Het nieuws van 1 maart 2003

Monarchie

Reinildis van Ditzhuyzen geeft in haar artikel Margarita en de monarchie (Z, 22 februari) haarfijn aan dat het koningschap een overleefde zaak is. In een eeuw tijd hebben wij drie koninginnen gehad, van wie Wilhelmina er al blijk van gaf volledig te zijn losgezongen van de maatschappelijke werkelijkheid, Juliana (`Noemt u mij maar mevrouw') geen blijk gaf van het tegendeel (men denke slechts aan de Greet Hofmans-affaire), en vervolgens de eerzuchtige Beatrix die al die fouten van oma en moeder wel even dacht recht te zetten. Als kind was zij, in Baarn op school, al vaak onuitstaanbaar, omdat je wél moest weten dat Zij Koningin werd. Men dient haar dan ook met Majesteit aan te spreken.Dat is in een land waar de Grondwet uitdrukkelijk scheiding maakt tussen religie en regeringsvorm een contradictio in terminis van buitensporige aard. Immers, de Koning(in) gaat er juist van uit dat haar macht een door God geschonken positie inhoudt. Wij hebben sinds bijna een half millennium ,,een band met de Oranjes''. Het zou een interessant gegeven zijn om te turven hoeveel bastaarden deze dynastie in die 450 jaar heeft veroorzaakt. In de regel wordt dit pas lang na de dood van desbetreffende prins(en) geopenbaard. Een komende generatie kan dus nog smullen van de escapades van Beatrix' vader in Latijns-Amerika.Nooit vies van een schandaaltje, is het des te opmerkelijker dat De Telegraaf nu juist de dissidente prinses Margarita aan de schandpaal nagelt. Alsof de kroonprins nooit in Leiden onder invloed uit de bocht is gevlogen of op de Autobahn in de vangrail is beland. De Roy van Zuydewijn is zeker niet het eerste en enige slachtoffer van de coterie rond Oranje. De ouders van Pieter van Vollenhoven hebben destijds vergeefs getracht de adelsbrief van familielid mr. Joost van Vollenhoven naar Pieter te sluizen. Als wij de monarchie willen behouden als decorum, prima. Laat het dan net zo worden als in Zweden. Daar heeft ook niemand bezwaar tegen de decoratieve Silvia Sommerlath als `koningin Sylvia' en de regering zal het een worst zijn.In Nederland bekleedt de koning(in) echter nog steeds een werkelijke macht. Als voorzitter van de Raad van State en uit dien hoofde met macht inzake regeringsvorming. De vice-voorzitter, Herman Tjeenk-Willink, wordt niet voor niets de `onderkoning' van ons land genoemd. Dit anachronisme dient zo spoedig mogelijk te worden opgelost met een grondwetswijziging. De positie van de Raad van State is `sowieso' al toe aan een grondige herziening en de rol van het staatshoofd dient herijkt te worden. Vooral waar het het optreden betreft na verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Men moet zich niet voorstellen dat straks een koningin Máxima een influisterrol krijgt bij koning Willem IV, of een prinses Nicotientje na een vliegtuigcrash van de geliefde koning. Die rollen behoren nadrukkelijk bij onze gekozen volksvertegenwoordigers thuis. En ons land, zo langzamerhand dol op parlementaire enquêtes, zou zich wel eens mogen afvragen hoe de Oranjes, die in 1813 zo arm als kerkratten bij Scheveningen voet aan wal zetten, tot een miljardairsfamilie zijn uitgegroeid zonder daarvoor een poot uit te steken.