Veel doden in Thaise oorlog tegen drugs

De regering in Thailand heeft de strijd aangebonden tegen drugs. Volgens mensenrechtenorganisaties vallen daarbij wel erg veel dodelijke slachtoffers. Maar premier Thaksin vindt dat men niet moet zeuren. Als oud-politieman weet hij heel goed wat hij doet. Zegt hij.

Chakraphan is negen jaar geworden. Een dodelijke kogel trof het Thaise jongetje uit Bangkok toen hij met zijn moeder vluchtte voor schietende politiemannen die vermoedden dat de vrouw drugs in bezit had.

Driehonderd kilometer ten noorden van de Thaise hoofdstad, in Phetchabun, verdacht de politie Kwanla Puangchomphum en haar man ervan methamfetaminepillen in bezit te hebben. Het echtpaar verliet het plaatselijke politiebureau en werd doodgeschoten. Nog verder noordelijker, tegen de grens met Birma, vond de broer van de oude lycheeplanter Damrong Tanomwaorakun, hem en zijn vrouw Somsi doorzeefd in een auto waarvan de vloer bezaaid lag met speedpillen. Hij vroeg de politie om een onderzoek, tevergeefs, ,,Je broer stond immers op de zwarte lijst'', kreeg hij te horen.

Het is al ruim een maand oorlog in Thailand. Een oorlog tegen drugs. De regering van premier Thaksin Shinawatra trekt vooral ten strijde tegen de zogenoemde ya ba, de goedkope `gekke pil', waaraan liefst vijf procent van de bevolking van 60 miljoen verslaafd is. Driekwart van alle misdaden in Thailand heeft iets te maken met de één miljard roze methamfetaminepillen die jaarlijks uit Birma het land worden binnengesmokkeld. ,,Geef me drie maanden en alle drugs en drugsdealers zijn Thailand uit'', zei premier Thaksin op 1 februari. Sindsdien zijn 1.498 mensen gedood, onder wie een 75-jarige oma, een zwangere vrouw en een 18 maanden oude baby.

Mensenrechtenorganisaties lopen te hoop tegen dit hoge aantal doden – in een normale maand zijn er in Thailand 500 drugsgerelateerde moorden. Ook diplomatieke kringen manen premier Thaksin tot prudentie. In Thailand zelf blijft de kritiek beperkt. Ook van de oppositie. Er valt op dit punt geen politiek gewin te behalen, want 90 procent van de bevolking steunt de oud-politieman Thaksin in zijn harde strijd.

Thaksin verklaarde dat de politie 31 drugdealers uit zelfverdediging heeft neergeschoten en dat drugsbendes zelf verantwoordelijk zijn voor alle overige doden. ,,Ze vermoorden elkaar omdat ze bang zijn dat de ander naar de politie stapt'', zei Thaksin die critici steevast verwijst naar de doctorstitel in de criminologie die hij in 1979 behaalde aan de Sam Houston State University in Texas. ,,Hoe kan ik niet weten wat ik doe?''

De uit het Pakistaanse Lahore afkomstige advocate Asma Jahangir twijfelt daar openlijk aan. Als speciaal rapporteur van de Verenigde Naties heeft zij haar ,,diepe bezorgdheid'' geuit over de gevolgen van de door Thaksin gevoerde oorlog voor het Thaise rechtsstaat. Diens geïrriteerde reactie was dat Thailand zich niets van de mening van buitenstaanders hoeft aan te trekken, zelfs niet als die namens de Verenigde Naties op bezoek willen komen. Jahangir zou poolshoogte komen nemen, maar volgens de Thaise mensenrechtencommissie staat de regering haar niet toe het land te betreden.

Ook Amnesty International is bezorgd. De mensenrechtenorganisatie claimt dat veel corrupte lokale leiders en politiemannen de oorlog tegen drugs gebruiken als voorwendsel om met oude vijanden af te rekenen en conflicten definitief uit te vechten. Het heeft allemaal niets met drugs te maken. ,,De autoriteiten stimuleren dit doordat ze wetshandhavers onder druk zetten om met resultaten te komen'', stelt Amnesty. ,,Het effect van de campagne is dat iedereen die mogelijk iets met drugs te maken heeft, mag worden doodgeschoten. Pathologen mogen echter geen autopsie doen en zelden zijn er getuigen van een schietpartij.''

Amnesty International kreeg steun uit onverwachte hoek. De hoogste politieman van het land, Sant Sarutanond, trok openlijk de accuratesse in twijfel van de `zwarte lijst' van 46.177 namen van Thai die bij drugshandel betrokken zijn, onder wie volgens Thaksin zevenhonderd ambtenaren. Volgens Sant staan er onschuldige mensen op de lijst. ,,Vaak zijn het mensen die met iemand ruzie hebben en zo de ander zwart maken.'' De politiechef wijst er dan ook op dat de zwarte lijst niet van de politie komt, maar van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Ondanks de aanzwellende kritiek beschouwt de regering de oorlog tegen drugs tot dusver als een succes. De prijs voor een gekke pil is gestegen van zestig naar tweehonderd baht (ruim vier euro), zes miljoen pillen zijn in beslag genomen en bijna 30.000 mensen gearresteerd. Maar grote vissen zijn daar niet bij. Het zijn vooral verslaafden die een beetje in de pillen handelen om hun verslaving te bekostigen. Hetzelfde geldt voor de dodelijke slachtoffers van de Thaise oorlog tegen drugs.

    • Robert Giebels