Nieuws over de dood

Als je als Colombiaan zomaar ergens in Colombia wordt doodgeschoten, doet er niet toe door wie, een rebellengroep, het leger, een groepje gemaskerde paramilitairen, gewoon wat boeven of de boze buurman, is het geen nieuws. Als je daar met gezin en al wordt uitgemoord in je huis eigenlijk ook niet. 's Lands wijs, 's lands eer. Maar als je daar als Amerikaan, als Duitser of als Nederlander wordt doodgeschoten of ontvoerd, ja dat is wereldnieuws. Maar ook daarin is een rangorde. De Amerikaan komt eerst, dan de Duitser, dan de Nederlander. Daarna de Braziliaan en de Indiër. Dat zal in Brazilië of in India niet zo zijn, maar in de verangelsakste wereld wel.

Een ongeluk met een zwaar voertuig trekt altijd de aandacht. Een twintigtal Colombianen die met een bus in een ravijn storten, met beelden: dat komt buiten de grenzen van Colombia. Maar een klein vliegtuigje dat is neergestort in een land met een redelijke televisie-infrastructuur – zelden in Afrika dus – komt, ook al zitten er maar een paar mensen in, wereldwijd op het scherm, ook in Afrika.

In tegenstelling tot een bus kan een vliegtuig tijdens een reis net als iemand op tv door miljoenen mensen worden gezien. Een vliegtuig raakt dus bekend. Er zitten mensen in die, net als wij, welgesteld zijn en zich soms zorgen maken over vliegreizen voor vakantie of werk. Als het neerstort, is de publieke rouw even groot als bij het overlijden van een tv-persoonlijkheid. Bovendien kan een vliegtuig zomaar op een huis neerstorten van iemand met vliegangst die onschuldig tv kijkt en dat spreekt tot de verbeelding. Beelden van autowrakken zijn genoeg in de buurt voorhanden, maar vliegongelukken zijn zo zeldzaam dat de beelden wereldwijd aftrek vinden. Zo zag ik vanmorgen in het Journaal de berging van de helikopter met 23 mensen aan boord die in het Colombiaanse regenwoud was neergestort. Daar hoorde ik van op. Ik had kennelijk iets gemist. Er waren beelden van militairen die met een stoffelijk overschot door een weiland sleepten. Het was weliswaar neergestort in rebellengebied, maar het ongeluk kwam door het slechte weer en dat is een nieuws-minpuntje. Daarna pas zag ik een ingestort huis bij aardbevingen in China waar wie weet wel honderden zijn overleden. Maar ja, daar heerst censuur en een voorkeur voor zingende soldaten.

Nu de zelfgekozen dood. Als je als arts aan een zwaar lijdende patiënt extra morfine toedient voor een zachte dood, die dan wat eerder komt, dan is dat geen nieuws. Dat is gewoon en het gebeurt in de hele wereld. Maar als je een wet gaat opstellen waarin artsen dergelijke ingrepen moeten laten beoordelen door een collega en later moeten melden aan een toetsingscommissie voor euthanasie, dan trekt dat wereldwijde aandacht. Bewust gekozen dood. Documentaires werden wereldwijd uitgezonden. Nederland gidsland. Sommigen vonden het een moordland. Toch zat het taboe niet in de euthanasie, maar in de openlijkheid ervan.

Gisteren onthulde het onderzoeksprogramma Reporter dat Nederlandse artsen euthanasie op zwaar zieken steeds minder melden, terwijl door vergrijzing het aantal patiënten dat er voor in aanmerking komt alleen maar toeneemt. Een opmerkelijk zicht op de verborgen werkelijkheid. Een arts van de Amsterdamse Vrije Universiteit, Peter Huijgens, zei dat het niet zo vaak voorkomt dat een doodzieke patiënt helder genoeg is om zijn wens door te spreken en voor een onafhankelijk arts te herhalen. Patiënten willen wel ,,comfortabel overlijden''. De euthanasiewet, waar zoveel internationale ophef over was, met protesten, bestrijkt slechts een klein deel van de dagelijkse praktijk. Uit een enquête bleek dat dokters een hoge dosis morfine niet als euthanasie zien. Volgens een onderzoek in 1995 zou in 2 procent van de sterfgevallen sprake zijn van eerder overlijden door verdovende middelen, maar volgens Huijgens komt het tien keer zoveel voor. De meerderheid van de gevallen is niet te regelen door een wetgever, vindt hij. Veel artsen vonden de meldingsprocedure ,,bureaucratische rompslomp''. Achter die uitdrukking hoeft geen lamlendigheid schuil te gaan – we weten het niet – maar ongemak om te spreken over kwesties van leven en dood en de eigen rol daarin. Over dat onderwerp wordt in Nederland geen wereldnieuws meer gemaakt.