Wat Zalm had moeten zeggen

Het verloochenen van de fundamentele waarden van het liberalisme is uit den boze, meent Paul Cliteur.

VVD-fractieleider Zalm is benaderd door vier ambassadeurs van islamitische landen die hem aanspraken op uitspraken van het VVD-Kamerlid Hirsi Ali. Hij verklaarde de uitspraken van Hirsi Ali tot privé-standpunten die vanuit het liberale gedachtegoed noch beaamd, noch ontkend konden worden.

Nadat gebleken is dat achter dit bezoek van de ambassadeurs een brief schuilging van 21 lidstaten van een islamitische organisatie, is een principieel standpunt vanuit de liberale beginselen gewenst. Vertegenwoordigers van de 21 lidstaten zouden moeten worden uitgenodigd voor een nieuw onderhoud waar Zalm het volgende standpunt moeten innemen.

,,Mijne heren, in uw brief spreekt u mij aan op de liberale beginselen en de wijze waarop onze liberale volksvertegenwoordiger Hirsi Ali daaraan gestalte geeft. Daarvoor dank. Het is altijd goed om met elkaar van gedachten te kunnen wisselen over de uitgangspunten van onze politieke wereldbeschouwing. Liberalen doen dat graag. Niettemin moet mij van het hart dat uw visie op het liberalisme zeer beperkt is en ik zal u uitleggen waarom. Allereerst stelt het liberalisme zich net als alle andere moderne ideologieën op het standpunt dat men de waarheid moet spreken. De kwestie die hier in het geding is, is of de profeet Mohammed seksueel verkeer heeft gehad met een meisje van negen jaar oud. Voorzover mij bekend zijn de islamitische bronnen hierover duidelijk: dat is het geval. Uzelf betwist dit feit ook niet en kan dus als vaststaand worden beschouwd. De vraag is vervolgens hoe we dit feit zouden moeten benoemen. In Nederland noemen we dat pedofilie of pedoseksualiteit. Voor deze seksuele oriëntatie is ook een psychiatrische term bekend: perversie. De uitspraak ,,Mohammed was een perverse man'' is dus op logische gronden onvermijdelijk. Pedofilie is in Nederland ook strafbaar. Art. 244 van het Wetboek van Strafrecht stelt dat wie met iemand beneden de leeftijd van 12 jaren handelingen pleegt die bestaan uit (of mede bestaan uit) het seksueel binnendringen van het lichaam wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaar.

Nu beroept u zich erop dat het vaststellen van deze onvermijdelijke waarheid kwetsend is voor 1,5 miljard moslims over de hele wereld. Misschien is dat waar. Het is waar zoals het voor enorme delen van de mensheid kwetsend was en is dat de aarde niet het middelpunt van het universum vormt of de mens niet op een speciale dag geschapen is, maar voortkomt uit aapachtige voorouders. De liefde voor de waarheid van het liberalisme is echter zo groot dat wij menen voor deze gekwetste gevoelens niet te mogen kapituleren.

U vraagt zich misschien af waarom wij dat niet doen. Dat heeft te maken met de specifieke geaardheid van het liberalisme als politieke ideologie. Het liberalisme is in de vorige eeuw tot ontwikkeling gekomen als een radicalisering van het idee van de gelijkheid van alle mensen voor de wet. Essentieel voor liberalisme is dat niemand boven de wet staat. Ook de koning niet. The rule of law, not of men. Als de koning een brood koopt of een huis huurt, is hij aan dezelfde wettelijke normen onderworpen als elke willekeurige burger. Dat geldt ook voor de moraal. Als de koning een daad pleegt die wij bij gewone burgers als schandelijk plegen te beschouwen, zullen we dat bij de koning ook doen.

Deze gelijkheidsgedachte passen wij ook toe op religieuze leiders. De paus in Rome, Jezus Christus, Mohammed of Boeddha staan niet boven de wet of de moraal. Wij gaan ervan uit dat bepaalde universele normen van betamelijkheid gelden voor alle mensen. Dat wil zeggen dat als Mohammed een daad pleegt die wij bij gewone mensen zouden afkeuren, wij deze ook afkeuren bij Mohammed.

Wat u van mij vraagt is dus een onmogelijke opgave. U vraagt van mij deze fundamentele waarden van het liberalisme te verloochenen en een fractiegenoot te corrigeren die de enig mogelijke interpretatie geeft aan het geestelijke erfgoed van onze traditie.''

Prof. dr. P.B. Cliteur is hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap Rijksuniversiteit Leiden.