Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Economie

Tanden van een Neanderthaler

Alle varianten van de oermens, van Homo erectus tot Neanderthaler behoren volgens Milford Wolpoff tot één soort, de onze: Homo sapiens. Hij is de belangrijkste bestrijder van de Out of Africa-theorie.

De dominante theorie over de afstamming van de moderne mens is sinds een jaar of tien de Out of Africa-theorie. De huidige mensen stammen uitsluitend af van een nieuwe mensensoort, Homo sapiens, die ca 150.000 jaar geleden in Afrika ontstond. Circa 100.000-10.000 jaar geleden verspreidde deze zich over de wereld tot aan Zuid-Amerika toe. Alle andere toen levende mensensoorten: Homo neanderthaliensis in Europa en Homo erectus in Azië, werden door de nieuwe soort weggedrukt, deze soorten bestaan niet meer. Vermenging vond niet of nauwelijks plaats.

De meeste paleontologen hebben zich tot Out of Africa bekeerd, door de fossielen en door DNA-analyses. De oudste moderne H. sapiens-fossielen zijn in Afrika gevonden. De huidige Afrikaanse bevolking is genetisch het meest gevarieerd en dus het oudst. En het moderne mitochondriaal DNA van de huidige mensen lijkt allemaal terug te gaan op één `oermoeder', `Eva', die ca 150.000 jaar geleden in Afrika leefde.

Is dan héél Gallië overweldigd? Nee, één kleine nederzetting blijft moedig weerstand bieden. Milford Wolpoff van de Universiteit van Michigan is de belangrijkste dissonant in het steeds meer eensgezinde paleontologenkoor. Hij gelooft er helemaal niks van dat de moderne mens simpelweg uit Afrika over de wereld is uitgezwermd, met voorbijgaan van de andere mensachtigen. Een paar weken geleden was hij even in Nederland om een college te geven in de serie `Geschiedenis in het Groot', van Fred Spier (Universiteit van Amsterdam).

discussies

Wie Wolpoff ontmoet, begrijpt waarom hij en zijn dissidente ideeën zo vaak met respect en waardering worden genoemd in antropologische discussies. Hier is geen man die zich met blind fanatisme heeft vastgebeten in een alternatieve theorie om dan tenminste nog op die manier naam te maken in de wetenschap. Nee, Wolpoff heeft een rondborstige charme, redeneert kalm, maar is natuurlijk ook niet gemakkelijk van zijn stuk te brengen. Na anderhalf uur praten in het Amsterdamse café De Jaren, wekt het eigenlijk vooral verbazing dat zovelen nog altijd vasthouden aan die rare Out of Africa-theorie.

Wolpoff verdedigt de theorie van de multiregionale afstamming, die hij eind jaren zeventig lanceerde, samen met de Australiër Alan Thorne nog voordat de Out of Africa-theorie werd geponeerd door de Britse paleontoloog Chris Stringer (Natural History Museum Londen). Kernpunt van Wolpoff is dat het geslacht Homo juist niet is onderverdeeld in al die verschillende soorten: Homo habilis, Homo rudolfensis, Homo erectus, Homo ergaster, Homo heidelbergiensis, Homo neanderthaliensis en dan pas aan het einde van de reeks Homo sapiens. Wolpoff vangt het hele geslacht Homo onder één soortnaam: Homo sapiens, die dus nu al twee miljoen jaar op aarde rondloopt. Alle Homo-varianten zijn dus soortgenoten en voorlopers van de moderne mens. De moderne mens dankt zijn bijzondere kenmerken dus niet aan het ontstaan van een nieuwe soort, zoals Out of Africa voorstelt, maar aan de voortgaande evolutie van een oude soort.

Een belangrijke aanwijzing voor Wolpoff is dat oude regionale eigenaardigheden nog altijd te herkennen zijn in de huidige menselijke variatie, zoals de grote Neanderthaler-neus bij de moderne Europeanen. En ook de wenkbrauwrichel van H. erectus op Java is terug te vinden bij sommige Aboriginals. Deze regionale verschillen zijn echter slechts van lokaal belang. De echte evolutionair belangrijke H. sapiens-kenmerken, zoals het grote brein en zijn taalvaardigheid, verspreidden zich door onderling contact wèl over alle regio's door exogamie, uitwisseling van partners tussen naburige populatie (gene flow).

stemmingmakerij

De enige keer dat Wolpoff een beetje geïrriteerd klinkt is als hij zijn tegenstanders in het debat (vooral Chris Stringer) stemmingmakerij verwijt. ``Eerst bazuinen ze jarenlang rond dat ik voor parallelle evolutie ben, dat geïsoleerde populaties over de hele wereld op wonderbaarlijke wijze dezelfde ontwikkeling doormaken. En nu zeggen ze dat ik ineens wèl voor gene flow ben! Hoe durven ze? Zij beginnen eindelijk te begrijpen wat ik nu al 100.000 keer heb herhaald. Ik had het twintig jaar geleden al over genenuitwisseling!''

En het moet gezegd ten gunste van Wolpoff's hardnekkigheid: de redeneringen pro-Out of Africa zijn nog altijd niet 100% sluitend, al ziet het er wel goed uit voor de theorie. In de woorden van de genetici Jan Klein en Naoyuki Takahata (in hun nauwkeurige en kritische overzichtswerk `Where do we come from? The molecular evidence for human descent', 2002): `De tot nu toe aangevoerde moleculaire bewijzen [voor Out of Africa] zijn niet volkomen overtuigend, ze steunen de uniregionale these, maar ze kunnen niet alle varianten van de multiregionale these weerleggen.'

Wolpoff: ``Iedereen kijkt altijd maar naar dat mitochondriale DNA, maar er is inmiddels ook de variatie in meer dan 25 genen uit het kern-DNA onderzocht, en van allemaal bestaat die variatie al miljoenen jaren! Dan kan er dus geen nieuwe soort zijn ontstaan, 100.000 jaar geleden. Dan was al die variatie geëlimineerd. De mitochondriale Eva was maar een van de vele voorouders. Onlangs werd bekend gemaakt dat 15 procent van de Aziaten waarschijnlijk van Djengis Khan afstamt, op basis van dezelfde variatie in hun Y-chromosoom, die ongeveer uit de tijd van Djengis moet stammen. Dat betekent toch ook niet dat deze Aziaten alleen maar van Djengis afstammen? Dat is altijd wel beweerd van die mitochondriale Eva, maar dat is nonsens.''

Mede daarom wordt tegenwoordig in het Out of Africa-kamp wel enige bijmenging van andere populaties geaccepteerd, zij het marginaal. Bij Wolpoff stuit dat op hoongelach. ``Ja, zelfs Chris Stringer doet dat! Maar zodra hij dat zegt is-ie dus een multiregionalist. Want wat is dan nog het verschil met onze theorie, dat populaties zich verspreiden en mengen met andere populaties?''

En ook het fossiele materiaal is niet volkomen evident ten gunste van Out of Africa. De anatomische verschillen tussen Neanderthaler en moderne mens zijn bijvoorbeeld `bedrieglijk triviaal' als je de fossielen apart bekijkt, aldus Donald Johanson en Blake Edgar in hun overzicht `From Lucy to language' (1996). Er is erg veel variatie. Interessant in dit verband is dat zowel Wolpoff als de belangrijkste Out-of-Africa-voorvechter, Chris Stringer, in de jaren zeventig tot hun tegengestelde overtuiging kwamen na een uitvoerige rondreis langs musea en instituten om alle belangrijke fossielen zèlf in ogenschouw te nemen.

Maar Wolpoff strijdt ook op andere fronten, zoals in het debat over het befaamde Tsjaad-fossiel Sahelantropus Chadensis, dat vorig jaar bekend gemaakt werd en de oudste hominide ooit gevonden zou zijn (6 à 7 miljoen jaar oud). Samen met twee Franse paleontologen opende hij onlangs de discussie in Nature. Het is een aap, geen hominide.

Waarom is Sahelantropus een aap en geen hominide?

Wolpoff: ``Het belangrijkste kenmerk van mensen, en het enige dat we gemeen hebben met al onze voorouders, is dat we altijd op twee benen lopen. Die eigenschap leidt tot hele reeks anatomische veranderen, in vrijwel alle delen van het lichaam. Het is de kern van wat een hominide is. Sommigen hebben kleine hersenen, andere grote, sommige hebben grote hoektanden, andere kleine, enzovoorts. Maar allemaal lopen ze altijd op twee benen. Sahelantropus niet. Dat kun je heel goed zien aan de spieraanhechtingen op de schedel: dit figuur had enorme nekspieren! En dat is typisch voor een viervoeter, die zijn hoofd voor zijn lichaam overeind moet houden. Tweevoeters hebben veel minder spieren nodig, hun hoofd kan balanceren bovenop de nek.''

Maar dan kan het toch nog wel een menselijke voorouder zijn?

``Ja, maar dan zal hij toch stammen uit de tijd van voor de splitsing van de hominidelijn en de chimpansee. En dat is niet wat de vinder van Sahelantropus, Michel Brunet, beweert. En dan nog, hoe kun je ooit weten of deze ene schedel nu net precies onze voorouder is? Dan zouden we toch wel héél veel geluk hebben. De meeste prehistorische soorten sterven gewoon uit.''

Waarom zijn paleontologen dan wel zo zeker van de latere voorouders?

``Van Australopithecus [de voorloper van het geslacht Homo die leefde ca 4,5 tot 1,5 miljoen jaar geleden] hebben we zo'n 5000 individuen teruggevonden, als je alles meetelt, van schedels tot losse tanden en botjes. Daar weten we dus veel van, er zijn vijf of zes soorten van. Van Homo hebben we iets minder, maar toch ook duizenden exemplaren. Dat is echt een heel ander verhaal!''

Toch is daar veel meningsverschil over.

``Ja, het is duidelijk dat er verschillende nauw verwante soorten in Australopithicus bestaan, maar in de details zal de systematiek altijd een zooitje blijven. We zullen namelijk nooit genoeg informatie uit de fossielen kunnen wringen om de problemen op te lossen. Sommige overeenkomsten tussen de soorten zijn ontstaan door vergelijkbare aanpassingen aan de omgeving, andere komen door hun gemeenschappelijke afstamming. Voor een goede systematiek moet je die twee soorten overeenkomsten kunnen scheiden, maar dat kunnen we niet. Sterker nog, de meeste informatie over de omgeving waarin deze hominiden leefden putten we uit de botten zelf, zodat we daar een aardige cirkelredenering hebben. Daarom lijken paleontologen vaak zo'n besluiteloos volkje, het is niet anders.

``Niettemin: het beeld van Australopithecus is duidelijk: één genus, meer soorten. Bij Homo ligt dat algemene beeld anders. Daar is maar één soort, gewoon omdat er geen harde bewijzen zijn voor de vorming van nieuwe soorten.''

Maar er zijn toch heel duidelijke verschillen tussen de Neanderthalers en Homo sapiens?

``Zeker, de Neanderthaler is verschillend van sommige van zijn tijdgenoten. Maar mensen die nu in zuidelijk Afrika leven zijn ook behoorlijk verschillend van mensen in Noord-Afrika, mensen in Australië zijn anders dan in China. De kwestie is niet dat er verschillen zijn, de kwestie is hoe je ze beoordeelt.''

De prehistorische verschillen lijken me veel groter dan de huidige.

``Nee, dat is niet waar. Het verschil is vergelijkbaar. Je moet Neanderthalers dan wel vergelijken met hun tijdgenoten, niet met moderne mensen, die zijn al weer verder geëvolueerd. Sinds het einde van de IJstijd en de uitvinding van de landbouw is er veel veranderd. Een lichtere bouw, bijvoorbeeld.''

Maar het is toch niet zo moeilijk om een Neanderthaler-fossiel van een Cro Magnon, een moderne Homo Sapiens uit die tijd, te onderscheiden?

``Dat komt omdat je weet wat je kan verwachten als je in Frankrijk iets opgraaft van 30.000 jaar oud. Ik werk ook als forensisch antropoloog en als de politie bij me komt met een schedel vraag ik altijd eerst: waar is-ie gevonden? Dat is de helft van het antwoord. Als het uit Detroit komt, zal het wel geen Chinees zijn, maar mischien wel Indiaans, zeker als het onder in een oude kelder is gevonden. Het gaat niet alleen om morfologie, uit de omstandigheden kun je de mogelijkheden beperken.''

Neanderthalers hebben toch geen kin? Duidelijk genoeg, lijkt me.

``Nee hoor. Sommige late Neanderthalers hadden wel degelijk een kin. Echt waar! Misschien hebben ze die zelf ontwikkeld, misschien was het genenuitwisseling met andere populaties.''

Maar ze hebben toch een heel ander voorhoofd, veel lager dan wij?

``De mensen die de plaats innamen hadden dezelfde vorm voorhoofd! De oudste zijn 26 à 27.000 jaar oud.''

Zo laat? Meestal wordt de komst van de moderne mensen naar Europa veel vroeger gedateerd. Dan zouden dus de oudste beeldjes en rotstekeningen door Neanderthalers zijn gemaakt.

``Dat weten we niet. We weten alleen dat we geen moderne mensen hebben gevonden die ouder zijn. Die vroegere dateringen van hun komst zijn uitsluitend gebaseerd op de vooronderstelling dat zij en niet de Neanderthalers verantwoordelijk zijn voor de nieuwe werktuigstijl die ca 40.000 jaar geleden ontstond, het Auragnicien. Maar nooit er zijn er duidelijk toe te wijzen botten gevonden bij het vroege Auragnicien. Ik houd dus niet van die vooronderstelling. We weten het gewoon niet.

``De kwestie is: wat is er gebeurd toen deze nieuwe mensen naar Europa kwamen en Neanderthalers ontmoetten? Als de Neanderthalers een andere soort vormden, zijn ze kennelijk gewoon uitgestorven. Maar als het om een andere menselijke populatie ging, zullen ze zich vermengd hebben, dat is het normale proces. Volgens de archeoloog Svoboda vind je de grootste bloei van de prehistorische kunst precies op de plekken waar de Neanderthalers mensen van buiten Europa ontmoetten. Die vermenging gaf vermenging van culturen, met nieuwe ideeën als belangrijk gevolg.''

En daarom kenden de Neanderthalers dus op het laatst ineens toch een culturele bloei, met hun Chatelperonien-stijl?

``Dat is niet helemaal eerlijk, omdat ook elders in de wereld pas rond 40.000 jaar geleden van alles gaat gebeuren. In Oost-Azië gaat men ineens met boten varen naar Australië. Overal is de vraag: waarom die bloei. Is het een beter brein en een complete nieuwe soort, zoals Out of Africa denkt? Ik denk dat het om cultuur gaat, die opbloeit omdat er meer mensen zijn. Uit de genetica blijkt dat pas de laatste honderdduizend jaar de menselijk bevolking echt begint te groeien, van zo'n miljoen aan het begin tot zes miljoen aan het begin van de landbouw, 10.000 jaar geleden. En daarna gaat het natuurlijk nog veel sneller. Er kwam steeds meer onderling contact, met alle gevolgen vandien.

``En als je dàn kijkt hoeveel Neanderthalers er eigenlijk waren, dan is het ook niet zo gek dat zij in die enorme, steeds groeiende genenpool ten onder zijn gegaan. Het zijn er nooit meer dan 5 à 10.000 tegelijkertijd geweest. En toch hebben de Europeanen niet alle Neanderthal-eigenschappen verloren, onze neuzen en de rest van het midden van ons gezicht, de vorm van de bovenste hoektanden. En natuurlijk de derde kies. Bij Neanderthalers is één hoekpunt van die kies dominant. Net als bij veel Europeanen.''