Aanval geopend

DE MILITAIREN ZIJN AAN ZET. Vanmorgen vroeg is de aanval op Irak geopend met kruisraketten en precisiebombardementen. Daarmee is een nieuwe politieke realiteit geschapen die het debat tussen voor- en tegenstanders van de oorlog in één klap heeft gerelativeerd. In tijden van oorlog zijn de vragen en de keuzes simpel, in de termen die president Bush al in een vroeg stadium heeft gebruikt: Either you are with us, or you are with the terrorists. Het is een grove simplificatie van een gecompliceerd conflict, dat door de Amerikanen en de Britten echter wel zo wordt beleefd. Met name voor de Amerikanen valt het moorddadige regime van Saddam Hussein samen met de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon.

De wereld is er niet van overtuigd geraakt dat deze zienswijze klopt en dat de oorlog tegen Bagdad een legitieme vergelding is van de aanslagen van 11 september 2001. Deze krant heeft op 8 maart jongstleden geschreven dat de motieven voor een aanval op Irak `niet deugen' en het `laakbaar' genoemd een oorlog te beginnen zonder de steun van de Veiligheidsraad. Ook vandaag zien wij weinig in de Bush-doctrine, die een preventieve oorlog mogelijk maakt op basis van indirecte aanwijzingen. Een beleid van assertieve afschrikking – dat in de Koude Oorlog conflicten heeft voorkomen – in combinatie met grootschalige wapeninspecties heeft te weinig kansen gehad.

DE INTERNATIONALE GEMEENSCHAP heeft van dit conflict in politiek opzicht een opzienbarende puinhoop gemaakt. De Verenigde Naties, de Veiligheidsraad, de Europese Unie, de NAVO – deze dragers van de internationale rechtsgemeenschap zijn misbruikt voor luide onderlinge oppositie en hebben in aanzien ingeboet. De averij die de VN hebben opgelopen is groot, hoewel de volkerenorganisatie ook deze crisis wel te boven zal komen. De wereld heeft de VN nu eenmaal nodig. Het begrip `geallieerde' lijkt voorlopig uit het vocabulaire verdwenen. De prille Europese eenwording op veiligheids- en defensiegebied is tot stilstand gekomen. Een gezamenlijk buitenlands beleid lijkt verder weg dan ooit. De Europese Unie probeert zich in het nieuwe vacuüm enigszins verweesd een houding te geven. Voor de Franse en Duitse opstelling dreigt, zeker bij een snelle en succesvolle oorlog, een Amerikaanse afrekening. De transatlantische band is gereduceerd tot de as Washington-Londen-Madrid. De NAVO is voor een identiteitscrisis geplaatst: welke rol kan en wil zij in de toekomst nog spelen?

AAN DE casus belli tegen Irak twijfelen we, maar niet aan oorlog als laatste middel. Het staat vast dat de Verenigde Naties al twaalf jaar tevergeefs proberen Irak te ontwapenen. Het regime in Bagdad heeft genocide gepleegd, onderdrukt de eigen bevolking en toonde met de aanval op Iran en met de inval in Koeweit aan dat het een gevaar is voor de stabiliteit in de regio. Het Iraakse volk heeft recht op eerbiediging van de mensenrechten en moet kunnen profiteren van de rijkdommen van het land. Niemand bestrijdt dat Irakezen vrij moeten zijn van fysieke dwang en geestelijke slavernij. Oorlog is een politiek laatste redmiddel dat ingezet mag worden om die doelen te bereiken als alle andere opties zijn uitgeput. Over de vraag of dat het geval was, verschilt deze krant van mening met de VS en het Verenigd Koninkrijk. Maar op de vraag van Bush – bent u voor ons of voor de terroristen – moet het antwoord zijn dat de Amerikanen en de Britten uiteindelijk voor de goede zaak strijden. Waar het nu om gaat is het humanitaire lot van het Iraakse volk, inperking van de schade en de politieke, sociale en economische wederopbouw van Irak als de strijd eenmaal voorbij is.

OP HET PROCES dat tot oorlog leidde, was veel aan te merken en dat is de afgelopen weken dan ook volop gebeurd. Het ware beter geweest als de VS vaart hadden gezet achter een twee-statenoplossing voor het Palestijns-Israëlische vraagstuk. Het ware beter geweest als Washington meer internationale steun had verworven voor het oorlogsdreigement als sluitstuk van het pokerspel met Bagdad. Het ware beter geweest als Parijs niet als stoorzender had gewerkt. Het ware beter geweest als er aan meer wapeninspecteurs meer tijd was gegund. Het ware beter geweest als president Bush een overtuigend bewijs had kunnen overleggen van actieve betrokkenheid van Irak bij Al-Qaeda. Maar zoals de zaken vandaag staan, is dat allemaal niet meer van groot belang. Nu de oorlog is begonnen, moeten president Bush en premier Blair worden gesteund. Die steun kan niet blijven steken in verbale vrijblijvendheid. Dat betekent dus politieke steun – en als het moet ook militaire.