Bevroren tunnel 2

Bevriezing van grond om deze beter te kunnen bewerken, is niet bij de Westerscheldetunnel voor het eerst in Nederland toegepast. (`Graven in een ijscilinder', W&O, 8 maart). Al meer dan 100 jaar geleden werd bij de boringen voor mijnschachten deze methode gebruikt. Uit het jaarboek van het Oudheidkundig en Cultuurhistorisch Genootschap Landgraaf 1997-1998 pag. 24 staat te lezen dat men in 1899 bij de aanleg van de Willem-Sophiamijn te Spekholzerheide gemeente Kerkrade begon met twee schachten af te diepen. Deze schachten waren de eerste in Nederland die volgens de bevriesmethode gebouwd werden. In 1900 werd op 60 m diepte het vaste gesteente bereikt. Aan de eerste schacht is 20 maanden gewerkt.

Uit de beschrijving van de Oranje-Nassaumijn (pag. 38): In 1912 werd een schacht met een middellijn van 6 meter gedolven in Heerlerheide. Deze schacht werd afgediept volgens de bevriesmethode. Men begon met een krans van diepboringen in de waterhoudende deklagen tot aan het vaste gesteente. In deze boringen circuleerde door buizen een door ijsmachines diep onder nul gekoelde loog. Na tal van maanden ontstond een zuil van hard bevroren grond, waarin de schacht werd uitgehouwen. De schacht in Heerlerheide kwam in de recordtijd van 11,5 maand gereed.