Onderzoek `slordigheid' Fuchs

Amsterdam stelt het afscheid van oud-Stedelijk directeur Rudi Fuchs tot nader order uit in verband met een onderzoek naar zijn integriteit. Wat er aan vooraf ging.

De `zaak Fuchs' begon in april 2002. Zakelijk directeur van het Stedelijk Stevijn van Heusden werd er door een medewerker op geattendeerd dat vijf als bruiklenen geïmporteerde kunstwerken van Karel Appel niet in het museum waren. Van Heusden vroeg Fuchs om opheldering, en won advies in bij het gemeentelijke Bureau Integriteit, een expertisecentrum waar onder meer accountants, oud-rechercheurs en oud-ambtenaren van VROM en Justitie werken.

Het Bureau staat onder toezicht van de Commissie Integriteit, waar burgemeester J. Cohen voorzitter van is. Als er rond een ambtenaar of bestuurder vermoedens van niet integer gedrag bestaan en een mede-ambtenaar geeft dit aan, zoals hij verplicht is te doen, volgt een intern onderzoek. Als hieruit voldoende concrete vermoedens van een strafbaar feit naar voren komen, kan aangifte worden gedaan bij justitie. Sinds de oprichting van het Bureau in 2001 zijn op deze manier 180 gemeenteambtenaren schuldig bevonden aan zaken als corruptie, fraude en diefstal. Het leidde 32 keer tot ontslag, al dan niet voorwaardelijk. In de overige gevallen werden disciplinaire maatregelen als overplaatsing of het inhouden van salaris getroffen.

Het Bureau Integriteit adviseerde Van Heusden om de vermiste Appels bij wethouder van Cultuur H. Belliot te melden. Cohen gaf vervolgens opdracht tot een beperkt vooronderzoek. In augustus hadden zowel Fuchs als Karel Appel schriftelijk verklaard dat het vijf bruiklenen betrof en zich verontschuldigd voor hun ,,slordigheid''; de werken kwamen alsnog naar het museum. Toch besloot Cohen op 26 augustus dat er een breder onderzoek moest worden uitgevoerd. Het Bureau Integriteit buigt zich nu, met hulp van de FIOD en de douane, niet alleen over de vijf werken van Appel, maar ook over de manier waarop het Stedelijk ,,de afgelopen drie jaar te werk is gegaan bij het naar Nederland brengen van kunstwerken''. Of er inmiddels aangifte bij justitie is gedaan, is niet duidelijk.

Rudi Fuchs was al eerder het onderwerp van geruchtmakende onderzoeken naar zijn functioneren. Toen hij in 1993 het Haags Gemeentemuseum verliet, bleek hij verantwoordelijk voor budgetoverschrijdingen van in totaal negen miljoen gulden over een periode van vijf jaar. Een negatieve beoordeling bleef uit: hij was al eervol ontslagen, en het Haagse college hield het museum-management mede-verantwoordelijk. In Amsterdam werd Fuchs meer aan banden gelegd: vanaf 1994 moest hij alle aankopen waarmee hij het budget overschreed voorleggen aan het college. Toch kampte het Stedelijk een paar jaar later met grote tekorten.

Op verzoek van de ondernemingsraad kreeg Fuchs in 2000 voormalig topambtenaar van OCW Stevijn van Heusden naast zich als tweede directeur. In februari 2002 werd Van Heusden algemeen directeur, en kreeg hij ook officiëel de leiding over het geld en de nieuwbouw; een ,,formalisering'' van de situatie sinds zijn aantreden, aldus de gemeente. Fuchs was er voortaan alleen voor het artistieke beleid. Toen hij in 2000 uit een overzicht van declaraties van wethouders en directeuren naar voren kwam als de `biggest spender' van Amsterdam, verdedigde toenmalig cultuurwethouder S. Bruines hem: wie een internationaal meetellend museum wilde leiden, moest nu eenmaal veel reizen. ,,Alles was met mij en geld te maken heeft, roept een zekere gevoeligheid op'', gaf Fuchs zelf eens als laconiek commentaar.

Fuchs legde zijn functie als Stedelijk-directeur op 1 januari neer, maar hij is tot 1 mei officiëel in gemeentelijke dienst. Dan gaat hij met aangepast vervroegd pensioen. Voor de gastcolleges kunstpraktijk die hij vanaf 1 september gaat geven aan de Universiteit van Amsterdam, wordt hij niet betaald.