Hendrick Goltzius kende geen aarzeling

Met een van de laatste exposities voor de grote verbouwing opende vorige week het Rijksmuseum de tentoonstelling Goltzius. Hoewel deze veelzijdige kunstenaar tien jaar geleden op de Dageraad der Gouden Eeuw vertegenwoordigd was met 40 werken, heeft hij nooit de bekendheid verworven die hij verdient. Goltzius maakt met de hier getoonde bijna tweehonderd tekeningen, prenten en schilderijen zijn wat vergeten reputatie volledig waar.

Die roem had hij zo'n vierhonderd jaar geleden al vroeg verworven. Geboren in Mulbracht, niet ver van Venlo, kreeg hij tekenles van Dirck Volckertsz Coornhert en volgde hij zijn leermeester in 1577 naar Haarlem. In deze stad trad, relatief snel na het beleg en de verwoesting door de Spanjaarden enkele jaren eerder, een economisch en artistiek herstel in. In het klimaat van dichters, schilders en humanistische auteurs ging Goltzius behoren tot de top, in de eerste plaats dankzij zijn grafiek. Karel van Mander de schilderbiograaf roemt hem uitvoerig in zijn Schilderboeck uit 1604 om zijn aangeboren talent en grote toewijding.

Op deze tentoonstelling is goed te zien hoe Goltzius de prentkunst tot grote hoogten bracht. Gravures op groot en klein formaat, portretten, allegorische voorstellingen, gecompliceerde verhalende figuurstudies, geen formaat, geen techniek, geen onderwerp of hij waagde zich eraan, uitgedaagd om te tonen dat hij het kon. Goltzius liet zich daarbij inspireren door beroemde voorgangers, met name door Albrecht Dürer en Lucas van Leyden en door een aantal Italiaanse kunstenaars. Wat opvalt zijn de vanzelfsprekende, hechte composities in zijn werk en de uiterste perfectie waarmee hij ook het kleinste detail behandelde. Met tal van graveertechnieken weet hij volume en toon, hardheid en zachtheid, donker en licht, nabijheid en verte weer te geven. Hij moet een extreem geconcentreerd werker zijn geweest. Van Goltzius zijn vrijwel geen `probeersels' bekend en daarom lijkt het alsof hij elke techniek direct tot in de perfectie beheerste. Een aarzelende Goltzius bestaat dus niet.

Goltzius' prenten werden verspreid en verbreidden zijn roem in heel Europa. Zijn werk werd begeerd door verzamelaars overal. Maar aan die grafiek gaan nog twee stadia vooraf: kijken en tekenen. Goltzius moet een scherp waarnemer zijn geweest. Dat blijkt vooral uit zijn tekeningen. Hij was in staat op uiterst subtiele wijze en vaak op klein oppervlak mensen, dieren en landschappen weer te geven, met alle mogelijke nuances van kleur en textuur. En dan ook nog eens in uiteenlopende stijl, naturalistsich, elegant maniëristisch en ook met een rustige, bijna classicistische aanpak. In zijn getekende portretten wist hij de fijne tonen van huid en haar, van de schaduwen in een oogkas, van een plooikraag tastbaar te maken. Binnen de tekenkunst was hij als portrettist ongeëvenaard.

Ook wordt een aantal van zijn natuurstudies getoond. Een vis, een aap, een hertenkop, zijn even levend als vier eeuwen geleden. En vooral bij zijn enige malen geportretteerde patrijshond benutte hij alle mogelijkheden van het krijt om de haartjes, de glans van de vacht, de smachtende ogen weer te geven, zodat die hond je nog steeds aanhijgt en je in de verleiding brengt hem te aaien.

Goltzius concentreerde zich ook op het landschap. Allereerst het geïdealiseerde landschap, zoals hij dat van tekenaars als Campagnola kende. Maar ook wierp hij zich op een nieuw type: het Hollandse landschap dat niet het decor vormde van een bijbels of mythologisch tafereel, een landschap zelfs zonder anekdotiek. Dit nieuwe genre werd ook door andere Haarlemse kunstenaars tot ontwikkeling gebracht, waarna het uitgroeide tot een van de kenmerken van de Nederlandse kunst. Een van de mooiste voorbeelden van Goltzius' fascinatie met het landschap is te zien in zijn serie van vier in clair-obscurhoutsnede: meesterlijke, compacte uitbeeldingen van landschapjes waar niets gebeurt en waar tegelijk een grootse dynamiek in zit door de golvende lijnen van de aarde, de grillige boomparijen en de voortrazende wolken met overtrekkende vogels daarboven.

Toen Goltzius 42 jaar was gaf hij het graveren op en begon hij aan een carrière als schilder. Hij had roem verworven met zijn prenten, hij had Italië bezocht, hij kende de kunstproductie van zijn tijd en van de afgelopen eeuw en kon daar moeiteloos uit citeren. Hij had kortom alles in zijn vingers. Nu de schilderkunst nog. Hierin was hij allerminst bescheiden. Het is bijna onvoorstelbaar dat de man die verfijnde miniatuurportretjes op postzegelformaat kon maken, zich nu op reusachtige doeken wierp. Zijn schilderijen hebben vrijwel alle mythologische en bijbelse figuren tot onderwerp. Ze imponeren door het formaat en door de alomaanwezige uitvergrote lichamen, die in hun vlezige naaktheid en ostentatieve houdingen een verpletterende indruk moeten hebben gemaakt. Mercurius, Minerva, Hercules, Lot en zijn dochters, we zien vooral veel weldoorvoed vlees. Goltzius moet hier onder de indruk van Italiaanse schilders begerig de mogelijkheden van het coloriet zijn gaan uitproberen. Daar had hij zeker aanleg voor, maar de figuren blijven toch steken in een geforceerde elegantie. Omdat Goltzius een schoonheidsideaal nastreefde dat het onze niet meer is en – alles volgens de regelen der kunst – lichamen assembleerde, komen die altijd iets opgepompte lichamen vaak onnatuurlijk over.

De fraaie tentoonstelling doet recht aan deze veelzijdige kunstenaar. De moeilijkheid bij de waardering van vooral de prenten is dat we niet alleen het verhaal niet meer kennen, maar dat ook de citaten uit andere kunstwerken ons ontgaan. Goltzius wilde namelijk ook laten zien hoe hij inventies van andere kunstenaars toepaste en, als het even kon, overtrof. Voor de ware kenner verhoogde dat het kijkplezier. Dit eerbetoon aan een van de grote Nederlandse kunstenaars is dan ook meer dan één bezoek waard.

Tentoonstelling Hendrick Goltzius (1558-1617). Tekeningen, prenten en schilderijen in het Rijksmuseum tot 25 mei. Open dagelijks 10-17u. Toegang €9,00. Inl. www.rijksmuseum.nl of 020-6747 047. Catalogus €52,50