Paniek over een longziekte

Presentator Frits Barend merkte het gisteren op in een gesprek met viroloog Goudsmit: ,,In China en Hongkong zijn ze gespecialiseerd in mondkapjes.'' En inderdaad, ik zie die witte maskertjes al jaren in beelden van drukke Aziatische straten. De lucht is daar smerig. Soms zijn de lapjes nieuws. Dat was toen de grote zomerse bosbranden voor het eerst aan de orde kwamen. Inmiddels is de jaarlijkse rookmist daar normaal geworden. Maar nu dienen de mondkapjes als vignet voor de paniek over de ziekte SARS. Het zullen er vast meer zijn dan gebruikelijk, maar dat zou ik bij de uitleg willen horen. Elke actualiteitenrubriek brengt de nutteloze, witte smetvrees-niqaabjes in beeld. De hele avond door dienen massa's gemaskerde Chinezen op de metroroltrap als antireclame voor vakantie in het Verre Oosten. Kennelijk spreken de filmploegen geen Chinees. Er wordt nooit aan iemand gevraagd waarom hij zo'n mondkap draagt. En evenmin vertellen de ongemaskerde mensen waarom ze een mondkap onnodig vinden.

Die details zijn belangrijk. Juist de onbekendheid met wat gaande is veroorzaakt de internationale paniek, te beginnen bij de landen waar de ziekte vandaan komt. ,,Voor een individu is het risico minimaal, ook in de getroffen gebieden'', antwoordde WHO-arts Thompson vanuit Genève in BBC Newsnight op de adequate vraag van Jeremy Paxton of het niet overdreven werd. De kans dat iemand eraan sterft is minuscuul. De verspreiding verloopt trager dan bij griep en een Britse arts vond het negatieve reisadvies een goede test voor als zich een nog besmettelijker ziekte voordoet. Thompson zag wel een verhoogd risico voor ziekenhuispersoneel dat de patiënten opvangt. De ontdekker van de ziekte, een WHO-arts, is er in Vietnam aan overleden en daar schrikken de mensen van.

Een kleine berekening: in Hongkong zijn 685 gevallen op een bevolking van 6,7 miljoen, ongeveer eentienduizendste van de bevolking. Daarvan zijn zestien mensen overleden. Een op de 400.000 Hongkongers is dus tot nu toe overleden aan SARS. Waarschijnlijk is het meer, hoewel de statistieken van Hongkong wel enigszins betrouwbaar schijnen te zijn. Maar van een massale epidemie en grote risico's voor Hongkonggangers lijkt me geen sprake. Daarom vond ik het verhaal gisteren in Twee vandaag over een Nederlands rugbyteam dat naar Hongkong was gegaan te paniekerig. De KLM had aangekondigd passagiers uit Hongkong te ondervragen voor ze op reis gaan. Zo'n ondervraging is al zo lek als een mandje, want mensen kunnen later ziek worden. De koene verslaggever had ontdekt dat de maatregel afgelopen maandag nog niet was ingevoerd. In mijn gedachten zag ik die rugbyers hier hun bacillen verspreiden, maar ze zijn kennelijk nog kerngezond, dus ondervraging had niets opgeleverd. Het bericht had met meer relativering kunnen worden gebracht.

Erger is het gesteld met Guangdong, de aan Hongkong grenzende provincie waar SARS onder de met eenden en varkens samenlevende bewoners zou zijn ontstaan. Daar worden 1.146 gevallen gemeld op een bevolking van 73 miljoen. Die exactheid is schijn, zoals in moslimlanden waar aids niet zou voorkomen. Vergeleken bij Hongkong is het cijfer te laag om zonder voorbehoud te melden, zoals de BBC deed. De overheid vergroot de paniek met onbetrouwbare informatie. Er is een kleine kans dat de ziekte wordt verspreid door virusdragers die nauwelijks ziek zijn. Dan valt het niet te controleren. De internationaal bekende Nederlandse viroloog Osterhaus zei in Nova en Netwerk dat hij dat nog moet onderzoeken.

We weten niets, maar je moet die onzekerheid in perspectief zetten. Dat deed Journaal-verslaggever Gerri Eickhof gisteren heel goed door vanuit zijn hooggelegen hotel de bombardementen op Bagdad te filmen. Je stelt je archiefbeelden van het brandende Rotterdam voor, maar het bleek anders. De camera overzag een heel stuk Bagdad in de stille lentemorgenstond met rook van in brand gestoken oliegrachten op de achtergrond. In de verte flitste een vlam op en klonk later een luide knal, daarna elders. Maar de rest van de stad bleef rustig en ongedeerd, de hanen kraaiden door en de vogels zongen, zoals bij een zomers onweer. Zeker, het was verschrikkelijk, alle inwoners waren misschien wakker, er vielen ter plekke doden en gewonden, maar de ellende bleef begrensd. Het was geen Dresden of Berlijn.