Werkloosheid in Frankrijk fors gestegen

De werkloosheid in Frankrijk is in januari met 0,7 procentpunt gestegen. Dat komt neer op 17.000 extra werklozen, op een jaartotaal van 117.900 (5,3 procent). Frankrijk telt nu 2.323.800 werklozen.

Dit komt neer op 9.1 procent van de beroepsbevolking. Premier Jean-Pierre Raffarin noemde 2003 deze maand voor het eerst ,,een moeilijk jaar voor de werkgelegenheid''. Tegelijkertijd sloot hij bezuinigingen uit, omdat naar zijn mening juist in economisch moeilijke tijden een stimulans zoals lastenverlichting voor het bedrijfsleven beter werkt.

De stijging van de werkloosheid, vooral onder jongeren, komt voor de Franse regering op een ongelegen moment. Het begrotingstekort zal niet, zoals voorzien in de begroting van dit jaar, 2,6 procent van het bbp bedragen en evenmin 2,8 procent, zoals de regering later berekende. De door het Europese stabiliteitspact opgelegde grens van 3 procent zal bereikt worden, verklaarde begrotingsminister Alain Lambert gisteren. Eurocommissaris Pedro Solbes verklaarde eveneens gisteren dat hij in het geval van overschrijding van de 3 procent-grens ,,geen andere keuze'' had dan in te grijpen, dat wil zeggen een `rode kaart' geven aan Frankrijk.

Afhankelijk van uiteindelijke berekeningen van het Europese instituut voor de statistiek, Eurostat, zal die grens zelfs nog worden overschreden. Volgens dagblad Le Monde houden ambtenaren al rekening met een tekort van 3,5 procent. De regering baseerde de begroting op een minimale economische groei van 2,5 procent, een verwachting die direct al in brede kring onrealistisch werd geacht. De regering zou nu uitgaan van een groei van tussen de 1 en 1,5 procent.

Premier Raffarin beloofde gisteren in de Senaat een ,,hervorming'', zonder in details te treden. Bezuinigingen sloot hij nog steeds uit, omdat ,,wij het hoofd (moeten) bieden aan een vertraging van de groei, die wij niet willen versnellen''. Hij schreef de ontstane situatie toe aan de ongewisse mondiale omstandigheden wegens de Irak-crisis, alsmede aan de erfenis van de vorige regering van de socialist Lionel Jospin. Met het oog op die crisis zouden de brandstofprijzen kunnen oplopen, wat slecht is voor de koopkracht, die voor de regering-Raffarin juist het middel is om de economische groei te herstellen.

Mogelijk zal Raffarin zich genoodzaakt zien een door hem afgeschafte belastingmaatregel van Jospin in ere te herstellen, die voorzag in een `zwevende' accijns op benzine. Naarmate de prijs van olie toenam, daalde de accijns.