Kees van Kooten swingt bij jazzband

Bij `gewone' liedjes moet je eigenlijk al twee keer luisteren om er alles uit te halen wat er in zit: één keer voor de tekst en één keer voor de muziek. Bij de combinatie jazz en literatuur is dat zeker het geval aangezien je te maken hebt met twee autonome kunstvormen die het ook alleen afkunnen en allebei de voorgrond opeisen. Toch is er een lange samenwerkingsgeschiedenis, van de met boppers optredende beat-dichters tot een dadaïstische klankdichter met band als Jaap Blonk. Soms lukt die kruisbestuiving en levert ze een meerwaarde op, maar vaker zitten muziek en tekst elkaar in de weg. Die wetenschap heeft gitarist Corrie van Binsbergen er niet van weerhouden om een maand lang iedere week met een andere schrijver het BIMhuis-podium te betreden.

Woensdag sloot Corrie van Binsbergen haar literaire reeks af met de klapper Kees van Kooten. En hoewel hij meer performer is dan zijn voorgangers Remco Campert, Manon Uphoff en Toon Tellegen ontkwam ook dit concert niet aan de valkuilen inherent aan de jazz-literaire tandem. Zo kwam de band soms niet verder dan een sfeer verhogende soundtrack, een muzikaal plaatje bij een praatje. Andere keren echter verdrukten de muzikanten het verhaal; dan had Van Kooten moeite om boven de tenorsax of aanzwellende violen uit te komen. En een heel enkele keer zat de tekst in een te krap jasje, liep het verhaal nog door maar was de muziek op.

Maar vaker werkte het wel. En dat is in eerste instantie de grote verdienste van Van Kooten. Die wist zijn tekst om te vormen tot melodie, zijn stem tot instrument. Hij articuleerde ritmisch en swingend, bracht zijn proza als een solo met spannende pauzes en emotionele uithalen. Vooral als de cabaretier Van Kooten even tevoorschijn kwam – in een met rare stemmetjes verteld verhaal over het PTT-informatienummer (,,zo'n mevrouw in een iglo van encyclopedieën'') of de steeds kwaaiere monoloog over de noodzaak van het kapot gooien van servies – sprong de vonk over. En dan was er ook nog genoeg improvisatiereserve over om tussendoor actuele grappen te maken over Balkenende (,,net een Playmobil-popje''), Bush (,,dat arrogante cowboyloopje'') en Hammerstein en Spong (,,twee net iets te dikke foxterriërs met een groot bot'').

Maar ook muzikaal waren er geïnspireerde momenten, vooral na de pauze. Een relaas over bejaarden in de supermarkt, ,,één groot winkelend ballet op wieltjes'', kreeg een schitterend onnadrukkelijk dansante omkleding. En de sentimentele country met weemoedig jankende steelguitar dreef de ironie van Van Kootens krokodillentranenstuk over Pim Fortuyn tot het uiterste. Op die momenten was er balans tussen jazz en literatuur en hoefde je niet eens na te denken of je je nou moest concentreren op woorden of noten. Het was alsof die twee luisterbeurten tegelijkertijd plaatsvonden.

Concert: Corrie van Binsbergen & Kees van Kooten. Gehoord: 26/2 in BIMhuis, Amsterdam.