Zaad onderweg

De zaadbank gaat sluiten en bezorgt een container met een restantje, nog te gebruiken sperma aan huis. Wat te doen met deze gevaarlijke cilinder met vloeibaar stikstof?

De chauffeur van de besteldienst zet voorzichtig een ronde plastic bus ter grootte van een flinke pedaalemmer op de stoep. De cilinder is beplakt met een groot etiket waarop naast de woorden Fragile, Breekbaar en Zerbrechlich een wijnglas en een rode, naar boven wijzende pijl zijn afgedrukt. ,,Alstublieft mevrouw, rechtop houden en de instructie zit erbij.''

De container komt van de zaadbank. Hij bevat sperma dat zij destijds gekocht heeft. Na haar eerste inseminatie – waarvan Sander het resultaat is – was er nog sperma over voor een tweede kind. En dat restant staat nu op haar stoep, want de zaadbank gaat sluiten. Sinds de wet bepaalt dat donors niet meer anoniem mogen leveren, komt er geen knul meer opdagen.

Dit restant moet naar het ziekenhuis om overgezet te worden in de grote tank van het hospitaal waar het geconserveerd wordt tot zij opnieuw geïnsemineerd kan worden.

Terwijl de chauffeur wegrijdt, leest ze in de instructiefolder dat sperma bewaard wordt in vloeibare stikstof. Dat vloeibare stikstof een temperatuur heeft van 196°, eruit ziet als water, maar zeer gevaarlijk is. Dat het bij lichaamscontact brandwonden veroorzaakt en bij ontsnapping in een kleine ongeventileerde ruimte, verstikking. Dat de container altijd rechtop gehouden dient te worden, niet mag schokken en op een veilige plaats moet staan. Dat men hem bij vervoer per auto in de veiligheidsgordels moet plaatsen, de auto moet ventileren, niet mag roken en dat men, als het sperma in het ziekenhuis is afgeleverd, de container meteen per post of koerier moet terugsturen.

Het was eenvoudiger geweest als de besteldienst de cilinder vanuit de zaadbank rechtstreeks naar het ziekenhuis had vervoerd. Tot elf uur 's morgens was daar een assistent aanwezig die het sperma had kunnen overzetten. Maar de besteldienst kon niet garanderen dat het vrachtje op tijd bij het ziekenhuis zou zijn. Dus moest het vervoer in etappes. Morgen zal zij de container naar het hospitaal brengen. Maar eerst moet het ding bij haar overnachten.

Ze bukt zich en tilt het gevaarte op. Tjonge jonge, vloeibare stikstof is ook nog eens loodzwaar. Als er een man in huis geweest was... Tja als... maar dan had ze ook geen donor nodig gehad. Terwijl ze de pedaalemmer in verticale stand de vier trappen opsjouwt, overvalt haar een merkwaardig maar prettig gevoel: het is alsof ze de onbekende donor lijfelijk in haar armen houdt.

Uit de kinderkamer klinkt geen geluid. Sander is gelukkig door de bel heen geslapen. Nu een veilige plaats. Op tafel? Daar klimt Sander bij. De kast? Past de container niet op. Keuken? Shit, open vuur. Balkon? Maar het vriest buiten. Bovendien, je laat toch niet iemand overnachten op je balkon! En stel dat hij gepikt wordt. Dat het sperma 1.250 euro gekost heeft, is niet belangrijk, maar ze wil geen andere donor. Want van deze heeft ze Sander en die is zo goed gelukt, zo wil ze er nog een. En als de tweede inseminatie óók slaagt, hebben haar kinderen, hoewel hij onbekend is, toch dezelfde vader. Maar wanneer de bus gepikt wordt, moet ze nieuw sperma kopen en dat zal niet meevallen.

Ze zet de cilinder klem achter de bank, onder het open raam, want als er stikstof gaat lekken... Het blijft eng. Maar 's nachts verdwijnt de angst om plaats te maken voor het aangename gevoel dat de vader echt in huis aanwezig is.

De volgende morgen maakt ze een paar fotootjes van de bus met Sander ernaast. Voor later. Vertrouwelijk legt het jongetje zijn handje op het in plastic verpakte nieuwe broertje of zusje. Om half tien rijdt buurman Matthias voor in een huurauto. Zij draait alle raampjes open en kruipt met Sander op de achterbank. Matthias zet de container op de voorbank, snoert hem in de veiligheidsgordels en start. Ze denkt: `We lijken wel een normaal gezinnetje met twee kinderen.'

De assistent van het ziekenhuis draagt handschoenen en een speciale bril. Hij opent de plastic cilinder en haalt er een zwaar gesloten melkbusachtige binnentank uit. ,,Hierin'', zegt hij, ,,bevinden zich de rietjes met sperma. Die zijn allemaal gemerkt.'' Nu moeten zij even op de gang wachten. Dat is niet alleen uit veiligheidsoverwegingen, maar ook omdat de assistent zijn hoofd erbij moet houden. Hij mag zich niet vergissen. Even later krijgt ze de pedaalemmer terug. Haar tweede kind is veilig geborgen in de schoot van het ziekenhuis.

Nu de cilinder nog uitsluitend stikstof bevat, verandert hij op slag in een tijdbom en moet ogenblikkelijk weg. Waar is het dichtstbijzijnde postkantoor? Alleen omwille van dat tweede kind hebben Sander en zij die stikstof verdragen en gehuisvest. Maar nu is het over en uit.

Op het postkantoor, waar ze moet wachten tot haar nummer aan de beurt is, wordt ze voor het eerst echt zenuwachtig. De bus ziet er zo bloot uit. En dan dat opschrift: Breekbaar. Misschien neemt de post hem niet aan.

,,Wat is het'', vraagt de man achter het loket. ,,Een medisch iets'', zegt ze, ,,het moet worden teruggestuurd.'' De ambtenaar bekijkt de bom zorgvuldig. Dan begint hij hem van enorme etiketten en stempels te voorzien. Weer buiten ontlaadt de spanning zich in lachstuipen: ,,En die man maar plakken en stempelen! Alsof het een sinterklaassurprise was.''

    • Monica Metz