spontaniteit maakt plaats voor schuchterheid als het dubbele faillissement ter sprake komt. De schuldeisers tonen mededogen, maar voor hoe lang? Hij staat ook nog in het krijt bij zijn zus. Een gevoel van schaamte kan hij niet onderdrukken. ,,Dieper kan een mens niet vallen. Ik ben in de val gelopen. Ik vertrouwde blindelings op mijn twee compagnons, die ik heb opgeraapt en losgelaten. Als mensen geld of macht ruiken, veranderen ze in beesten. Er staat nu een schitterend bedrijf, dankzij mijn inspanningen.''

De houthandel in Litouwen bleek een vrijplaats voor omkooppraktijken. Planckaert was voor negentig procent aandeelhouder van een bedrijf dat op illegale wijze werd geleid. Hij voelt zich bedrogen, niet vernederd. ,,Die smeerlappen mogen allemaal mijn kloten kussen. Vroeg of laat zullen ze spijt krijgen van hun diefstal. Ze zijn nu schatrijk met mijn geld, maar ze kunnen één pot bier drinken en één wagen rijden. Ik word weer gelukkig, zij niet.''

Hij vertelt over de mentale en fysieke bedreigingen door louche zakenlieden. ,,Ik werd op een dag achterna gezeten door drie sukkelaars. Kleine mannekes, niks bijzonders. Ik had eentje net goed geraakt met de blote vuist, toen een ander mij te lijf ging met een honkbalknuppel. Ik was helemaal weg en werd wakker aan de hand van een oud vrouwke. Ik dacht: `verdoeme, het is rap gebeurd'. Ik had die dag toevallig honderdduizend franken op zak, allemaal kwijt natuurlijk. Wat een miserie!''

Berooid en bebloed keerde hij terug naar België, waar zijn echtgenote Christa en de drie kinderen hem letterlijk op de been hielpen. Na een lichte aarzeling praat hij stilletjes over deze inktzwarte periode. ,,Mijn leven is keihard afzien. Ik heb serieus gedacht aan zelfmoord. Ik heb geen schrik van de dood. Dat moet juist het allermooiste zijn. Als ik boven ben, ga ik op de vuist met God. Waarom heeft hij een wereld geschapen waarin onschuldige kinderen vermoord worden?''

Hij vertelt over zijn boek dat binnenkort in de handel ligt. Het levensverhaal gaat over positiviteit. Hij schrijft vaak in het bos, achter in de tuin. Poedelnaakt gezeten op de grond en voorzien van whisky en wierook. Hij wilde een handgeschreven, ongecorrigeerde versie. Zijn uitgever heeft hem overtuigd van de normale procedure. ,,Het wordt een heel gevoelig boek met veel diepgang. De titel wil ik u alvast prijsgeven: `Waarom?' Ik ga binnenkort nog naar Parijs en Amsterdam om inspiratie van de grote stad op te doen. In Brussel en Antwerpen laten ze me niet met rust.''

Het jachthuis van de familie Planckaert is eigendom van een boswachter in ruste. Uit bewondering voor de gevallen wielerheld stelt hij de leegstaande woning gratis ter beschikking. Eddy was al een poosje op zoek naar een afgelegen plek, zoals hij die leerde kennen in de bergetappes van de Tour de France. Hij was een uitblinker in de sprint en won in 1988 de groene trui van het puntenklassement. Als een zwakke klimmer reed hij altijd in het achterveld, genietend van het natuurschoon in de Alpen en de Pyreneeën. Hij verruilde zijn domicilie in het vlakke Vlaamse land voor de heuvelachtige Ardennen. Hij heeft geen buren, wel herten en reeën in de nabije omgeving. Wie niet op de hoogte is van zijn miljoenenschuld, zou haast jaloers worden.

,,Ik ben uit de gevangenis gekropen en heb mijn vrijheid terug. Ik hoef niet de rijkste op het kerkhof te zijn. Ik ben mijn franken kwijt, niet mijn eer en mijn gevoel. Ik ben misschien een stommerik geweest, wel eentje met een schoon geweten. Als renner heb ik altijd goed verdiend. Ik wilde nog meer geld om arme kinderen te kunnen helpen. Laat mij een kleine communist zijn, wat is daar op tegen? Er zijn al genoeg egoïsten op deze wereld.''

De vraag rijst hoe hij zich staande heeft gehouden in de wielerwereld, toch ook niet overlopend van altruïsme. Hij stond bekend als flierefluiter die de teamgeest aanwakkerde met practical jokes. Hij reed jarenlang in dienst van Panasonic, de ploeg van Peter Post. ,,Ik was een buitenbeentje met mijn yogaleer. Ze noemden mij de goeroe. Ik was stiekem blij met een tweede plaats, ik gunde anderen het succes. Ik heb wel eens in de remmen geknepen. De Tour was niks voor mij, een commercieel circus. De renners waren net slaven. We werden weggestopt in oude hotelletjes. Nee, wielrennen is een fantastische, maar ook een kleinzielige wereld. Ik heb nooit goesting gehad terug te keren.''

In januari 1998 baarde hij opzien door in een tv-interview met Hugo Camps gebruik van epo en extracten van ongeboren lammeren toe te geven. Hij werd verketterd in wielerkringen. Zijn eigen broers keerden hem tijdelijk de rug toe. Hij had de omerta geschonden. Over verboden middelen hoor je niet uit de school te klappen, leert het wielermilieu. Een half jaar later trof de Franse justitie in de Tour halve apotheken met epo aan. ,,Ik heb toen rap gelijk gekregen'', zegt Planckaert vijf jaar later. ,,Ik heb geen seconde spijt van mijn uitspraken. Gans de wielerwereld stond op zijn kop. Wat een hypocrisie! Iedereen weet dat er toen (beginjaren negentig, red.) epo werd gebruikt. Ik heb willen waarschuwen. Moesten er nog meer renners steendood vallen? In mijn tijd was wielrennen een gevaarlijke sport. Wij hadden geen doktoren, maar kwakzalvers. Ze experimenteerden met spullen waar niemand weet van had. Nu is alles uitgezuiverd. Ik had liever in deze tijd gekoerst.''

Nog steeds wordt de wielersport geassocieerd met stimulantia die de prestaties bevorderen en de gezondheid bedreigen. Is hij niet bang dat zijn zoon Francesco, een 21-jarige belofte die ondanks chronische knieklachten binnenkort een profcontract hoopt te tekenen, in een vervuild nest terecht komt? Planckaert: ,,Ik heb er schrik van dat hij koerst. Hij heeft helaas het talent van zijn vader meegekregen. Wie ben ik om hem tegen te houden? Hij is mijn beste vriend. Nietwaar?''

Francesco knikt en haast zich vervolgens weer naar het noodaggregaat in het dennenbos; moeder Christa wil soep klaarmaken. Vader Eddy slaat haar vol bewondering gade. ,,Ik heb heel veel geluk gehad met mijn vrouw. Zij iets minder met mij. Het valt niet mee met zo'n smeerlap te leven.''

Gierend van de pret pakt hij zijn jachtgeweer en verdrijft het bezoek naar de boze buitenwereld.