Typen, Adri!

Halverwege de jaren negentig zei A.F.Th. van der Heijden in een interview dat hij voornamelijk nog `ontalenten' zag verschijnen die hem het gevoel gaven `als schrijver in hun vieze badwater te stappen'. Tijdens de presentatie van zijn nieuwe boek gaf Van der Heijden opnieuw af op zijn vakbroeders. Wat er deze keer speelt wil echter maar niet duidelijk worden.

Uit de verspreide uitlatingen van Adri rijst het beeld op van een ambitieuze beschuldiging die echter nog niet voltooid mag heten en evenveel voeten in de aarde lijkt te hebben als een gemiddelde verhaallijn in Adri's oeuvre. Wel blijkt iemand eens gezegd te hebben dat niet elke metafoor van Adri even geslaagd is. Hierdoor schijnt Adri zich onder meer aangevallen, ondergewaardeerd en eenzaam te voelen. Ondertussen blonk elke recensie van zijn nieuwe boek uit door welwillendheid. De poging van Adri werd gewaardeerd – en dat is wel het minste wat Adri wil. Dat in Het Parool een huisvriend het boek de hemel in prees is voor Adri echter pas echt waardevol. Hij beklaagt zich zelfs over een gebrek aan vriendendiensten. Nu worden Adri's boeken soms in zelfs wel tien afleveringen gerecenseerd. Voor een boek waarmee hij ettelijke geldprijzen in de wacht sleept, krijgt hij van het Fonds voor de Letteren gewoon een aanvullend honorarium van 35.000,- gulden. Kranten publiceren elk persbericht dat zijn pr-machine uit doet gaan. Persoonlijk zeg ik daarop: van harte! Maar Adri wil meer. Hij wil vriendelijke volgelingen onder zijn collega's, opdat er een Nederlandse wereldliteratuur ontstaat. Pardon? Welke wereldliteratuurschrijver is er ooit bij de gratie van een roedel bentgenoten erkend? Tegelijkertijd geeft Adri aan de zenuwen te krijgen van zijn hondstrouwe epigoon Robert Anker. Tja, wat wil Adri dan toch? Hij heeft al lang en breed wereldliteratuur geschreven met zijn Advocaat van de hanen. Dat dit de wereld niet opgevallen is – het zij zo. Maar Adri heeft ook troep geschreven: De Tandeloze Tijd deel 3. Dat de wereld dit niet opgevallen is – ook jammer. Juist voor dit boek kreeg hij namelijk die prijzen, oeverloze juichrecensies en enorme sommen geld. Met die centen kon hij mooi de critici uit lunchen nemen. Om vervolgens zijn vakbroeders te vergasten op laffe leut en lariekoek. Adri doet me een beetje denken aan die verwende moederskindjes die je vroeger bij aanvang van het speelkwartier het schoolplein op zag stormen, helemaal daas geknuffeld door de schoolmeesters: ,,Ik ben aanvoerder, en jullie moeten mij Sjonnie noemen, en we spelen overlopertje!!!'' En dan beteuterd kijken als niet iedereen mee wil spelen. Ik zou willen zeggen: niet lullen maar typen, Adri. Misschien ontstaat er onderweg weer een deeltje wereldliteratuur. En nog een collegiale tip tot slot: niet pochen dat je Ulysses stukgelezen hebt. Tenslotte zijn er miljoenen die een bijbel of koran stukgelezen hebben maar nooit een moment de indruk weten te wekken ook maar iets van die boeken begrepen te hebben.