Nederland doet grenswerker te kort

Nederland lapt Europese spelregels voor werkloze grensarbeiders aan zijn laars, vindt de advocaat-generaal bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Het hof beslist later dit jaar.

Het is prima als u in het buitenland werk gaat zoeken, zei het GAK in Roermond tegen de werkloze grensarbeider, maar dan stoppen we onmiddellijk uw werkloosheidsuitkering.

Foute beslissing, concludeerde advocaat-generaal Christine Stix-Hackl bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg gisteren. Werkloze grensarbeiders moeten hun WW-uitkering tijdelijk kunnen behouden als ze in een ander land van de Europese Unie werk willen zoeken.

Als het Europese Hof, de hoogste rechterlijke instantie in de Europese Unie, de conclusie van Stix-Hackl overneemt, krijgen de Nederlandse regering en de instanties die zich bezighouden met de uitvoering van werkloosheidsuitkeringen een schrobbering wegens schending van Europese regels. Het hof beslist daar later dit jaar over. De uitslag is van belang voor de rechtspositie van grensarbeiders in de Europese Unie. Dat zijn er in totaal ongeveer een half miljoen.

De zaak werd tien jaar geleden aangekaart door Helmar Lorenz, die woonde in Nederland, in St. Odilënberg bij Roermond, en werkte in Duitsland, als medewerker van een Duitse parlementariër in Bonn. De Europese regels schrijven voor dat de `woonstaat' de uitkeringen moet verzorgen van grensarbeiders die (volledig) werkloos worden. Dus kreeg Lorenz zijn WW-uitkering van het GAK in Roermond.

Tot zover niets aan de hand. Maar dat veranderde toen Lorenz vertelde dat hij in Frankrijk een nieuwe baan ging zoeken. Prompt weigerde het GAK zijn WW-uitkering door te betalen. Want, redeneerde het GAK, werkloze grensarbeiders die hun `woonstaat' verlaten om elders naar werk om te zien, moeten voor hun WW-uitkering aankloppen bij de bevoegde instantie in het land waar zij het laatst hebben gewerkt. Dus verwees het GAK Lorenz naar zijn laatste `werkstaat', Duitsland, als hij tenminste zijn WW-uitkering wilde behouden zolang hij in Frankrijk nog geen werk had.

Lorenz vocht die beslissing aan. Hij vond het idioot dat werkloze grensarbeiders anders worden behandeld dan `gewone' werklozen, die hun WW-uitkering wel normaal doorbetaald krijgen (maximaal drie maanden) als ze naar een ander EU-land gaan om werk te zoeken. Maar hij werd tot in hoogste instantie, de Centrale Raad van Beroep in Utrecht, in het ongelijk gesteld.

Daarop diende Lorenz een klacht in bij de Europese Commissie in Brussel. Die vroeg in mei 1998 opheldering aan van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in Den Haag. De Nederlandse regering schaarde zich achter het GAK en de Centrale Raad van Beroep.

De Europese Commissie nam geen genoegen met het Nederlandse antwoord. Volgens de Commissie moeten (volledig) werkloze grensarbeiders hun WW-uitkering in hun `woonstaat' tijdelijk (drie maanden) kunnen houden als zij in een ander EU-land op zoek willen naar werk. Daarom begon de Commissie – het is dan inmiddels augustus 2001 – een zogenoemde inbreukprocedure tegen Nederland bij het Europese Hof van Justitie.

Anderhalf jaar heeft er voor het Luxemburgse hof een schriftelijke en mondelinge strijd gewoed tussen de Commissie en de Nederlandse regering over de juiste interpretatie van de artikelen 69 en 71 van de Europese verordening 1408/71. Die EU-wet gaat over toepassing van socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich verplaatsen binnen de Unie.

Advocaat-generaal Stix-Hackl kwam gisteren tot de slotsom dat noch de bewoordingen van de verordening, noch de eerdere rechtspraak van het hof voldoende duidelijkheid verschaffen. Zowel voor de Brusselse als voor de Nederlandse uitleg valt iets te zeggen, concludeert ze. Maar afgaande op de doelstelling van de verordening pleit volgens haar niets voor de Nederlandse uitleg. Want die brengt migrerende werkloze grensarbeiders in een nadeliger positie ten opzichte van andere werklozen die in het buitenland werk willen zoeken, en dat kan de bedoeling niet zijn.

Daarentegen pleiten eenvoud en rechtszekerheid voor de uitleg van de Commissie, concludeert Stix-Hackl. Zij adviseert het hof dan ook Nederland te veroordelen wegens het niet nakomen van zijn EU-verplichtingen. Hoe het hof uiteindelijk beschikt, maakt voor Helmar Lorenz niet zo veel meer uit. Hij heeft allang ander werk – in Duitsland overigens. Voor hem zit er in het beste geval een bescheiden nabetaling wegens gederfde WW-uitkeringen in.