Mister Hurdles `deed zijn best'

De Britse hordenloper Colin Jackson heeft gisteren afscheid genomen als atleet. Aan de statuur van een groot kampioen kleeft het smetje van een ontbrekende olympische titel. ,,Maar ik ben trots dat mijn wereldrecords nooit zijn verbeterd.''

De Amerikaan Allan Johnson dacht gisteren na de finish dat niet hij maar Colin Jackson wereldkampioen 60 meter horden was geworden. De Brit sloeg namelijk onmiddellijk linksaf om aan zijn ereronde te beginnen. De olympisch kampioen van 2000 was oprecht verbaasd toen zijn naam als winnaar op de borden verscheen. Johnson was even op het verkeerde been gezet, omdat Jackson had besloten, ongeacht het resultaat, een feestelijk rondje te maken in de National Indoor Arena van Birmingham, waar hij op 36-jarige leeftijd, na achttien jaar, bij de WK indooratletiek afscheid nam van de wedstrijdsport.

Jackson liep in Birmingham allerminst zijn finest race, want tegen zijn gewoonte in werd `Mister Hurdles' vijfde in een teleurstellende tijd van 7,61 seconden. Maar het kon de man die als hordenloper – op de olympische titel na – alles heeft gewonnen wat er te winnen viel, niks schelen. Hij had zich voorgenomen van zijn afscheidsdag een feestdag te maken. Een wereldtitel zou voor hem bijzaak zijn geweest; daarvoor was zijn carrière al volmaakt.

De opluchting verlost te zijn van een gedisciplineerd bestaan was gisteren merkbaar groot bij de zoon van Jamaicaanse ouders. Iedereen die hem na afloop van zijn laatste race wilde spreken kreeg antwoord, geen handtekening werd geweigerd en voor elke camera poseerde hij met een big smile. Daarvoor hoefde de scheidende hordenloper zijn gezichtsuitdrukking niet aan te passen, want na de race was de lach al op zijn gezicht gebeiteld. En de persconferentie na afloop was nu eens geen straf, maar een gezellige bijeenkomst met oude bekenden. Hij kreeg van een Britse verslaggever zelfs een fles wodka cadeau. Om eindelijk eens van het leven te genieten, luidde de begeleidende boodschap.

De vrijgezel Jackson besefte maar al te goed dat het de afgelopen dagen geen zin had volgens zijn gebruikelijke, strakke toernooidiscipline te leven. De control freak zou in ernstige gewetensnood zijn gekomen. En dus gaf Jackson zich over aan plichtplegingen waarvan hij voorheen gruwde. De gelouterde atleet verbleef tegen zijn gewoonte in in het atletenhotel, liep voorafgaande aan het WK recepties af en had na vele weigeringen in het verleden zich eindelijk door de staf van de Britse ploeg tot team captain laten benoemen.

De traditie wil dat de team-captain de avond voor een groot kampioenschap een oppeppende speech voor de complete ploeg houdt. De Nederlander Charles van Commenee was er donderdagavond als technisch-directeur van de Britse atletiekbond getuige van. ,,En je komt niet weg met een toespraakje van een paar minuten'', zei ik tegen hem. ,,De speech van Jackson viel overigens tegen, terwijl in een persoonlijk gesprek elke zin van hem raak is. Maar hij is niet zo'n redenaar. Bij de speech van hinkstapspringer Jonathan Edwards zat iedereen op het puntje van zijn stoel. En de 1.500-meterloopster Kelly Holmes sprak net zoals ze loopt: met het schuim op de mond. Maar Jackson stak een verhaal vol gemeenplaatsen af. Veel verder dan de aanbeveling `doe je best' kwam hij niet. Maar toch was het wel bijzonder.''

Allicht werd Jackson na zijn laatste finish herinnerd aan zijn grootste teleurstelling: het missen van olympisch goud. Een atleet van zijn statuur had olympisch kampioen moeten zijn, maar het is er nooit van gekomen. Zijn manager Robert Wagner denkt de oorzaak te kennen. ,,Colin moest bij Olympische Spelen altijd in het atletendorp verblijven. Hij haatte dat, omdat hij bij toernooien gewoon was zich af te zonderen in een hotel en zich te omgeven door zijn vaste begeleiders. Maar het Britse Olympisch Comité heeft hem die uitzonderingspositie altijd geweigerd.''

Jackson gaat persoonlijk niet gebukt onder die omissie. ,,Omdat ik afscheid neem als wereldrecordhouder 60 meter horden (7,30 seconden, red.) en 110 meter horden (12,91 seconden, red.)'', zegt hij. Bovendien is hij tweevoudig wereldkampioen outdoor en één keer indoor. Naast zijn vier Europese titels en twee Commonwealth-kampioenschappen heeft Jackson alle reden trots te zijn op zijn erelijst, die ook nog eens 25 kampioenschapsmedailles omvat. Jackson, toen hem naar de waarde daarvan werd gevraagd: ,,Je legt ze terzijde en kijkt er niet meer naar om. Maar toen ik laatst die plakken voor een fotosessie uit de kast haalde, kwam het verleden tot leven. En het deed me meer dan ik had verwacht; ik realiseerde me plotseling dat ik heel veel heb gewonnen.''

Gevraagd naar zijn hoogte- en dieptepunt hoefde de hordenloper niet lang na te denken. ,,Mijn grootste teleurstelling beleefde ik in 1992 bij de Spelen. Ik verkeerde destijds in de vorm van mijn leven, maar als gevolg van een pijnlijke rib werd ik slechts zevende. Mijn hoogtepunt kwam het jaar daarop bij de WK. Ik werd kampioen in een wereldrecord van 12,91 seconden. En ik ben er trots op dat die tijd nooit is verbeterd. Dat ik het jaar na de Spelen die perfecte race liep, is de dierbaarste herinnering aan mijn carrière.''

Eenieder uit zijn kennissenkring, schetst Jackson als een aimabele man en een voorbeeldig sporter. Manager Wagner: ,,Buiten de baan bestaat er geen vriendelijker mens, maar eenmaal erop verandert hij in een vechtjas.'' En Van Commenee: ,,Zijn beroepsernst is uitzonderlijk. Een voorbeeld: bij de Britse kampioenschappen, waar hij geen enkele tegenstand had, zag je na afloop Jackson in een hoekje zijn cooling down doen. Hij verzorgde zijn lichaam extreem goed, omdat hij wist dat er altijd nog belangrijke wedstrijden volgden. Om die reden heeft hij het ook achttien jaar als topatleet volgehouden.''

Shaun Pickering, een Britse oud-kogelstoter die in Amstelveen een bedrijfje in sportmarketing runt, kent Jackson uit de tijd dat ze samen deel uitmaakten van de atletiekploeg van Wales. ,,Eigenlijk was hij niet eens de beste hordenloper van zijn lichting. Dat was John Ridgeon. Maar Ridgeon moest stoppen wegens een blessure. Jackson wordt ook niet gezien als de grootste Britste atleet, omdat hij de olympische titel mist. Voor het publiek is dat tienkamper Daley Thompson en voor de journalisten 800-meterloper Sebastian Coe. Persoonlijk denk ik dat Jackson daar wat populariteit betreft tussenin zit. Hij is ook een goed zakenman. Zijn slechte kanten? Ik zou het niet weten. Of het moet zijn dat hij in 1994 niet voor Wales aan de Commonwealth Games deelnam, omdat hij bij wedstrijden in Japan veel geld kon verdienen. Dat werd hem in Wales niet in dank afgenomen. Voor de Welsmen hoef je niet talentvol te zijn, maar je moet wel altijd inzet tonen en klaar staan voor het land. You have to leave your body on the pitch. Maar het meest kenmerkende aan Jackson vind ik het respect voor zijn talent. Dát heeft hem groot gemaakt.''

Jackson is een man die investeert in vriendschappen. Manager Wagner: ,,Ik werd eind 1999 gevraagd hem op een dag op te halen van het vliegveld in München. Zonder dat ik het wist, reed hij naar de Audi-fabriek in Ingolstadt. Daar stonden twee cabriolets klaar. Hij wees er één aan en zei: `Mijn nieuwe auto.' Vervolgens wees hij op de ander: `En die is voor jou.' Een cadeautje, omdat hij in dat jaar zowel wereldkampioen indoor als buiten was geworden. Een traditie is eveneens dat we na afloop van het buitenseizoen samen een around-the-world-vliegticket kopen. Dit jaar gaan we eind maart al, omdat Jackson voor het buitenseizoen een contract als atletiekcommentator heeft getekend bij de BBC, waar hij gaat samenwerken met Michael Johnson, de legendarische Amerikaanse 200- en 400 meterloper.''

Buiten zijn jaarcontract voor de Britse omroep heeft Jackson geen vastomlijnde toekomstplannen. Hij heeft alleen besloten met zijn vriend, de oud-olympisch kampioen 110 meter horden Mark McKoy, twee boeken te schrijven over zijn leven als atleet. En verder wordt Jackson later dit jaar betrokken bij een fitness- en lifestyleprogramma in Groot-Brittannië. Maar dat is het vooralsnog. En coachen? Met een afwerend gebaar: ,,Nee, nee, ik zal nooit coach worden. Ik ben daar als perfectionist totaal ongeschikt voor.''

    • Henk Stouwdam