Kanonnen op de kasseien

Jacques Tardi staat al jaren eenzaam aan de top op het gebied van de zwart-witstrip. Soms maakt hij een frivool uitstapje naar kleur (zoals met zijn vorige boek De Verloedering), maar uit zijn nieuwste serie De stem van het volk blijkt weer eens dat hij dat eigenlijk niet zou moeten doen en keert hij op meesterlijke wijze terug naar de puurste grafische vorm waar striptekenaars over beschikken en bovendien ook weer terug naar het Parijs uit de negentiende eeuw.

De Stem van het volk speelt zich af in 1871. De Pruisen zijn afgeslagen door het volk dat de macht in Parijs heeft overgenomen. De oude machthebbers proberen de touwtjes weer in handen te krijgen, maar vooralsnog beschikken de opstandelingen nog over de kanonnen waarmee de Pruisen werden tegengehouden. Het zelfbestuur van de Commune is op zijn zachtst gezegd rommelig georganiseerd en er heerst anarchie in de stad. Aan wiens zijde staan politie en leger? Dat moet telkens weer worden uitgevochten in schreeuwerige confrontaties tussen een volksmeute en zenuwachtige soldaten, die liever niet op de Parijse bewoners schieten.

Tegen die achtergrond spint Tardi zijn op het boek van Vautrin gebaseerde web van intriges, zoals hij dat ook al deed in de klassieke serie Isabella Avondrood. Het eerste deel opent met een lijk van een jonge vrouw dat is aangespoeld op de kades van de Seine. In deze eerste pagina's zet Tardi kordaat een aantal verhaallijnen uit. De vermoorde vrouw blijkt een glazen oog in haar hand te hebben. Die aanwijzing brengt de speurders op het pad van de Bende van het glazen oog, een club criminelen die veel macht heeft in de stad. Tegelijkertijd wordt hoofdpersoon Horace Grondin geïntroduceerd.

Grondin werkt als spion voor de Versaillisten en gedurende het eerste deel volgen we hem. Hij werkt aan zijn spionagemissie, maar ondertussen is hij ook op zoek naar degene die ervoor zorgde dat hij in een vorig, voor iedereen onbekend leven, jarenlang onterecht zat opgesloten voor de moord op zijn dochter. Hij ontdekt door zijn contacten met een aantal bendeleden die hij nog kent uit zijn gevangenistijd, dat de echte dader, Tarpagnan, zich in de stad bevindt en dienst doet als officier.

In het tweede deel speelt Tarpagnan, die is overgelopen naar de Communards, de hoofdrol. Hij is verliefd op Gabriella la Pucci, het liefje van de baas van de Bende van het glazen oog en moet dat bijna met zijn leven bekopen. Hij zoekt de hele stad af naar Gabriella, maar zij is door haar jaloerse vriend goed verstopt in een bordeel. Via zijn omzwervingen door hoerenkasten, riolen, kroegen en andere ongure plaatsen toont Tardi ons een fascinerend beeld van Parijs op drift. De Communards verliezen langzamerhand terrein aan de Versaillisten, ook al is vrijwel de gehele Parijse bevolking in opstand.

Tardi smeedt de door de schrijver Vautrin geleverde scenario-ingrediënten op bewonderenswaardige wijze aan elkaar. Ondanks de stortvloed aan personages en zijwegen, blijft de stuwende verhaallijn helder. Terwijl één personage de onbetwiste hoofdpersoon is, wordt er af en toe overgeschakeld op de belevenissen van anderen. Dat leidt echter nergens af; het geeft het verhaal juist extra spanning en vaart. In de net zo complexe serie Isabella Avondrood wilde het nog wel eens rommelig worden en moest er af en toe worden teruggebladerd om te ontdekken wie wie ook alweer was, in De stem van het volk is dat niet nodig.

De organische manier waarop het verhaal zich ontwikkelt, toont zich ook in het tekenwerk. Tardi's stijl balanceert tussen karikatuur en realisme. De uitvoerig gedocumenteerde omgeving, de gebouwen en de sneeuw die uit de nachtelijke hemel neerdwarrelt op de modderige kasseien van Parijs, combineert hij met grof getekende, expressieve gezichten van lelijke mensen. Met name in de panoramascènes – die goed tot hun recht komen door het oblongformaat – waarin een massa kwade Parijzenaars naar de kanonnen marcheert om die te beschermen tegen het leger, of wanneer het volk de keizerlijke zuil op de Place Vendôme neerhaalt, krijg je het gevoel dat niemand dit beter had kunnen tekenen.

Vautrin vertelt in het voorwoord dat hij altijd al wilde dat zijn boek van beelden zou worden voorzien: `Ik wilde de lezer meenemen in de doolhof van de straten van 18 maart 1871 en hem laten ronddolen door een Parijs dat geheimzinnig was als dat van Victor Hugo, sociaal als dat van Eugène Sue en overvol als het Londen van Dickens. (...) Toen Tardi tekende, begreep ik dat het weer kersentijd was. En ik wist dat mijn tekst zijn Daumier had gevonden.' Het enthousiasme van Vautrin is begrijpelijk, want in De stem van het volk lijken tekst en beeld voor elkaar te zijn gemaakt.

Jacques Tardi en Jean Vautrin: De stem van het volk 1, De kanonnen van 18 maart. De stem van het volk 2, De vermoorde hoop. Casterman, 80 blz. €19,50