Spoorzoeken in een oorlogshotel

Het kan niet anders of de grotemensenwereld moet in de ogen van een kind vaak ondoorgrondelijk zijn. Wat doen volwassenen de hele dag? Raadselachtige wezens zijn het, die zich vreemder gedragen naarmate de omstandigheden extremer zijn, zoals in oorlogstijd. Vanaf het moment dat de zesjarige Ronny op 10 mei 1940 de eerste bommenwerpers hoort overvliegen verandert er veel in zijn leven dat hij niet begrijpt. Ook die eerste oorlogsdag is anders dan hij had verwacht: `Héél in de verte klinken donderslagen, verder gaat alles zijn gewone gangetje. Waarom rent er niemand weg? Waarom zie je geen soldaten met geweren? Er is toch oorlog?'

Ronny woont met zijn ouders en zusje in Amsterdam, boven hotel-restaurant Atlantic waarvan zijn vader directeur is. Het is jarenlang een goedlopende gelegenheid die bezocht wordt door `zakenlieden, diamantbewerkers en vakbondsbestuurders, bekende artiesten en geleerden.' Maar tijdens de Duitse bezetting blijven steeds meer gasten weg; met sommige klanten die nog wel komen heeft Ronny's vader Jacob geheimzinnige onderonsjes, merkt de jongen die hen stiekem gadeslaat. Als een onverschrokken Dick Bos, de door hem bewonderde stripheld-detective, gaat hij al gauw `ieders gangen na. Hij moet en zal het geheim van hun hotel ontraadselen.'

De journaliste en historica Mirjam Elias boekstaafde in Het verlaten hotel de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog van haar echtgenoot, de fotograaf Ronald Sweering. Zijn belevenissen hebben iets van een avonturenverhaal, maar er is uiteraard een schaduwzijde. In een nawoord beklemtoont Sweering ten overvloede dat de oorlog voor `ons kinderen' een bange en onzekere tijd was: `lachen wordt iets vreemds.'

Ook Elias is ervan doordrongen dat ze de lezer niet op het verkeerde been moet zetten en zo vermeldt ze al in de tweede zin van het boek dat de familie `erge honger' heeft. Om te voorkomen dat er iets tussen de regels blijft hangen verwoordt ze alles expliciet en legt ze dingen, soms meer dan eens, duidelijk uit. De geschiedkundige in haar heeft tijdens het schrijven bovendien een nadrukkelijke vinger in de pap gehad, zodat begrippen als razzia, SD, WA, Kristallnacht (opgenomen in een verklarende woordenlijst achterin) in keurige volzinnen worden toegelicht door de figuren en zelfs door kinderen.

Haar houtenklazenstijl rekt het verhaal niet alleen onnodig op, het hindert ook het lezen. Toch doorzetten is echter aan te raden. Het onderwerp is ontegenzeggelijk interessant. Naast alle bestaande jeugdliteratuur over de oorlog is dit een nieuw en andersoortig boek. Ronald Sweering heeft veel meegemaakt, want hotel Atlantic is een centrum van illegaal verzet. Vader Jacob Sweering helpt tientallen mensen onderduiken; op een van de zwart-wit fotootjes in het boek is zijn restaurant met het verlaagde plafond te zien waar hij mensen verborg.

Deze verboden praktijken ontgaan de jonge Ronny niet; de heroïek ervan inspireert hem tot het oprichten van een kinderverzetsgroep. Als zijn vader op een dag in de gevangenis aan de Amstelveenseweg belandt waar hij wekenlang verhoord wordt door de SS, maakt de groep vergaande plannen om hem te bevrijden. Op het nippertje ontsnapt Jacob Sweering aan de dood – niet dankzij de kinderen, maar met hulp van twee bevriende Duitse officieren.

Het dieptepunt voor Ronny is als zijn joodse vriendje Willy, die hij een tijdlang dagelijks opzoekt in de kelder waar hij is ondergedoken, wordt opgepakt. Ronny zweeft op dat moment tussen leven en dood wegens een ernstige middenoorontsteking. Pas als hij uit het ziekenhuis komt hoort hij het verschrikkelijke nieuws en hij denkt dat hij alsnog zal sterven, van verdriet.

Het drama is – hoeveel varianten er ook van bestaan – uniek en treft als een dreun op het hoofd. Uiteindelijk leg je Het verlaten hotel dan ook pas weg als het uit is.

Mirjam Elias: Het verlaten hotel. De Fontein, 287 blz. €16,98. Vanaf 11 jaar.