Sikkepit

Sikkepit Vraag van een lezer: ,,Wat is de herkomst van het woord sikkepit, zoals gebruikt in de uitdrukking het kan me geen sikkepit schelen?'' In de eerste plaats vraag ik mij af of veel mensen dit nog zeggen. Ik vermoed dat sikkepit nogal braaf gevonden wordt; het is veel gewoner geworden om te zeggen het kan me geen reet schelen, hoewel sommigen dit te plat zullen vinden.

Maar goed, sikkepit is samengesteld uit de woorden sik in de betekenis `geit' plus pit in de betekenis `keutel'. De oorspronkelijke betekenis is dus `geitenkeutel'. Het woord is voor het eerst gevonden in het blijspel De Gewaande Weuwenaar, met het Bedroge Kermis-Kind uit 1709. Daar staat: ,,Geen fnazel [vezel] voor zikkepitjen zal er aan manqueeren.'' Later is het in allerlei verbasterde vormen aangetroffen, zoals sissepitje, sittepitje en sittebitje. Door negentiende-eeuwse taalkundigen werd sikkepit beschouwd als een dialectwoord, maar aangezien het indertijd zowel in Groningen en Zeeland als in Gelderland is opgetekend, was het toen kennelijk al wijdverbreid. In Noord-Holland kende men het vergelijkbare schapepitje. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het historische woordenboek van het Nederlands, vermeldt diverse vergelijkbare verbindingen met dezelfde betekenis. De meeste dateren uit de zestiende en zeventiende eeuw. Het gaat om uitdrukkingen als niet een gruis, geen schuif, niet een slee, geen korreltje, geen kriezel, geen krits, geen kruis en niet een taats. Als je die uitdrukkingen zo bij elkaar zet is het toch wel jammer dat de meeste mensen nu alleen nog zeggen dat iets ze geen zier, geen reet of geen hol kan schelen.

Bananenrepubliek Nog een vraag van een lezer: waar komt bananenrepubliek vandaan? Wij gebruiken bananenrepubliek nu algemeen voor `land met instabiele politieke toestand', maar de Grote Van Dale geeft als oudste betekenis `naam voor de Midden-Amerikaanse staten Nicaragua, El Salvador en Guatemala'. De betekenisovergang blijft in dit woordenboek onverklaard, maar dat komt wellicht omdat-ie zo voor de hand ligt: in Nicaragua, El Salvador en Guatemala worden veel bananen gekweekt en van oudsher zijn het politiek instabiele landen.

Minder voor de hand liggend is dat er tussen die twee zaken een direct verband bestaat. In heel Midden-Amerika was de bananenindustrie namelijk ruim een eeuw lang in handen van een oppermachtig Amerikaans bedrijf, dat eerst United Fruit Company heette, toen United Brands en vervolgens Chiquita Brands International. Het bedrijf had eigen plantages, treinen en schepen en een eigen telefoonnetwerk. Het kocht op grote schaal politici om en het financierde en ondersteunde coups. Zo leverde United Fruit in 1954 schepen aan de CIA om de regering van de Guatemalteekse president Jacobo Arbenz Guzman omver te werpen. Die wilde de Amerikaanse plantages nationaliseren. Het bedrijf stelde ook schepen ter beschikking voor de mislukte invasie in de Cubaanse Varkensbaai in 1961. United Fruit is wel eens ,,de enig werkelijke machthebber in Midden-Amerika'' genoemd. In ieder geval riep het bedrijf een nieuw staatsvorm in het leven: de instabiele bananenrepubliek.

Sjekkamakka Tot slot nog een puzzel. Sinds enige tijd waart in Vlaanderen het woord Sjekkamakka rond. De spelling is onzeker, men schrijft soms ook Sjakamaka en Shakamaka. Volgens Herman J. Claeys, samensteller van het Vlaams dialectenwoordenboek (het enige woordenboek waarin ik dit woord kon vinden) zeggen ze in Antwerpen naar Sjekkamakka vertrokken zijn voor `met de noorderzon vertrokken zijn'. Volgens een Vlaamse informant wordt het echter nog op een andere manier gebruikt. ,,Al geruime tijd hoor ik in Vlaanderen het woord Sjakamaka in de betekenis `Nergensland'. Zo zeggen wij: `Ik ga niet naar 'm toe, al was het de koning van Sjakamaka.' Wie weet waar dit exotisch aandoende woord vandaan komt en hoe oud is het?

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Zie ook WoordHoek op donderdag op www.nrc.nl