Polen moe en somber naar EU-referendum

De Poolse premier Leszek Miller wil na de breuk in zijn coalitie met een minderheidsregering verder. Theoretisch kan dat. Maar in de praktijk wordt dat lastig.

Polen loopt op zijn tandvlees naar het lidmaatschap van de Europese Unie. Over ruim drie maanden is het zover. Dan spreken de Polen zich in een referendum uit of ze eigenlijk wel willen. Volgens de peilingen is een meerderheid vóór. ,,Maar het land is in een slecht humeur en de peilingen geven een rooskleurig beeld omdat mensen politiek correct willen zijn'', waarschuwt publicist Krzystof Bobinski.

Leszek Miller, de communistische partijtijger die nu de sociaal-democraten aanvoert, wil het moeizame karwei afmaken met een minderheidsregering. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Polen kent de zogenaamde constructieve motie van wantrouwen. Een regering kan slechts worden weggestemd als een alternatief klaar staat. Binnen het verdeelde Poolse parlement, waar eenderde van de afgevaardigde op zijn minst kritisch tegenover de EU staat, is dat niet waarschijnlijk.

Miller kan dus in theorie gewoon doorregeren. In de praktijk zal dat echter lastig zijn. Polen kampt met een werkloosheid van bijna twintig procent. De economie groeit krap met 1,6 procent. De export worstelt met een dure zloty en de tekorten op de begroting en de handelsbalans lopen op.

Minister Grzegorz Kolodko van Financiën heeft ambitieuze plannen uitgewerkt om het tij te keren. Juist vrijdag kondigde hij ingrijpende hervormingen van de overheidsuitgaven aan. Hij wil eindelijk het mes zetten in de overheidsfondsen die buiten de begroting om bepaalde beroepsgroepen financieren. Ook wil hij af van de indexering van salarissen. Hoognodige maatregelen waar de kiezer niet bepaald blij mee zal zijn en die daarom voor een minderheidsregering nauwelijks haalbaar zijn.

Inmiddels heeft de linkse regering-Miller er een uitgesproken vijand bij: de PSL. Het dagblad Rzeczpospolita vindt dat Miller daarmee een onnodig risico heeft genomen. De krant voorspelt dat de PSL van Jaroslaw Kalinowski nu een concurrentiestrijd aan zal gaan met de radicale boeren van Samoobrona en Andrzej Lepper, hetgeen de anti-Europese gevoelens op het platteland zal versterken.

De PSL was anderhalf jaar geleden juist door de sociaal-democraten binnengehaald om althans een deel van de ontevreden boeren te pacificeren. Toen premier Miller midden december in Kopenhagen de slotonderhandelingen voerde over het Poolse lidmaatschap van de EU, stond PSL-leider en vice-premier Kalinowski voortdurend aan zijn zij. Miller wilde het Poolse platteland duidelijk maken dat de boeren tot op het hoogste niveau konden meebeslissen.

Zaterdag stelde dezelfde Kalinowski verbitterd vast dat de boeren en het platteland niet meer boven aan de politieke agenda staan.

En dan speelt op de achtergrond nog altijd de curieuze zaak Rywin. Een vermeend omkoopschandaal dat de Poolse publieke opinie al maanden in zijn greep houdt. De filmproducent Lew Rywin zou het machtige mediaconcern Agora (uitgever van onder andere Polens grootste krant Gazeta Wyborcza) een deal hebben aangeboden waarbij hijzelf 17,5 miljoen dollar zou krijgen en Agora het recht om een televisiestation op te kopen. Rywin zou gezegd hebben dat hij in opdracht handelde van regeringskringen en liet doorschemeren regelmatig uit vissen te gaan met premier Miller. Een parlementaire commissie houdt opzienbarende verhoren – o.a met Gazeta-hoofdredacteur Adam Michnik – maar brengt geen duidelijkheid. Het publiek blijft met het gevoel zitten dat een politieke elite elkaar de hand boven het hoofd houdt en dat maakt het humeur er niet veel beter op.

    • Renée Postma