Heel dicht op de huid van een Belgische houtbewerker

Het is inmiddels een dooddoener op te merken dat in de films van de gebroeders Dardenne de camera dicht op de huid zit van de hoofdpersonen, en dat dit gerelateerd is aan hun achtergrond als documentairemakers. Toch is het allebei waar. Maar wat voor effect heeft zo'n stijlkeuze?

In het eerste halfuur van Le fils volgen we Olivier, leraar houtbewerking in een reclasseringswerkplaats. Hij leeft een Spartaans bestaan. Zijn huis is minimaal ingericht. Elke dag doet hij buikspieroefeningen. Elke dag kleedt hij zich hetzelfde en schudt hij na een slopende werkdag de houtkrullen van zijn schouders. We zien hem veelal van achteren.

Op een gegeven moment wordt zijn dagelijkse routine doorbroken doordat Olivier iets ziet. Hij kijkt door ruitjes, loopt door gangen en bespiedt de kleedkamer. Wat heeft hij gezien? Doordat de camera hem steeds van achteren filmt is het moeilijk te zien wat Olivier ervaart. We zien het niet, omdat we zijn gezicht niet zien. Uit zijn lichaamstaal en handelingen is duidelijk dat hij verstoord is.

De spanning van het begin van Le fils wordt veroorzaakt doordat de kijker niet ziet wat Olivier ziet, alhoewel de camera hem volgt. Met frustratie tot gevolg. Alhoewel we hem letterlijk dicht op de huid zitten, weten we niet wat hij ziet, denkt en voelt.

Deze paradox – het tegelijkertijd zowel dichtbij als veraf zijn – wordt door de Dardennes meesterlijk gebruikt. Meestal zie je meteen in films wat diegene ziet als hij iets aanschouwt. In Le fils blijft die blik, de oplossing van het raadsel tergend lang uit. En er is geen muziek om ons af te leiden van die zenuwslopende vraag: wat heeft hij in godsnaam gezien?

Zodra echter bekend is waar het om draait – daar komen we achter door gesprekken met de ex-vrouw van Olivier – wordt de spanning minder beklemmend. Dan gaat de aandacht uit naar een meer psychologisch spel tussen Olivier en een van zijn nieuwe leerlingen. Die karakterstudie is interessant en roept aardige morele dilemma's op – waar het de gebroeders Dardenne natuurlijk om te doen is. Maar toch is de film niet zo goed als La promesse of Rosetta. Er mist iets. In die films van de Dardennes was een woede voelbaar. In La promesse over hoe achteloos en mensonwaardig met asielzoekers wordt omgegaan, in Rosetta over hoe mensen door armoede hun menselijke waardigheid verliezen.

Deze woede heeft in Le fils plaatsgemaakt voor een studie naar verlies en vergeving, schuld en boete. Dat maakt de film uiteindelijk tot een minder aangrijpende ervaring. Het is nu `slechts' een goede film, geen meesterwerk.

Le fils. Regie: Luc en Jean-Pierre Dardenne. Met: Olivier Gourmet, Morgan Marinne, Isabella Soupart, Rémy Renaud. In 8 bioscopen.