Intelligent design

Darwin had gelijk. Dat leren kinderen op school; aan de basisprincipes van het darwinisme wordt hier niet gemorreld. Afstamming met modificatie noemde Darwin zijn grondprincipe. Genetische informatie wordt met kleine variaties doorgegeven aan het nageslacht en door zulke variaties systematisch uit te selecteren, heeft de mens melkkoeien en legkippen weten te scheppen. Als dat de mens lukt in een paar duizend jaar, moet de natuur toch in staat zijn om in een paar miljoen jaar reptielen om te bouwen tot vogels. De voorspelde tussenstappen in die ombouw zijn ten dele ook als fossielen teruggevonden in aardlagen van de juiste ouderdom.

Omdat vleugels niet aan de bomen groeien, heeft de natuur die vrij moeizaam moeten construeren uit bestaande onderdelen. Darwin schreef al over nieuwe machines, gemaakt uit oude onderdelen, en François Jacob heeft dat aangescherpt door de natuur te beschrijven als een geniale knutselaar, die van een radio een tv weet te maken, terwijl alle tussenstadia werken als radio met een toenemend beetje beeld. Dat lukt omdat er reserveonderdelen gemaakt kunnen worden. Die extra genetische informatie ontstaat door DNA-duplicatie, door DNA-uitwisseling met andere organismen en door binnendringende virussen. Er is ook ongelimiteerd tijd, deep time, zoals Stephen Gould het placht te noemen, om iets nieuws te maken.

Zo wordt er in een lange evolutie een ooglens in elkaar geknutseld met een onwaarschijnlijk ratjetoe aan eiwitten. Voor die lenseiwitten heeft de natuur bij vertebraten aangepaste versies gebruikt van vier verschillende enzymen, ieder met een volstrekt verschillende functie. Die genen werden toevallig gedupliceerd, het duplicaat was toevallig enigszins bruikbaar om een lens te maken, en in een lange evolutie is zo'n eiwit verder geselecteerd voor een optimale lensfunctie. Nu de volledige DNA-sequenties van steeds meer organismen wordt bepaald, wordt het mogelijk om het ontstaan van complexe nieuwe functies, zoals een ooglens, tot in detail te ontrafelen. De moleculaire ontwikkelingsbiologie wordt een van de meest fascinerende vakken van deze eeuw.

Ook geniaal knutselen kent zijn beperkingen. Het beperkte materiaal en de stapsgewijze ontwikkeling van nieuwe functies maken dat een eenmaal ingeslagen weg praktisch onomkeerbaar is. Ogen zijn een aantal malen in de evolutie ontstaan en het ene oog is beter dan het andere. Het vertebratenontwerp, ons oog dus, is technisch inferieur vergeleken met het oog van een octopus, maar vertebraten zitten opgescheept met hun oog en konden niet halverwege de vertebratenevolutie alsnog opteren voor een octopusoog. Naarmate we meer details leren kennen van die ogenschijnlijk zo perfecte natuur, beginnen de compromissen meer op te vallen. Een knutselaar is geen ontwerper en knutseloplossingen zijn vaak knullige oplossingen. Dat begint al met ons DNA, dat vol oude rommel zit, resten van virussen, die een tijd lang rondgesprongen hebben in het genoom van onze voorouders totdat ze uiteindelijk zijn getemd. Zo'n 45 procent van ons totale DNA bestaat uit deze rommel. Geen ontwerper zou dat hebben ingeprogrammeerd.

Toch zijn er nog steeds mensen, die de grandeur van de darwinistische visie moeten missen, omdat ze vastgebakken zitten in een primitieve vorm van christendom, die dicteert dat de wereld in 7 dagen is geschapen en minder dan 10.000 jaar oud is. Om dit primitieve wereldbeeld een schijn van realiteit te geven is de Creation Science gelanceerd, een poging om met natuurwetenschappelijke argumenten het bijbelse scheppingsverhaal te onderbouwen. Het resultaat was een mallotig mengsel van oplichting en naïviteit, dat aan eigen tegenstrijdigheid ten onder is gegaan. Toch blijven er protestanten die het geloof van hun vaderen niet zonder meer willen inruilen voor een modernere versie. De nieuwste protestbeweging heet `intelligent design creationism'.

Intelligent ontwerp is een wedergeboren vorm van Creation Science. De vader van dit reïncarnatieproduct is Philip Johnson, jurist en hoogleraar in een Amerikaanse topuniversiteit.

Na een traumatische echtscheiding vond Johnson op zijn 38ste de weg naar Christus. Daardoor ging hij zich afvragen waarom zijn universitaire collegae zo weinig met God op hadden. In 1987 las hij `The blind watchmaker' van Dawkins, ook nu nog aanbevolen lectuur. Toen begreep hij waar het fout was gegaan: het darwinisme had God als Schepper buiten spel gezet en dat was de oorsprong van de degeneratie van onze maatschappij.

In 1992 publiceerde Johnson een boek, `Darwin on trial', waarin hij de natuurwetenschappelijke (materialistische) darwinistische visie op het ontstaan van de mens te lijf gaat. Zijn basisstelling is dat die visie grote gaten bevat: voorspelde fossielen die ontbreken; complexe functies waarvan het ontstaan door toeval niet voorstelbaar is. Al die problemen worden opgelost door een Schepper, die de evolutie in gang zet en die van tijd tot tijd een handje toesteekt. Johnson is een gewiekste advocaat, die alles uit de kast haalt om zijn cliënt, God, vrij te pleiten. Zolang er nog maar enige twijfel is of het darwinistische model de evolutie volledig kan verklaren, moet vrijspraak volgen. God als Schepper is dan niet overbodig voor het ontstaan van de natuur en daarmee is ook de bijbel als richtsnoer voor normen en waarden gered.

Voor de rechtbank volstaat een negatieve bewijsvoering. Een advocaat hoeft niet de werkelijke dader aan te wijzen. Hij hoeft alleen maar aannemelijk te maken dat er twijfel is aan de schuld van zijn cliënt. In de biologische wetenschap gaat het altijd om concurrerende verklaringen. Als de mens niet door mutatie en selectie is ontstaan uit een voorloper van de huidige primaten familie, hoe dan wel? Waar is een Schepper tussenbeide gekomen en hoe zien wij die interventie terug in de verschillen in het DNA van chimpansee, orang oetan en mens? Op dit punt laat de intelligent design-beweging het volledig afweten. Dat is niet zo vreemd: intelligent design is een religieuze beweging, niet een wetenschappelijk alternatief. De beweging probeert een wig te drijven in het denken over evolutie, waardoor ruimte ontstaat voor een bijbelse visie, voor een fundamentalistisch-christelijke vorm van evolutieonderwijs, daar waar de Creation Science gefaald heeft. De neo-creo's hebben niets nieuws te bieden. Zij vechten alleen voor hun nulde-eeuwse versie van de schepping. Zij pretenderen wetenschappelijke argumenten aan te voeren, maar dit is niet meer dan vernis op de kerkdeur.

Deze kennis van het intelligent design ontleen ik o.a. aan een boek van Robert T. Pennock, `Intelligent Design Creationism and Its Critics', MIT Press (2001). In deze pil van ruim 800 pagina's laat Pennock zowel de neo-creo's als hun critici aan het woord. Dat lijkt een kanon tegen een mug, maar in de VS ligt dat anders dan hier. Daar worden geregeld pogingen gedaan om het neocreationisme in het curriculum van de scholen te krijgen.

In Nederland is Darwin hecht verankerd in het biologie-onderwijs, maar er ontstond toch enige beroering toen twee hooggeleerde fysici, Meester en Dekker, hun sympathie voor intelligent design in hun intreeredes uitbazuinden. Het tijdschrift Skepter wijdde er een lang kritisch stuk aan, waarna de beide fysici, die bijklussen in de biologie, nogmaals ruim de kans kregen hun sektarische opvattingen uit de doeken te doen (Skepter, dec., 2002). Ik noem dat sektarisch omdat binnen het christendom alleen de steile protestanten het darwinisme verwerpen. In 1950 had paus Pius XII al vastgesteld dat de darwinistische visie op evolutie acceptabel was en in 1996 heeft paus Johannes Paulus II dat nog eens bevestigd. De katholieke kerk accepteert het principe van de niet-overlappende domeinen van wetenschap en religie, die wel soms tegen elkaar schuren, maar elkaar niet in de weg horen te zitten.

Het vrijzinnig protestantse standpunt wordt aardig verwoord in het aangehaalde boek van Pennock door de astrofysicus Howard Van Till. Hij vindt dat de bijbel geen relevante informatie bevat over evolutie. Hij respecteert `Gods keuze voor de historische en culturele context waarin de bijbel geschreven moest worden. De menselijke schrijvers die door God werden geïnspireerd beschikten niet over een vocabulaire voor begrippen als thermonucleaire fusie, ioniserende straling, DNA, macro-evolutie, etc.' Het lijkt Van Till daarom een diepgaand misverstand om in de Schrift relevante informatie over het ontstaan van de aarde of de mens te zoeken. Ook hij vindt dat Darwin gelijk had.