Hollands Dagboek: Paula van der Oest

De wereldpremière van `Zus&Zo' was op 12 september 2001, en de première in Nederland op 6 mei vorig jaar. En toen regisseur Paula van der Oest (37) landde in L.A. voor het Oscarfeest, was de oorlog net begonnen. `Nog een uur voor we in de limousine moeten. Doe ik nu wel of niet mijn mooie jurk aan?'

Woensdag 19 maart

De vorige keer dat ik het Hollands Dagboek schreef, beviel ik in één week van zowel mijn zoon als van mijn eerste speelfilm. Nu, zes jaar later, zit ik in het vliegtuig, naar Los Angeles, omdat mijn derde speelfilm Zus&Zo is genomineerd voor een Oscar. De tussenliggende jaren leken een zuchtje. Ik zou bijna vergeten dat daartussen nog een kind, en nog een speelfilm werden gemaakt. Om van alle andere gebeurtenissen, groot en klein, maar niet te spreken.

Ik schrijf al dagboeken sinds mijn jeugd. Schrijven is een manier om je gedachten te ordenen. Dat wist ik natuurlijk nog niet toen ik op mijn negende woedende pagina's volschreef over mijn zusje die zich altijd onttrok aan de afwas, of over jongens die niet op mij, maar steevast op mijn beste vriendin verliefd werden. Ik heb nu een hele rij dagboeken. Af en toe teruglezen geeft een enorm inzicht in hoe een mens zich ontwikkelt en met welke karaktereigenschappen hij/zij steeds weer in de problemen komt. Of het tot een Oscarnominatie brengt. Of beide. Ik heb jammer genoeg zo weinig tijd om te schrijven tegenwoordig. Ik hou niet erg van vliegen, maar het enige voordeel is dat zich tien ongestoorde uren voor me uitstrekken.

Later die dag, na geland te zijn in LA: Bush lijkt zich te gaan houden aan zijn ultimatum van 48 uur. Samen met Harry Ammerlaan, de production designer van mijn film, kijk ik in de bar van het hotel naar CNN, en maak mee hoe de oorlog tegen Irak begint. Daar staan we dan, dizzy van de jetlag, ons welkomstwijntje voor ons, trots op de nominatie maar met enorm bezwaard gemoed over deze oorlog die Bush de wereld door de strot heeft geduwd.

Donderdag

Oorlog of geen oorlog, de zon schijnt hartstochtelijk in Los Angeles. Met wat meer zonne-uren per dag zouden Nederlanders heel andere mensen zijn. De dag begint met CNN, en ik erger me nu al aan de propagandamachine die dit televisiestation lijkt te zijn. Oorlogsretoriek. En commercials. En leaders. Het is ook niet niks om 24 uur per dag te moeten vullen met nieuws. Dan gaat het al snel een deel van de tijd over het maken van dat nieuws. Ik ben depressief wakker geworden. Ik heb te doen met de wereld, maar misschien nog wel meer met mezelf. Hoe vaak in je leven word je genomineerd voor een Oscar? Had Bush die gefrustreerde wapeninspecteurs niet dat ene maandje kunnen geven om hun werk af te maken?

Na enkele gedeprimeerde interviews heb ik een afspraak met Amy Schiffman, mijn agent, die nadat ze een jaar geleden Zus&Zo had gezien, had besloten dat ze mij wilde vertegenwoordigen. Amy vertegenwoordigt schrijvers en enkele regisseurs. Ik vind haar enorm leuk, ze is intelligent en heeft een geweldig gevoel voor humor. En ze vindt Bush een gevaarlijke gek. Voor de komende dagen heeft ze een aantal meet&greets; voor me gepland bij studiohoofden en producenten.

's Avonds, als ook Jacqueline de Goey, de producente, samen met haar zusjes, René Mioch, cameraman Robert, wat mensen van productiemaatschappij De Luwte en Claudia Landsberger van Holland Filmpromotion is gearriveerd, eten we buiten op Sunset Boulevard. Jacqueline vindt dat ik toch moet proberen te genieten van deze bijzondere dagen. En ze wil er niet van weten dat ik mijn prachtige Hollywoodjurk, ontworpen door Addy van de Krommenacker, wil verruilen voor een stemmige zwarte jurk. Ze zegt dat ze iedereen maar hypocriet vindt. Er worden elke dag oorlogen gevoerd en elke minuut sterft er wel iemand van de honger. Trekken wij ons daar ooit iets van aan? Wordt daar ever een feestje minder om gevierd?

Vrijdag

Wakker worden, televisie aan. Een boze, verdrietige vader houdt een foto van zijn gesneuvelde zoon richting camera en zegt: George W. Bush, you took away my son! Daarna zie ik een generaal met omfloerste stem verklaren dat de natie rouwt om zijn dappere helden, en onmiddellijk daarna verklaart dezelfde vader in de studio ,,in de war'' te zijn geweest, niet toerekeningsvatbaar door de shock. Ik doe de televisie uit. De actrices, Sylvia, Anneke, Monic en Halina, arriveren. Sylvia wist tot een uur voor vertrek niet of ze wel moest gaan.

De Oscarceremonie bijwonen betekent niet achter de oorlog staan, zeg ik haar. Ze is opgelucht te horen dat de Spaanse regisseur Aldomovar, iemand die in zijn eigen land een enorme demonstratie tegen de oorlog heeft geleid, toch komt. Ik verzwijg mijn gedachten over enkele sterren die hebben aangekondigd niet te komen. Heel principieel, zeker, maar het gaat vooral ook over hun eigen geweten.

's Avonds is er een cocktailparty. Tot mijn verrassing krijg ik het certificaat van de nominatie uitgereikt door de prachtige Anjelica Huston, die een hartverwarmende speech houdt over Zus&Zo. Ik voel me vereerd!

De acteurs worden veelvuldig geroemd, en terecht. Ze zijn ook geweldig.

Zaterdag

Zou ik hier willen wonen? Als ik hier een film kon maken? Het weer is wel goddelijk. We ontbijten op het terras van het Beverly Hilton, bij het zwembad. De actrices gedragen zich of ze nooit iets anders hebben gedaan. In de grote zaal van de Academy wordt een symposium gehouden met de regisseurs van de buitenlandse films. Het forum is interessant en geanimeerd. Er zitten zeker 800 belangstellenden in de zaal! Amerikanen houden echt veel meer van film dan Nederlanders. Als ik vertel dat ik blij ben dat het gemiddelde bioscoopbezoek in Nederland omhoog is gegaan van één keer per jaar naar anderhalf keer per jaar, barst de zaal in lachen uit.

Ik bel mijn kinderen, die heel vrolijk zijn en vragen of ik de prijs al heb. Nog niet, liefjes, morgen.

's Avonds ben ik met Amy op het feest van Dreamworks. Tamelijk surrealistisch om omgeven te zijn door alle sterren die je je maar kunt voorstellen. Ik neem me voor om het feest niet te verlaten voor Steven Spielberg de hand te hebben geschud en doe dat dan ook. Hij is enorm vriendelijk, één van de weinigen wiens ogen tijdens het gesprek niet over je heen blikken om te kijken of er niet een interessanter iemand voorbij komt. Hij zegt dat hij mijn film zal gaan bekijken.

Zondag

Ik heb nog steeds geen last van zenuwen. Vreemd. Ik heb een live interview met de BBC en moet 10 seconden voor aanvang aan de presentator vertellen wie ik ben. Twee onnozele minuten later sta ik weer op straat. Terug naar het hotel. Mijn kamer is in beslag genomen door twee make-up dames en hun spullen. Jacqueline en de actrices keren terug van de kapper en ik zit maar een beetje in de zon op het terras. Help. Waarom word ik ineens overspoeld door intens melancholieke gedachten over het leven en het mijne in het bijzonder? Ik mis een gen. Dat van ongecompliceerd zijn. Altijd al last van gehad. Ik probeer wat speeches-voor-het-geval-dat te bedenken. Moeilijk. Na lang gepieker kom ik op het volgende: veel mensen, en vooral zij die de wereld regeren, verdelen de wereld in goed en kwaad. Ik denk dat het leven gecompliceerder is, dat mensen die goed proberen te doen niet zelden aan de verkeerde kant eindigen, en vice versa. En dat is misschien wel mijn sterkste drijfveer als filmmaker om dat steeds weer te onderzoeken, die scheidslijn.

Vind dat toch ook weer pretentieus. Nog een uur voor we in de limousine moeten. Doe ik nu wel of niet mijn mooie jurk aan? Ach, what the hell. Ik ben genomineerd voor een Oscar.

We vertrekken. We zijn prachtig. Zes vrouwen in het lang. De portiers van het hotel houden de deur voor ons open. Iedereen staat op elkaars sleepje. Giechelend rollen we de stretched limo in.

Aangekomen bij het Kodak Theatre proberen we zo lang mogelijk te doen over het kleine stukje red carpet dat nog is overgebleven. De ceremonie begint. We zijn er echt, en voor ons zitten ze echt allemaal. Nicole en Jack en Daniel D. en Rene en JLo en Meryll en Scorsese en nog veel meer. Wij zijn de elfde categorie en de zenuwen slaan nu toch wel toe. Als Selma Hayek de envelop openvouwt en begint: `and the Oscar goes to....' bonkt mijn hart in mijn keel. Germany, zegt ze, en even denk ik dat ze het verkeerd heeft. Het is Holland, het is Zus&Zo! Maar nee, we hebben hem echt niet gewonnen. Gek genoeg doet het geen pijn. Dit is allemaal te bijzonder. En de nominatie heeft al zoveel opgeleverd.

We gaan na afloop naar het `Governors Ball', een diner. Iedereen is uitgelaten en we ontmoeten allerlei mensen. Ik bel naar huis om te vertellen dat ik de Oscar niet heb gewonnen. Dus je bent een loser, mam, zegt Thijs teleurgesteld. Bij het weggaan worden René Mioch en ik tegengehouden en we moeten ons kaartje laten zien. De kaartjes zitten in de tas van Jacqueline die juist op de roltrap naar beneden stapt. De mannen vinden dat we onze eigen kaartjes bij ons moeten hebben. Omgeven door vier kleerkasten van bodyguards worden we meegenomen naar een kantoor waar al iemand in de handboeien zit en worden we als suspects geregistreerd. Ik maak huilend van woede een enorme scène en uiteindelijk worden we vrijgelaten. Helaas kunnen we de limo niet meer vinden en na anderhalf uur wachten, alle feestjes zijn al afgelopen, gaan we maar terug naar het hotel om daar aan de margarita's te gaan...

Maandag

The day after. Ik heb talloze afspraken met belangrijke mensen. De wereld lijkt aan mijn voeten te liggen. Maar ik wil toch ook films blijven maken in eigen land. Ik vind overigens wel dat in dat eigen land de voorwaarden om films te maken moeten verbeteren. Film is duidelijk niet de hoogste prioriteit van het kunstbeleid, en het wordt hoog tijd dat dat verandert.

Dinsdag 25 maart

Naar huis. Ik verlang naar huis, ik heb mijn gezin gemist. Om elf uur landt het vliegtuig en anderhalf uur later sta ik op het schoolplein. Het is heerlijk om Thijs en Antje in mijn armen te kunnen sluiten. Hier hoor ik, toch, eigenlijk. Maar die zon, daarginds...? Ach, we zien wel.