Museum

Rintje logeert bij oma. Het is vakantie. Buiten regent het. ,,Echt weer om naar het museum te gaan'', zegt oma.

,,Museum?'' vraagt Rintje achterdochtig. ,,Is dat wel leuk?''

,,Er hangen allemaal mooie schilderijen'', zegt oma. ,,Hele oude, maar ook nieuwe van nu.''

,,Kun je ook spelen in het museum?'' vraagt Rintje. ,,Nee spelen gaat niet'', zegt oma. ,,Maar vervelen zal je je echt niet, er zijn ook spannende dingen te zien zoals grote skeletten van dieren die al heel lang niet meer bestaan!''

,,Skeletten?'' vraagt Rintje.

,,Dat zijn botten'', zegt oma. ,,Als je dood bent is dat het enige wat overblijft.''

,,Maar hoe kunnen die skeletten dan staan'', zegt Rintje. ,,ze zijn toch al dood?''

,,Ze maken de botten met stokjes en ijzerdraad weer aan elkaar vast'', zegt oma. ,,Maar kom, we gaan, dan kunnen we de tram nog halen!'' Met de tram vindt Rintje altijd heerlijk. Het kan hem niet lang genoeg duren. Zoveel is er te zien. Opeens hoort Rintje een sirene. Het geluid komt steeds dichterbij. TRRRRIING! De trambestuurder trapt heel hard op de rem.

Oma en Rintje vallen bijna van hun stoel.

,,Hier is toch geen halte?'' vraagt Rintje. ,,De tram moet stoppen, anders kan de brandweerauto er niet door!''

Het geluid van de sirene is nu zo hard dat Rintje en oma hun oren dicht houden. Daar zoeft de brandweerauto voorbij. ,,Mooi!'' roept Rintje. ,,Stoer hoor, die brandweermannen met hun helmen!'' Het geluid van de sirene verdwijnt in de verte. PINGPING! De tram begint weer te rijden.

,,Museumplein!'' roept de tramconducteur door de microfoon. ,,Druk maar op het knopje'', zegt oma.

Als ze op het plein staan ziet Rintje een heel groot gebouw. Het lijkt wel een paleis. Het heeft allemaal torentjes met klokken en krullen. ,,Is dat het museum?'' vraagt Rintje. ,,Wat groot!''

,,Dat is het museum'', zegt oma. ,,Helemaal vol met de prachtigste dingen, kom, we gaan snel naar binnen.''

Bij de ingang is een klein hokje. Daar kan je kaartjes kopen. ,,Heeft u korting?'' vraagt de mevrouw achter het loket. ,,Een kaartje voor een kind'', zegt oma. ,,en een voor 65plus!''

Met de kaartjes lopen ze naar een meneer met een pet. Die scheurt ze af.

,,Weet u waar de skeletten zijn?'' vraagt Rintje aan de meneer.

`Voor de skeletten moet u de grote trap op' zegt de meneer. ,,En dan linksaf naar de grote zaal!''

,,Spannend!'' roept Rintje. ,,Zullen we daar eerst gaan kijken?'' Hij holt naar de grote trap.

,,Niet zo snel!'' roept oma. ,,Zo hard kan ik niet meer!'' ,,Ohhh!'' roept Rintje als ze samen de grote zaal binnenlopen. ,,Wat een mooie skeletten!''

De hele zaal staat vol met grote en kleine dieren. Dieren zonder vel. Alleen maar botjes. Rintje loopt naar het grootste skelet. Wat een lekker groot bot is dat, denkt Rintje. Hij springt naar een van de botten van het grote beest. Meteen begint er een bel heel hard te rinkelen. Er komt een mannetje aanhollen. ,,Je mag niet aan de skeletten komen!'' zegt hij heel streng .

,,Het spijt me'', zegt Rintje. ,,Maar het bot leek zo op een kluif, ik kon me niet inhouden!''

,,Ik begrijp het best'', zegt het mannetje lachend. ,,Deze botten lijken ook op een kluif, maar het zijn wel antieke kluiven, die willen we bewaren!''

,,Ik zal het niet meer doen!'' zegt Rintje.

,,Kom, we gaan eerst wat lekkers eten'', zegt oma. ,,Dan gaan we daarna naar de schilderijen kijken!''

,,Ja!'' roept Rintje. ,,Dan neem ik een vers koekbotje, die mag je tenminste wel eten!''

Meer over Rintje op www.rintje.nl