Hof verlicht straffen in Clickfonds

Het Amsterdamse gerechtshof heeft vanochtend de straffen verlicht die de rechtbank had gegeven in een groot aantal Clickfondszaken, de fraudezaak tegen Amsterdamse beurshandelaren.

In geen enkel geval werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gegeven. Wel bleven de veroordelingen in stand. Effectenhandelaar E. Swaab, een van de hoofdverdachten in de beursfraudezaak, kreeg een voorwaardelijke celstraf van een jaar en een boete van twee miljoen euro. Het OM had een gevangenisstraf van drie jaar en drie miljoen euro boete geëist. Twee voormalige effectenhandelaren en een ex-medewerker van een pensioenfonds, die samen met Swaab volgens het hof deel uitmaken van een `criminele organisatie', kregen taakstraffen, voorwaardelijke celstraffen en boetes van 125.000, 150.000 en 200.000 euro.

Het hof strafte in de zaak-Swaab opnieuw de omstreden rechtshulpprocedure met Zwitserland af. Volgens het arrest is Swaab in een rechtshulpverzoek ten onrechte in verband gebracht met drugshandel en is dit te zien als een ,,ernstige schending'' van zijn belangen. Mede hierdoor werd de straf gematigd. De celstraf is verder voorwaardelijk gehouden vanwege Swaabs gezondheidstoestand.

Het hof achtte bewezen dat Swaab de medeverdachten heeft omgekocht. Hij zou geld hebben verstrekt ,,voor winsten als gevolg van verstrekte adviezen en inlichtingen.'' Daarmee is een van de weinige `beursfraude'-aspecten uit het Clickfondsonderzoek veroordeeld. Het Swaab-complex, dat het OM overigens bij toeval op het spoor kwam, is een van de twee grote onderzoekslijnen in Clickfonds. In de andere onderzoekslijn viel een taakstraf, een voorwaardelijke celstraf en een geldboete voor een ex-belastingadviseur. Een loonbelastingaffaire bij het voormalige effectenhuis Leemhuis en Van Loon leidde tot een kleine geldboete. Omdat Swaab cliënt was bij de voormalige zakenbank Bank Bangert Pontier (BBP) stuitte het OM daar op een constructie waarmee de belasting werd ontdoken.