Barbaren aan de poort

Heavy metal-fans die gevangenisstraf krijgen omdat ze Satan aanbidden. Een film die verboden wordt wegens `obscene zondigheden'. De orthodoxe islam rukt op in Marokko. In de regering staan de radicale moslims buitenspel.Maar hoe lang nog?

Wekenlang sprak Marokko over de film. Het was alsof regisseur Nabil Ayouch, een jong talent in de bescheiden filmindustrie van Marokko, een Oscarnominatie ten deel was gevallen. Toch heeft vrijwel geen Marokkaan zijn derde speelfilm Lahdat Zalam, Une minute de soleil en moins (Een minuut minder zon) gezien. Tot nader order mag de film niet gedistribueerd worden in Marokkaanse bioscopen. Dit tot grote tevredenheid van de islamitische Partij van rechtvaardigheid en ontwikkeling (PJD), die in het parlement vragen heeft gesteld over het `obscene' karakter van de film.

Lahdat Zalam is een voor Marokkaanse begrippen gewaagde film over de zelfkant van de maatschappij. Het gaat over een politie-inspecteur die in Tanger een moord op een drugssmokkelaar onderzoekt. Tijdens zijn speurtocht komt de inspecteur in contact met een transseksueel en worstelt hij met zijn latent homoseksuele gevoelens. Ook komt er een vrijscène in voor tussen de inspecteur en een vrouw. Een Marokkaanse film, gefinancierd met Marokkaans overheidsgeld over drugssmokkel, travesties, homoseksualiteit en een scène met naakt. Die zondigheden mogen niet bestaan, aldus de orthodoxe moslims, en zo ze bestaan, ze mogen zeker niet worden getoond.

Het weekblad Al Asar, spreekbuis van de militante moslims, schreef de kolommen vol met tirades tegen Ayouch en zijn film. ,,Ayouch weet dat niemand onder de eerlijke Marokkanen zal accepteren dat immorele films met publieke gelden worden gefinancierd.'' Met kunst en cultuur had deze viezigheid niets te maken. Had de nieuwe Iraanse cinema niet bewezen dat het best mogelijk was om internationaal erkende films te produceren zonder pornografie?

Regisseur Nabil Ayouch (35) zucht eens diep. De Marokkaanse filmkeuring wil dat hij de gewraakte scène uit zijn film snijdt, maar zelf peinst hij daar niet over. ,,Het is natuurlijk niet alleen die ene scène, het is het hele verhaal dat ze niet lekker zit'', zegt hij. Internationaal geniet Ayouch erkenning door Ali Zaoua, een film over straatkinderen in Casablanca, die onder meer op het Rotterdams Filmfestival te zien was. Geboren en getogen in Marokko, wonend met vrouw en kind in Casablanca, behoort Ayouch tot een nieuwe generatie Marokkaanse kunstenaars die profiteren van de relatieve vrijheid die ontstond in de nadagen van het koningschap van Hassan II en nu door diens zoon en opvolger Mohammed VI wordt voortgezet.

De film `hoort niet thuis' in de Marokkaanse cultuur, zeggen de orthodoxe moslims. Ayouch zelf hoort eigenlijk ook niet thuis in de Marokkaanse cultuur. ,,Pff, als iemand me uit kan leggen wat dé Marokkaanse cultuur is...'', reageert de regisseur laconiek. Eén ding is volgens hem zeker: de militante moslims in zijn land krijgen veel te weinig tegengas. Marokko's progressieve intellectuele elite steunde hem minder dan hij verwacht had tegen de aanvallen. ,,Marokko is verdeeld. Velen geloven dat je de moslims van de PJD niet te veel moet provoceren en gaan een woordenstrijd uit de weg. Het zijn moeilijke tijden in Marokko. Je weet niet hoe sterk ze zijn. In dit land weet je nooit wat de werkelijkheid is en wat niet.''

Witte jurken

Sinds de PJD bij de verkiezingen vorig jaar september als de derde, snelst groeiende politieke formatie uit de bus kwam, is er iets aan het veranderen in Marokko. Niet zozeer in de regering: de koning benoemde de onafhankelijke technocraat, zakenman en ex-minister van Binnenlandse Zaken Driss Jettou als premier van een kabinet waarin de socialistische partij en de nationalistische Istiqlal opnieuw samen de zetels verdeelden. De moslims bleven buitenspel. Marokko's gevestigde partijen hebben de macht in handen, maar lijken allerminst in staat hun islamitische concurrenten de wind uit de zeilen te nemen. Samen met de Al Adl Wal Ihssane (Rechtvaardigheid en Zorg), de religieus-sociale organisatie van sjeik Abdessalam Yassine, bouwt de PJD rustig door aan het beeld van een beweging die als enige een eind kan maken aan de problemen van het land: de corruptie, de armoede en de uitholling van traditionele waarden door de zittende macht.

Het blijft niet bij woorden en gebeden in de moskeeën. Drie jaar geleden deden militante moslimgroepen een massale invasie op populaire stranden zoals bij de stad Kenitra. Badgasten zagen hun strandplezier plotseling vergald door ,,de baarden'' in hun witte jurken die zich massaal tussen de parasols en de handdoeken in het zand wierpen voor het gebed. Ogenschijnlijk vreedzame acties met niettemin een dreigende ondertoon: het moest maar eens afgelopen zijn met het gemengd en half ontkleed van zon en zee genieten. En wilden de autoriteiten soms verbieden dat een rechtgeaard moslim zijn religieuze verplichtingen op het strand nakwam? ,,De extremisten zijn onder ons, de barbaren hebben de muren van de stad geslecht'', concludeerde het liberale zakendagblad l'Economiste, spreekbuis van Marokko's opkomende middenklasse, met gevoel voor drama.

De parlementsverkiezingen gaven de moslimaanhang nieuwe vleugels. Vorig jaar werd de verkiezing van Miss Marokko opgeschort na protesten uit kringen van de PJD. Moslimorganisaties beklaagden zich openlijk over de westerlingen die de paleizen in de medina's van steden als Marrakech opkopen en opknappen. Opmerkelijk is in de klachten de terugkerende obsessie met drankgebruik en seks. Terwijl de regering grootse plannen heeft om het toerisme nu eindelijk eens fors te stimuleren, verklaarde een van de moslimvoorlieden begin deze maand de oorlog tegen de verkoop van wijn en andere ,,morele misdaden'' die in het kielzog van het toerisme het land binnensijpelen. Dat ging natuurlijk over de jongensprostitutie in toeristenparadijzen als Agadir en Marrakech. Seks, drugs, het verval der zeden: allemaal import uit Europa.

Ook met de cultuur gaat het slecht. De PJD stelde vragen in het parlement over ,,buitenlandse culturele instellingen'' die met hun exposities en voorstellingen ,,losgeslagen waarden'' bevorderen. Dat leidde tot onrust in het overleg tussen de verschillende Europese culturele instellingen, zoals het Institut Français en The British Council in Rabat. Directeur Manfred Ewel van het Goethe-Institut zond zijn ambassadeur een verontrust kattebelletje over de kwestie. ,,De intolerante houding van zeer conservatieve groepen hier valt op'', zegt Ewel desgevraagd. ,,En vaak weten ze niet eens wat we doen.''

De klaagzang uit moslimkring over de culturele verwording lijkt de laatste tijd zijn vruchten af te werpen. Afgezien van de rel rond de film van Ayouch werd Marokko anderhalve week geleden opgeschrikt door een vonnis van een rechtbank in Casablanca in een zaak tegen veertien jonge heavy metal-fans. Hun delict: lange haren, oorringen en `bizarre zwarte kleding' met afbeeldingen van doodshoofden, cobra's en bepaalde symbolen waaronder het pentagram. Aanbidders van Satan, oordeelde de rechter. Hij legde straffen op variërend van een maand tot een jaar gevangenis. De staatstelevisie en -radio deden er het zwijgen toe, maar in de geschreven pers leidde het vonnis tot een algemeen protest vanuit niet-islamitische kring. Het rechterlijke oordeel wordt daar niet gezien als een aanval van gekte in de rechterlijke macht, maar vooral als een krampachtige, van hogerhand opgelegde poging om te laten zien dat de overheid geen excessen tolereert. De familie van de veroordeelde jongens, allen uit de Marokkaanse middenklasse, vroegen zich in een gezamenlijke verklaring af of het vonnis niet uitsluitend bedoeld was om de moslimbeweging tevreden te stellen.

Ook in het leven van alledag werpt de orthodoxe islam zijn schaduw vooruit. En dat valt niet alleen de buitenlanders op. ,,Je ziet iedere dag meer vrouwen met sluiers'', zegt Nabil Ayouch. ,,En niet alleen in de arme wijken, maar ook in de middenklasse en zelfs onder rijke families die er vroeger niet eens over zouden denken.'' Op het werk blijken ineens nadrukkelijk bidpauzes ingelast te worden. In restaurants wordt westerse popmuziek plotseling vervangen door een meer ingetogen Marokkaans muziekje. Meer baarden op straat. Marokko, zo lijkt het, bereidt zich alvast voor op een wisseling van de wacht.

Aziz Rabbah behoort tot de nieuwe generatie gepolitiseerde moslims die de PJD vormgeven. Een hoge ambtenaar in de informatietechnologie op het ministerie van Industrie. Snel pak, een modieus ringbaardje, smaakvolle das en dito bril. We rijden vanaf het station van Rabat naar het partijhoofdkwartier in Agdal, een nabijgelegen wijk met ruime villa's. De Renault Laguna heeft bijna 200.000 kilometer op de teller, maar is nog om door een ringetje te halen. Geen plastic korantekstje bungelend aan de achteruitkijkspiegel of een bidkleedje op het dashboard verraadt dat de bestuurder behoort tot de politieke voorhoedes van de profeet.

Rabbah is lid van het algemene secretariaat, jeugdleider en hoofd van de communicatie van de PJD. En informatie is belangrijk, zo benadrukt hij in gepolijst Frans, want er bestaan misverstanden, veel misverstanden over zijn partij. Goede voorlichting kan daar mooi een eind aan maken. Rabbah is druk in de weer om de website, nu nog in het Arabisch, toegankelijk te maken in het Frans en Engels.

,,Marokko is in een proces van democratisering'', zegt Rabbah, in een ruime vergaderzaal van het hoofdkwartier bij een kopje thee met Marokkaanse koekjes. ,,En wij willen daarin graag positief participeren.'' Aan de wand een enorm spandoek met de vlam in de olielamp, symbool van de partij. Het licht van de rechtvaardigheid in een duistere wereld.

De recente uitspraken zijn wat ongelukkig overgekomen, zegt Rabbah. Natuurlijk, ook zijn partij is voor een verdere ontwikkeling van de filmindustrie. Persoonlijk heeft hij acteurs en zangers onder zijn beste vrienden. Maar pornografie op staatskosten is een andere zaak. ,,Die scènes moeten eruit'', meent Rabbah beslist over de gewraakte film van Ayouch. ,,Er zijn wetten die dat verbieden.'' Ook zijn partij wil de economie en het toerisme stimuleren. Maar dan vooral een ,,cultureel'' toerisme. ,,U komt hier toch ook niet voor de wijn en de discotheken?'', vraagt de woordvoerder. Wijn voor Marokkanen is verboden, dat staat in de wet, zegt hij, zonder mijn antwoord af te wachten. Kinderseks ook. En homoseksualiteit natuurlijk.

Buitenlandse culturele instellingen wil de PJD niet verbieden. Aanpassing aan de moslimwaarden, daar gaat het om. ,,Een toneelstuk met naakte acteurs: dat kan niet. Of drugs op het toneel. Drugs kan je niet als kunst gebruiken'', oordeelt Rabbah. En waar gaat het nu eigenlijk allemaal om, die onrust? ,,We willen alleen de bestaande wetten toepassen, dat is toch normaal? Terwijl het nog niet eens de sharia is?'' Uiteindelijk is de weg naar een morele orde in de maatschappij de sharia, de islamitische wet, zo hebben de leiders van zijn partij wel al laten weten. Om er in één adem aan toe te voegen dat dit niets te maken heeft met afhakken van handen of openbare steniging. Ethiek, rechtvaardigheid, solidariteit en niet te vergeten respect voor de vrouw, daar gaat het bij de sharia om.

Aan de andere kant van Rabat, aan de rand van het fraaie dal waarin de rivier de Bou Regreg glinstert, ligt het praalgraf van koning Mohammed V. De sultan die in 1956 de onafhankelijke staat Marokko onder zijn bewind kreeg, ligt begraven naast de ruïnes van de enorme moskee waar de Tour Hassan fier bovenuit torent. Wie de wachters in hun galakostuum passeert en het mausoleum binnentreedt, belandt op een soort galerij met uitzicht op het graf. Beneden is altijd een koranlezer verdiept in de heilige schrift.

Mohammeds zoon en opvolger Hassan II pakte het reeds bij leven grondig aan en liet in Casablanca een naar hemzelf vernoemde moskee bouwen van ongeëvenaarde afmetingen. Er kunnen 25.000 moslims in. Het plein ervoor biedt nog eens ruimte aan 80.000 gelovigen.

In de winkelgalerij tegenover het parlement in Rabat hangen staatsieportretten van de huidige koning Mohammed VI, terwijl hij op zijn waterscooter over de zee scheurt. Net als zijn vader en grootvader is ook hij een rechtstreekse afstammeling van de profeet en uit dien hoofde de Amir al Mouminine, aanvoerder der moslims.

Marokko is een islamitisch land. De wetten zijn islamitisch, het parlement is islamitisch en het staatshoofd is islamitisch. Het probleem van de opkomende moslimbeweging ligt gevoelig in een land dat zich voorzichtig probeert aan te passen aan moderne tijden, zeggen ook hervormingsgezinde politici. Een duidelijke scheiding tussen religie en staat is ondenkbaar. Zelfs liberale Marokkanen zien het als een taboe waar niemand snel aan zou willen tornen. De militante moslims maken echter handig gebruik van het islamitische karakter van de staat door zich op te werpen als de enige ware verdedigers van een moslimstaat. Een al te rechtstreekse aanval op de orthodoxe broeders kan al snel worden uitgelegd als een pleidooi voor een seculiere staat, zo lijkt de vrees. Of erger, een aanval op het geloof zelf.

Zelf zien ze zich niet als radicaal. ,,U kunt ons het beste vergelijken met onze politieke naamgenoten in Turkije'', zegt Aziz Rabbah. ,,Die hebben trouwens hun naam van ons afgekeken.'' Dat de grondwet in Turkije al tachtig jaar geleden radicaal een einde aan de religieuze wetten maakte, vergeet hij te melden. Niet geheel toevallig lijkt de Turkse PJD voor een gloeilamp als symbool te hebben gekozen, terwijl de Marokkaanse PJD voor de olielamp koos. De partij doet een beroep op een uiterst conservatieve, orthodoxe uitleg van de koran, menen mensenrechtenactivisten in Marokko. Iedere aanpassing, of zelfs de discussie hierover, stuit op hun tegenstand. Het felle verzet tegen de aanpassing van de mudawana, het islamitische familierecht dat een zeer ongelijke rechtspositie van de vrouw behelst, is daar volgens hen een goed voorbeeld van.

Nouzha Skalli, sociaal-democratisch parlementslid en bekend voorvechtster van de vrouwenrechten in Marokko steekt haar minachting voor de radicale moslimbroeders niet onder stoelen of banken. Wat haar ziedend maakt is het alleenrecht op de uitleg van de koran die de radicalen bedingen. De Marokkaanse koning wil meer vrouwenrechten, maar de radicale moslims vertragen de zaak met hun aartsconservatieve klaagzangen. De overige partijen doen het in hun broek, terwijl de werkelijke radicale aanhang schromelijk wordt overdreven, vindt ze. De opkomst bij de laatste verkiezingen was maar 50 procent, dus effectief gezien kunnen ze maar op een procent of twaalf rekenen.,,Fascisten, een stelletje goedgeorganiseerde schapenhoeders, oordeelt Skalli. Met gratis broodjes en donderpreken tegen de joden wordt de aanhang bij demonstraties opgetrommeld. Toch moet ook Skalli toegeven dat ze bang is voor de radicale aanhang. ,,Natuurlijk, want wij zijn verdeeld. En zij zijn één.

Jaren van zieltjes winnen in de achterstandswijken van de grote steden lijkt zijn vruchten af te werpen voor de radicale moslimbeweging. De boodschap is er een van radicale afstand van de gevestigde partijen. Die worden door de kiezer vooral vereenzelvigd met corruptie, met het wanbeheer en de economische malaise. En natuurlijk met het Westen, waar de Marokkanen een tweeslachtige verhouding mee hebben. ,,Kijk'', zegt een jonge Marokkaan in een van de internetcafés van de stad, ,,uiteindelijk hebben we misschien wel veel te danken gehad aan de Fransen. Maar de Amerikanen dreigen nu onze moslimbroeders en -zusters in Irak te bombarderen wegens de olie.'' Koren op de molens van de militante moslims.

In de krantenkiosken van Rabat is nog nooit zoveel openlijke kritiek te lezen geweest als in de afgelopen jaren. De corruptieschandalen, het gekluns van de overheid, ja zelfs de positie van de koning als aanvoerder van de gelovigen kan worden besproken. ,,Goddelijke Monarchie?'' kopte het rebelse weekblad Le Journal, dat het geregeld aan de stok heeft met de autoriteiten, maar nog altijd verschijnt. De vrijheid van meningsuiting is een zaak die in mensenrechtenkringen met hand en tand wordt verdedigd als een stap in de richting van democratisering van Marokko. Maar de aanpak van de radicale moslims zet de vrijheid op scherp.

Vrijdagavond 31 januari bereidde het deel van de burgerij van Casablanca dat een kaartje had weten te veroveren zich voor op een avondje lachen met de populaire Franse komiek Laurent Gerra. Het theater aan de Corniche, Casablanca's strandboulevard, leek evenwel veranderd in een belegerde vesting, compleet met oproerpolitie in gevechtstenue. Laurent Gerra was een `zionist' en een aanhanger van de Israëlische premier Sharon, zo viel te lezen op de spandoeken van overwegend radicale moslims die een verbod op zijn optredens eisten. De politie greep hardhandig in. Linkse mensenrechtenactivisten organiseerden de dagen erna demonstraties voor de negen gearresteerde radicale moslims. Die hadden volgens hen het volste recht om tegen het optreden van Gerra te protesteren. ,,Wij verdedigen mensenrechten van een groep die deze rechten zelf weigert te erkennen'', zegt activiste Hakima Chaoui, die herhaaldelijk is bedreigd door radicale moslims wegens haar pleidooien voor de rechten van de vrouw. Ze moet er zelf om lachen.

Over dit alles hangt de schaduw van een dreigende oorlog in Irak. Saddam Hussein is niet populair en Irak is ver weg, maar op straat aarzelt niemand om meteen zijn solidariteit met de Iraakse broeders en zusters uit te spreken. Twee weken geleden arresteerde de politie Hassan Kettani, een extreme moslimvoorganger die bij de oorlog in Afghanistan reeds had opgeroepen tot een opstand van de moskeeën tegen het duivelse Amerika. Kettani werd na een paar uur weer vrijgelaten, maar de boodschap was duidelijk: geen gedonder van de radicale moslimbroeders rond de oorlog in Irak. Na de aanslag van de elfde september toonde Marokko zich immers een trouw bondgenoot van de Verenigde Staten in de bestrijding van het moslimterrorisme. Veertien Marokkanen zitten vast in het Amerikaanse gevangenkamp in Guantanamo. Op basis van hun getuigenissen werden vorig jaar zomer drie Saoediërs en zeven Marokkanen gearresteerd. Zij zouden een ,,slapende cel'' van Al-Qaeda vormen en met rubberbootjes aanslagen willen plegen op Amerikaanse schepen rond Gibraltar. Vorige week veroordeelde de rechtbank de Saoediërs tot tien jaar gevangenisstraf wegens bendevorming.

Geen zware straf voor moslimterroristen. Toch werd het proces fel bekritiseerd wegens vermeende onregelmatigheden – de rechter werd zonder duidelijke aanleiding vervangen door een ander – en twijfelachtige bewijsvoering. Een woordvoerder van de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie AMDH vertelt dat er sinds afgelopen jaar enkele tientallen Marokkanen en buitenlanders zijn ,,verdwenen'' in geheime detentiecentra in Casablanca en Rabat. Daarnaast zouden de Amerikanen ook gevangenen uit Guantanamo hebben laten overbrengen naar Marokko, omdat de geheime diensten daar minder scrupules zouden hebben met het toepassen van hardhandiger verhoortechnieken.

Ook in liberale kring lijkt men ervan overtuigd dat de militante moslimorganisaties in Marokko het geweld strikt van de hand wijzen en er geen banden zijn met de terreur van Al-Qaeda. Maar het Amerikaanse optreden in Irak bevestigt alleen maar het beeld dat de laatste jaren zo zorgvuldig is opgebouwd van een westerse samenzwering die de moslims onderwerpt aan haar consumptieve oliebelangen en de vernietiging van de Palestijnen, terwijl een oogje wordt dichtgeknepen voor het geweld van Israël. Nu de strijd tegen het terrorisme de draai heeft gekregen van een dreigende oorlog, maken de moslimgroepen overuren. Geen demonstratie tegen de oorlog in Irak of 'de baarden' zijn prominent aanwezig.

Deze zomer zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Voor het eerst kan de jeugd vanaf achttien jaar kiezen, dat betekent twee miljoen stemmen extra. ,,We willen hen overtuigen te gaan stemmen. Op welke partij doet er niet toe'', zegt Aziz Rabbah. De PJD hoopt eruit te springen bij de eerste vier, vijf partijen. In Rabat of Casablanca kan de PJD misschien wel op 20, 30 procent van de stemmen rekenen, zegt hij bescheiden.

Met de wind van een oorlog in Irak in de rug zou de PDJ wel eens in een aantal grote steden kunnen winnen, zo vreest menigeen. ,,We zullen hen moeten bestrijden met woorden'', zegt regisseur Nabil Ayouch. Hij is bang dat niemand in actie komt. Aan hem zal het niet liggen. ,,Het gevecht is nog maar net begonnen.''

    • Steven Adolf