`Werkdruk mag subsidie niet bepalen'

De Raad voor Cultuur heeft terughoudend gereageerd op het plan van demissionair staatssecretaris C. van Leeuwen (Cultuur) om vijf soorten kunstinstellingen niet meer via de Cultuurnota te subsidiëren, maar via de kunstfondsen.

Woensdag vroeg Van Leeuwen advies van de raad over deze kwestie. Het plan, om festivals, podia, muziekgroepen, productiehuizen en werkplaatsen voortaan via de kunstfondsen te subsidiëren was bedoeld om de toenemende werkdruk op de Raad voor Cultuur te verminderen. De raad adviseert Van Leeuwen over de inhoud van de vierjaarlijkse Cultuurnota. Ton Brandenbarg, algemeen secretaris van de adviesraad, zei in een reactie dat werkdruk geen reden is om het kunstbeleid te veranderen: ,,Het mag nooit zo zijn dat het systeem wordt aangepast op basis van onze capaciteitsproblemen.''

De overbelasting van de raad is al enkele jaren een probleem. Het aantal instellingen dat een aanvraag deed om in de Cultuurnota te worden opgenomen en aldus voor subsidie in aanmerking te komen, steeg van 361 in 1992 naar 754 in 2001. Voor de komende Cultuurnota 2005-2008 verwacht Van Leeuwen ruim duizend aanvragen. Daarnaast zijn de eisen voor het werk van de raad toegenomen. De raad moet een beslissing tot afwijzing goed kunnen onderbouwen en uitvoerig documenteren.

Volgens Brandenbarg is het schrikbeeld van duizend aanvragen overdreven: ,,veel instellingen zijn reeds afgeschrikt door de administratieve rompslomp rondom de Cultuurnota.'' Bovendien, stelt Brandenbarg, zijn de raad en zijn secretariaat reeds flink uitgebreid, zodat zij het werk wél aan zouden kunnen. De enige reden die de raad acceptabel zou vinden voor een wijziging, is inhoudelijke verbetering van het beleid. Van Leeuwen meent dat de fondsen beter zijn toegerust voor samenwerking met de genoemde kunstinstellingen. Bovendien ontvangen deze instellingen doorgaans al subsidie van de fondsen.

Van Leeuwen keert zich in zijn plan tegen het voorstel van de VVD van vorig jaar om een financiële ondergrens in de Cultuurnota aan te brengen: alleen aanvragers die meer dan 250.000 euro subsidie per jaar verlangen zouden hierin opgenomen moeten worden. Volgens Van Leeuwen leidt het VVD-plan tot een ,,ongesorteerde uitname'' (de ene jeugdtheatergroep, wel, de andere niet) en lokt het strategisch aanvragen uit: groepen zullen nét iets meer dan de vereiste 2,5 ton aanvragen. Eind maart brengt de raad advies uit.