Irak is nu minst gevaarlijke `schurkenstaat'

Het is niet uitgesloten dat straks een oorlog uitbreekt omdat Irak over raketten beschikt die enkele tientallen kilometers verder reiken dan is toegestaan. Op zoek naar verboden wapens hebben de inspecteurs tenslotte een overtreding geregistreerd die moet aantonen dat het regime van Saddam Hussein resoluties van de VN-Veiligheidsraad schendt. Saddam heeft inmiddels aangeboden met de inspecteurs te overleggen, maar president Bush heeft al laten weten dat zelfs vernietiging van die raketten voor hem niet meer voldoende is.

Het gaat om raketten die verondersteld worden massavernietigingswapens naar hun doel te kunnen brengen. Dat zijn wapens in de categorieën nucleair, chemisch en biologisch (atoombom, gifgas en ziekteverwekkers). Vele landen beschikken over deze wapens dan wel over de middelen en kennis om ze te vervaardigen. Gifgas bijvoorbeeld is ruimschoots gebruikt op de slagvelden van Vlaanderen tijdens de Eerste Wereldoorlog, vervolgens in Irak tegen de Koerdenopstand en in de eerste Golfoorlog tussen Irak en Iran. Terroristische aanslagen met gifgas hadden plaats in Japan en Zuid-Korea. Amerika wierp atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. De anthraxbrieven waren een primitieve poging tot biologische oorlogvoering. Ten slotte hebben de aanslagen van 11 september 2001 aangetoond dat ook zonder dergelijke wapens massale vernietiging van mensen en gebouwen mogelijk is. (Iets wat ook al gedurende de Tweede Wereldoorlog, in Korea en in Indo-China was bewezen).

Hoe Irak aan zijn arsenalen is gekomen, is een verhaal dat vooral bewijst hoe eenvoudig internationale verboden kunnen worden omzeild als leveranciers, bedrijven en toeziende overheden, met het oog op politiek en commercieel gewin nonchalant dan wel kwaadwillend opereren. Vaak is als excuus aangevoerd dat geleverde goederen een dubbele toepassingsmogelijkheid hadden. Maar toen landen bindende afspraken maakten om productie, bezit en spreiding van massavernietigingswapens uit te sluiten, was dat allemaal bekend.

In zijn memoires beschrijft George Shultz, minister van Buitenlandse Zaken in de regering van president Reagan, hoe hij er bij de Bondsrepubliek vergeefs op aandrong de export van riskante goederen beter onder controle te krijgen. Overigens kreeg hij daarvoor in eigen kring evenmin de handen op elkaar.

Als het probleem van de spreiding van masssavernietigingswapens nagenoeg alle landen in de wereld omvat, waarom is Irak uitverkoren om als zondebok dienst te doen? De vele antwoorden die op die vraag zijn gegeven, hebben geen helderheid gebracht. Bijvoorbeeld: chemische en biologische wapens zijn verboden, maar er bestaat geen wereldwijde inspectie zoals in Irak toegepast om op naleving van die verboden toe te zien. Ter verklaring van die inconsequentie wordt erop gewezen dat Irak deze wapens heeft gebruikt. Maar dat deed het nu juist niet in de tweede Golfoorlog, die leidde tot de sancties en inspecties waaraan het land tot op heden wordt onderworpen. Toen Saddam gifgas tegen zijn vijanden aanwendde, zweeg de wereld.

Met kernwapens ligt het nog ingewikkelder. In Foreign Affairs van maart/april beschrijft George Perkovich, verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace, hoe er drie categorieën staten zijn ontstaan. Er zijn vijf landen waarin ze tijdelijk wettig zijn, drie waarin ze niet onwettig zijn en alle andere landen waarin ze in wezen verboden zijn. Perkovich noemt dit ,,een ingewikkelde en inconsistente regeling die ons een unieke reeks dilemma's voorschotelt''. Het belangrijkste dilemma is wel dat de eerstgenoemde vijf landen, Amerika, Rusland, China, Engeland en Frankrijk, geen aanstalten maken om hun verplichtingen voortvloeiende uit artikel IV van het non-proliferatieverdrag na te komen: namelijk hun nucleaire arsenalen volledig te elimineren. Het volgende dilemma is dat Israël, India en Pakistan het NPV niet hebben ondertekend en inmiddels over kernwapens beschikken (Israël heeft dat nooit erkend). Hoewel deze landen formeel geen verdragsschending kan worden aangewreven, hebben zij wel tegen de geest van het verdrag gehandeld. Reden waarom de VS tegen India en Pakistan sancties afkondigden – die intussen wegens medewerking van beide landen aan de `war on terror' zijn opgeschort.

Irak kan worden verweten dat Bagdad het NPV heeft ondertekend, en het vervolgens heeft ontdoken. In de jaren negentig ontdekten VN-inspecteurs dat Irak ver was gevorderd met een project voor nucleaire oorlogvoering onder de dekmantel van vreedzame toepassing van kernenergie. Dat project is toen ontmanteld. Na de hervatting van de inspectie eind vorig jaar is niet gebleken dat dit project sinds 1998 weer is opgestart of dat daartoe pogingen zijn ondernomen. Bovendien, Irak is waarschijnlijk niet de enige ontduiker (geweest). Noord-Korea stuurde onlangs de internationale inspecteurs van het Internationale Bureau voor Atoomenergie, dat op de naleving van het NPV toeziet, het land uit. In 1994 had het daarmee al eens gedreigd, wat tot nieuwe afspraken met de VS leidde. Althans Washington verdenkt Iran ervan een geheim atoomproject te hebben gestart. Al vele malen heeft de Amerikaanse regering het Kremlin gewaarschuwd geen leveranties meer te doen die voor dit project zouden worden gebruikt.

Het probleem van de proliferatie, van de spreiding van massavernietigingswapens naar een toenemend aantal landen, is een wereldwijd probleem, zowel met het oog op staten die deze wapens koste wat kost willen verwerven als gezien de landen die de vrije markt zo min mogelijk willen belasten met verboden en regels of bereid zijn de regels te buigen. Irak is van de zogenoemde schurkenstaten (`rogue states') nu waarschijnlijk het minst riskante geval en zou op een schaal van nul tot tien onder de vijf moeten worden geplaatst. (Dat geldt intussen niet voor een Irak dat geheel vrij zou worden gelaten, ook niet een Irak onder een ander regime).

Zolang, meent Perkovich, de vijf erkende kernwapenlanden als een `role model' functioneren en het voortbestaan van hun arsenalen verdedigen met een beroep op hun eigen veiligheid, valt andere landen moeilijk te verwijten dat zij dit voorbeeld willen volgen. Het is een keuze tussen de `rule of power' en de `rule of law'. Die keuze staat nog open. Met of zonder oorlog tegen Irak dient een nieuw begin te worden gemaakt met het wereldwijd tegengaan van de spreiding van massavernietigingswapen anders dan door invasies. Sinds het NPV in 1968 het licht zag is ervaring opgedaan en zijn lessen geleerd.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.