Kunst en werkelijkheid II

Bas Heijne heeft het over het `nihilisme' van de kraakbeweging begin jaren tachtig (Boeken, 21.1.02). Hij beschrijft `leeftijdsgenoten die nergens meer in geloofden, niet eens meer in de kunst'. Dat is een verbazende constatering. Blijkbaar zat Heijne toen in een andere scene. Immers op andere plaatsen in Amsterdam, nota bene in het net door deze krant verlaten Handelsbladgebouw en – in het nog steeds actieve – W139 in de Warmoesstraat leidde de verbinding tussen kunstenaars en kraakbeweging juist tot een uiterst bruisend kunstleven. In dit zelf gerunde `alternatieve circuit' verzetten kunstenaars zich tegen de lethargie van de Beeldende Kunstenaars Regeling en het ingeslapen galerie- en museumcircuit. Aorta (in het Handelsbladgebouw) W139 en V2 in Den Bosch hadden – wat je nu noemt – een `laboratoriumfunctie' en fungeerden als `broedplaats voor de kunst'. Wijlen Peter Giele, initiator bij Aorta, blijkt bij terugwerkende kracht eigenlijk een groot cultureel entrepreneur te zijn.

Wat Heijne zegt, is wel van toepassing op graffitikunstenaars, die buiten het alternatieve circuit actief waren. Zij belandden later inderdaad vaak in de IT-sector. Niet verwonderlijk. In die tijd exposeerde het Stedelijk Museum de graffitikunst van Keith Haring. Hij maakte toen kennis met zijn Amsterdamse collega-graffiti-kunstenaars en verbaasde zich erover dat zij geregeld met een door hun ouders betaald ticket naar New York vlogen om daar inspiratie op te doen bij de graffiti van hun kansarme leeftijdsgenoten.