Naaktportret van Amerika

Existentialistische en sombere speelfilms over teenage angst eindigen vaak met het schokeffect van een zelfmoord; Ken Park, de laatste film van ex-fotograaf Larry Clark (en zijn co-regisserende cameraman Ed Lachman), begint ermee. Dat het leven van sommige Amerikaanse tieners zo liefdeloos is dat ze er net zo goed uit kunnen stappen, zoals titelheld Ken Park, is een gegeven. Het gaat Clark, Lachman en scenarist Harmony Korine, die eerder Clarks debuut Kids schreef, om de overlevers.

Misschien is deze omdraaiing van het cliché wel een van de belangrijkste redenen waarom de tamelijk misantropisch ogende film bijna mild, om niet te zeggen vrolijk stemt. Het is een aanzienlijke verdienste van de makers, omdat de feitelijke gebeurtenissen niet bepaald verheffend genoemd kunnen worden.

In het Californisch woestijnstadje Visalia valt weinig te beleven, behalve een vitale skaterscultuur. We maken kennis met de vrienden van Ken Park, die allemaal gruwelijke relaties met hun ouders onderhouden. Een neukt 's middags stiekem de moeder van zijn officiële vriendinnetje, de ander masturbeert met een plastic zak over zijn hoofd bij een kreunende tennisspeelster op de televisie, en vermoordt even later zonder duidelijke reden zijn zorgzame grootmoeder. Dan is er een jongen die 's nachts seksueel benaderd wordt door zijn vader en een meisje dat geslagen wordt door haar religieus fanatieke pa. Kortom, Ken Park mag dan een low-budgetfilm zijn, in Amerika had de financiering van een zo pervers verhaal nooit kunnen lukken. De Frans-Nederlandse coproductie, geïnitieerd door Kees Kasander, is een nieuw bewijs voor de kloof tussen het officiële Amerika aan de ene kant en Europa en het onofficiële Amerika aan de andere zijde. Het zou raar zijn om Ken Park als een realistisch verhaal op te vatten, maar het ruikt wel naar een soort waarheid, een naaktportret van de achterkant van het superieure Amerika van George W. Bush: daar wonen aardige, soms wrede mensen die het niet gemaakt hebben in de wereld.

Niet de ouders zijn de monsters in deze vertelling, maar de samenleving die zich zo weinig bekommert om authentieke warmte en waar de interactie tussen ouders en kinderen stoelt op desinteresse en machtsmisbruik. De seksscènes tussen de tieners onderling, zoals een langdurig gefilmd triootje aan het slot, zijn niet pornografisch of ranzig, zoals Clark vaak verweten wordt, maar schattig, als vorm van onbekommerde, troostende lust. Het aardige van Ken Park is dat er een alternatief wordt geopperd voor de gapende leegte. Je zou het bijna een lieve film gaan noemen.

Ken Park. Regie: Larry Clark en Ed Lachman. Met: James Ransone, Tiffany Limos, Amanda Plummer. In: Kriterion, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis; 't Hoogt, Utrecht; Images, Groningen; Lux, Nijmegen.