Lopen door het Luik van Simenon

Georges Simenon vertrok jong naar Parijs, maar bleef een Luikenaar. In het `jaar van Simenon' bezocht Hans Buddingh' de geboortestad van de uitvinder van de psychologische politieroman.

Even buiten het centrum van Luik voelt de wereld een beetje anders. Steek de Pont des Arches over naar Outremeuse, of neem de Passerelle voor voetgangers. Een bijna onwezenlijke rust, eenvoudige, soms wat morsige huizen, bescheiden straten. Weinig lijkt veranderd sinds Georges Simenon begin vorige eeuw opgroeide in deze biotoop voor de kleine burgerij, die als eiland in de Maas ligt. Vlakbij de Pont des Arches staat de kerk Saint Pholien. Georges Simenon situeerde er Maigret en het lijk aan de kerkmuur. Het is de plek waar zijn vriend Joseph Kleine zich in een nevel van alcohol verhing. Ook de oude brug over de Maas inspireerde hem. Als 16-jarige (!) schreef hij zijn eerste roman, Au pont des Arches. De typische stijl van Simenon, die met enkele pennenstreken een sfeer kan scheppen, is al herkenbaar: ,,In het kleine huis heerste een uitzonderlijke drukte, terwijl buiten de oktoberkou de Maas met een waas bedekte en de zware omtrekken van de aken die langs de kade aangemeerd lagen, vervaagden.''

We volgen de `Simenonroute', waarvan de bewegwijzering wegens het honderdste geboortejaar van de schrijver een kleine facelift onderging. In Outremeuse (letterlijk: de andere kant van de Maas) liggen de wortels van het schrijverschap van Georges Simenon. In enkele boeken, zoals in Au Pont des Arches en het sterk autobiografische Pedigree, is Luik het authentieke decor. Maar ook in andere werken zijn Luikse elementen te herkennen. ,,Het is voor iedereen onmogelijk te scheiden van zijn eigen stad en zijn jongste kindertijd'', zei Simenon in een van de vele interviews. ,,Daarom vindt men in mijn romans steeds Luik terug, zelfs als ik ze in Nantes situeer of in Charleroi, omdat ik al mijn boeken nu eenmaal niet in dezelfde stad kan laten plaatshebben.''

Even voorbij de Place de l'Yser – waar Georges om de andere zondag bij de oefening van de burgerwacht naar z'n vader Désiré kwam kijken – ligt de kerk Saint Nicolas. Hier was Georges misdienaar. Recht daar tegenover is het dranklokaal Le Gretry, waar de op deze middag aanwezige mannen met ruwe koppen ongewild op figuranten in een `Maigret' lijken. We slaan de smalle Rue des Recollets in en komen uit in de Rue-Puit-en-Sock, in de jeugd van Simenon al een straat van handelaars en met ook al een tram. Het is de meest genoemde Luikse straat in Simenons boeken. Zijn grootvader, Chrétien Simemon, had op nummer 58 een hoedenmakerij, waar nu een opticien is gevestigd. Hier verzamelde de familie zich op zondag voor de mis in de Saint Nicolas. Vlak ernaast begint de Rue Roture, een onooglijk middeleeuws straatje, waar in Simenons jeugd nog een stroompje van afvalwater doorheen liep. In de Rue Roture – `roture' betekent `niet-adellijk' – kwam Georges' vader als inspecteur van de armenzorg. In deze verzameling van straatjes moet in het klein de drukke, volkse sfeer hebben geheerst die Simenon later weer vond in het Parijs Montmartre.

,,De wijk Outremeuse wordt bewoond door wat ik kleine mensen noem, omdat ik ze niet anders kan definiëren'', schreef hij in Lettres à ma mère. Deze `kleine' mensen zijn in Simenons romans de belangrijkste personages. Hij bewonderde ze om hun streven vooruit te komen in het leven. Zoals zijn door hem geadoreerde vader, die op een verzekeringskantoor werkte. Simenon zelf was niet anders. Hij ging op zijn negentiende naar Parijs. Maar Luikenaar bleef hij. ,,Lidge po tot'', zei hij kort voor zijn dood in 1989 in Waals dialect voor een tv-camera. ,,Luik voor alles.'' Simenon liet dan ook zijn archief na aan de Luikse universiteit, dat colloquia over hem organiseert. Het stadsbestuur doet er al jaren veel aan de nagedachtenis van de meest gelezen franstalige schrijver van de twintigste eeuw in ere te houden. Dat moet ook helpen Luik van z'n grauwe imago te ontdoen.

In Outremeuse liggen overal Simenons voetstappen. Zijn kleuter- en lagere school staan er nog, ook de huizen waar hij met beide ouders en broer woonde, en de oude kazerne waar Simenon diende bij de cavalerie en waar nu kunstonderwijs wordt gegeven. We lopen terug naar de Maas. Maar niet zonder een blik te werpen op La Caque (`de harington') achter de Saint Pholien, toen al een vervallen huis, waar Simenon met de suicidale kunstschilder Kleine en andere bohemiens samenkwam. En op de Rue Capitaine waar begin vorige eeuw al hoeren achter half open gordijnen zaten en de jonge Simenon het 'deed' met een mooie negerin in ruil voor het oude horloge dat hij van vader kreeg. ,,Dat is een van de dingen waarvan ik het meest spijt heb, niet omwille van de moraal, maar omdat ik nog zo graag een herinnering aan mijn vader zou willen'', schreef hij in Quand j'etais vieux.

Via de Passerelle keren we terug in de `stad'. Daar staat tussen stadhuis en politiebureau tot eind september een grote witte tent, waar een uitgebreide expositie over Simenons leven is ingericht. Het plein voor het politiebureau werd vorige maand in aanwezigheid van Simenons zoons John en Pierre omgedoopt in Place du Commissaire Maigret. Een symbolische plek, want hier viste Georges Simenon als piepjonge journalist van de katholieke La Gazette de Liége (toen nog met accent aigue) dagelijks naar nieuws. Hij kon met een in vitriool gedoopte pen tekeer gaan tegen het liberale gemeentebestuur. Tot groot plezier van z'n hoofdredacteur Joseph Demarteau, die het grote schrijftalent in de 16-jarige had ontdekt.

Op de expositie klinkt af en toe uit kleine luidsprekers het getik van een oude schrijfmachine, een scheepshoorn of Simenon zelf. Hij schreef ruim 400 boeken, waarvan 200 onder diverse pseudoniemen. Vanaf de jaren twintig begon hij in Parijs goed te verdienen aan populaire romans met kleurige omslagen, die voor een franc of minder over de toonbank gingen. Simenon, van wie een half miljard boeken zijn verkocht, verkreeg literaire waardering met zijn `romans durs', al bleef het wantrouwen van de literaire klasse hem door z'n veelschrijverij achtervolgen.

Simenon hield in schriftjes precies zijn kosten en verdiensten bij. Van zijn boeken en van zijn artikelen en reportages naar verre oorden als Panama, Tahiti en de Galapagos-eilanden. In vitrines ligt het allemaal uitgestald, van persoonlijke foto's van echtgenotes en kinderen, samen met Joséphine Baker met wie hij een verhouding had, van tochten met z'n boot dwars door Frankrijk, van de jaren in Amerika, en correspondentie, tot de gele enveloppen waarop hij schema's van namen, plattegronden en korte aantekeningen voor z'n boeken noteerde. Ook is de getypte brief te zien voor de reeks van uitgeverij Zwarte Beertjes, waarin hij de Nederlandse lezers uitlegt waarom z'n allereerste Maigret in Delfzijl speelde.

In de grote tent is een aparte ruimte ingericht met aandacht voor Simenons schrijfritueel. ,,Ik probeer mezelfde in trance te brengen'', merkte hij eens op. In een week kon hij een Maigret schrijven, al was hij daarna wel vijf kilo lichter. Aan zijn vriend en collega-schrijver André Gide, een groot bewonderaar van Simenon, schreef hij: ,,Ik heb koste wat kost alle mogelijke levens willen leiden, zodat ik nooit studie hoefde te maken van een personage dat ik niet werkelijk in me had.'' Simenon creëerde met `Maigret' dan ook de eerste psychologische politieroman – geen 'who dunnit' à la Agatha Christie. De lezer bekruipt het gevoel dat hijzelf de dader kon zijn. ,,Ik heb altijd de mens gezocht'', zegt Simenon hardop uit een luidspreker. ,,Begrijpen en niet oordelen''. Voor de expositie is ook een filmzaaltje ingericht. Simenon is 's werelds meest verfilmde schrijver – niet alleen Maigrets. In de films figureren `groten' als Simone Signoret, Alain Delon, Annie Girardot, Fernandel en Jean Gabin. Onvermijdelijk is de aparte ruimte `Simenon en vrouwen'. De schrijver deed het volgens eigen zeggen met 10.000 vrouwen, van wie de meesten prostituees waren. Over zijn drijfveren is een briefwisseling met regisseur en vriend Federico Fellini te zien.

Tot eind september zijn er in Luik vele activiteiten wegens het `Simenon-jaar', waaronder de musical Simenon et Joséphine over zijn relatie met Joséphine Baker, een festival van politiefilms en een tentoonstelling over Simenon als journalist. Literair hoogtepunt is de presentatie in mei van meer dan twintig romans van Simenon in de prestigieuze Pléiade-reeks door Éditions Gallimard. En dan zijn er nog de meer dan honderd restaurants in Luik en omstreken die `recepten van mevrouw Maigret' op hun menukaart hebben gezet. Aanbevolen voor liefhebbers van gemakkelijk op te warmen schotels. Het was de specialiteit van mevrouw Maigret, want ze wist door het politiewerk nooit hoe laat haar man thuis kwam.

Geraadpleegde literatuur:

Christian Libens: In de sporen van Simenon in Luik (2002)

Danielle Bajomée: Simenon. Une légende du XXième siècle (2003)

Georges Simenon: Pedigree (In bundel: Tout Simenon 2, 2002)