Bagdad: waardig leven of eerzaam dood

Tussen de korte Amerikaanse luchtaanvallen door herneemt zich in Bagdad telkens weer het dagelijks leven. Van de `ontzagwekkende opdonder' die het Pentagon had beloofd, is nog geen sprake.

Het was vanmorgen rustig in Bagdad nadat de Iraakse hoofdstad in het afgelopen etmaal twee luchtaanvallen te verwerken had gehad. Er was bijna geen autoverkeer. De buurtwinkels waren open en veel stadsbewoners benutten de adempauze om boodschappen te doen.

De bomaanslagen van gisteren waren veel zwaarder en dichter bij het centrum dan de dag ervoor. Van twee van de drie gebouwen in het ministeriële complex aan de Tigris stonden vanmorgen alleen nog de uitgebrande geraamtes. Zwaailampen en luchtafweergeschut verlichtten gisteren de avondlucht terwijl de Tomahawk-raketten weer neerkwamen op Bagdad. De luchtaanval duurde maar vijftien minuten en leek zeer doelgericht. Van de shock and awe, de `ontzagwekkende opdonder', die het Pentagon had beloofd, was nog geen sprake.

De twee gebouwen van het ministeriële complex werden vrijwel tegelijkertijd geraakt. De voltreffers vernielden een van de presidentiële paleizen van Saddam Hussein en het ministerie van Planning. Onmiddellijk brak brand uit en een dikke zwarte rookpluim markeerde het getroffen doel. Drie andere, verder weg gelegen doelen waren ook geraakt, wat aan vuur en rook was te zien. Het zou onder meer gaan om een kantoorgebouw van tien verdiepingen, dat door vice-premier Tariq Aziz werd gebruikt.

Terwijl de bommen gisteravond vielen, liet de Iraakse televisie de hele tijd patriottische liederen horen en beelden ven soldaten in ganzenpas, afgewisseld met oude opnamen van de Iraakse president Saddam Hussein die met een geweer in de lucht schiet en naar een menigte wuift. Op de radio werden de strijdliederen voortdurend onderbroken door oproepen om de Amerikaanse invasie te weerstaan en om op God te vertrouwen. ,,Wij zijn een legendarische natie, edel en grootmoedig'', schreeuwde een vrouwenstem op de radio. Daarna kwam een andere oproep: ,,Ja, ja, tegen Saddam Hussein.''

Overdag zwommen er gisteren tieners in de modderig Tigrisrivier alsof er niks aan de hand was. En ook de vissers waren uitgevaren zoals elke andere dag. Journalisten werden door de autoriteiten in drie Mercedes-Benz-busjes door de hoofdstad gereden. Ze zagen voor het eerst twee tanks in de binnenstad. Ze waren voor opritten geparkeerd maar het was niet duidelijk welke gebouwen ze bewaakten. Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken stonden vrachtwagens met luchtafweergeschut.

Militieleden spraken met zelfvertrouwen, gekruid met een vleugje fatalisme. ,,We zijn op alles voorbereid'', zei Hussein Alwan, een 47-jarig lid van de regerende Ba'athpartij. ,,Voor Irakezen is het een kwestie van leven of dood, een waardig leven of een eerzame dood.''

De mogelijkheden van vrije nieuwsgaring voor journalisten in Bagdad zijn uiterst beperkt. Overal waar ze gaan en staan worden ze vergezeld door `oppassers' die over hun veiligheid moeten waken. Ze mogen hun satelliettelefoon uitsluitend gebruiken in het ministerie van Informatie, een zeer waarschijnlijk doelwit voor een Amerikaanse aanval. Zeker acht buitenlandse tv-ploegen hebben onbemande camera's op het dak van het ministerie gezet om een eventuele inslag te filmen.