Het geluk dringt

SAÕ PAULO. Voor het Museu de Arte Sacra verkoopt een oude vrouw, een non misschien, beeldjes van heiligen, aanstekerhouders met engelen erop en afbeeldingen van de oprichter van het nabijgelegen klooster, een monnik met goedgekapte haren en een intens tevreden uitdrukking op zijn gezicht.

Nooit te beroerd iets te kopen wat ik niet nodig heb, schaf ik een plaatje van de monnik aan. Het wordt geleverd met een kleine zak waarin zich gekleurde en zorgvuldig opgevouwen papiertjes bevinden. Nadere inspectie leert dat binnen in die papiertjes drie opgerolde stukjes perkament zitten, niet veel groter dan een halve rijstkorrel, met daarop, beter gezegd daarin, tekst die voor altijd onleesbaar zal zijn.

In de kapel zitten twee mensen geknield voor het graf van de monnik, verzonken in gebed. Vergeleken met buiten is het er aangenaam koel. Ik vermoed dat de kleuren van de papieren die ik heb gekregen codes zijn voor verschillende soorten geluk dat dringend moet worden afgedwongen. Hier ligt de heilige begraven, hier zal ik de papiertjes tussen de stenen moeten verstoppen.

Leven is een irrationele bezigheid, vandaar ook dat alle pogingen dat leven rationeel te verklaren tot mislukken gedoemd zijn.

Met ieder nieuw mens, met iedere minuut dat de mensen die al bestaan doorgaan met leven, wordt de totale hoeveelheid lijden vergroot. Het is duidelijk dat geluk niet in dit leven te vinden is, maar erbuiten, in de afwezigheid van leven. Het streven naar geluk is een absurd streven. Wie beweert dat geluk te zoeken en doorgaat met leven bedriegt zichzelf.

Ik neem plaats op een bank en zet mijn zonnebril af. Mijn vriendin is nog bezig buiten engelen aan te schaffen, die verzamelt ze. De verkoopsters van parafernalia hebben een goede dag.

In een plastic zak zit mijn nieuwe boek dat ik van plan ben in de dierentuin te corrigeren. In Saõ Paulo heb ik de dierentuin ontdekt. Bijna iedere dag nemen we de taxi en bekijken giraffes, olifanten, neushoorns, bizons. De dierentuin van Saõ Paulo is groot en leeg. Er zijn geen bedelaars, wel veel personeel en verkopers van goederen die niemand aanschaft. IJs, educatieve video's, T-shirts.

,,Kijk'', zegt mijn vriendin, ,,ik heb een aanstekerhouder voor je verloofde gekocht. Die rookt toch?''

,,Jawel'', zeg ik, ,,die rookt.''

,,Dan kun je haar vuur geven uit een goudkleurige aansteker met engelen erop, dat zal ze leuk vinden.''

Ze schuift naast me in de bank. Voor ons zijn nog altijd twee mensen bezig met knielen. Ze lijken de wereld te zijn vergeten. Als extase bestaat zal het dit wel zijn.

,,Is het niet een beetje raar dat jij cadeautjes voor mijn verloofde aanschaft? Dat hoor ik toch te doen?''

,,Maar je doet het niet.''

Ik ben een principieel uitbuiter, een bewuste uitbuiter ben ik. Miljoenen mensen worden uitgebuit, dat valt niet te ontkennen. Maar zouden die mensen beter af zijn als ze niet zouden worden uitgebuit? Volgens mij zouden ze dan nog miserabeler, nog ongelukkiger, nog armer zijn. Een beetje humaan uitbuiten, daar doe je de mensen een groot plezier mee.

,,Ik blijf het raar vinden'', zeg ik, ,,dat jij voor mijn verloofde een cadeau koopt. Het is maar goed dat ze het niet weet''.

We nemen de taxi naar de dierentuin. De chauffeur wacht met plezier op ons. Hij heeft toch niets te doen. Drie, vier uur, allemaal bij de prijs inbegrepen. Ik kan aardig schrijven, maar minstens zoveel talent heb ik voor kolonialisme.

Hoe langer ik in Saõ Paulo ben, hoe mooier de dieren worden. Ze hoeven niets te doen, ze zijn toch mooi. Neushoorns bijvoorbeeld, bewegen doen ze nauwelijks, maar prachtig.

Het neokolonialisme is een uitgestrekte en immense wereld. Je kunt er tegen zijn, maar dan moet je je eigen samenleving ontmantelen. Het is het een of het ander.

De giraffes, het zijn er drie inclusief een kleintje, blijken mijn beste vrienden.

Na de pest in Europa volgde een periode van voorspoed, de Renaissance. Ik wil het voor niemand vergallen, maar mijn voorspelling is: na de pest uit de twintigste eeuw volgt meer pest. De afschrikwekkende werking van de pest uit die eeuw verliest met rasse schreden aan kracht. Zolang de pest je voordeur nog niet heeft bereikt zou ik het ervan nemen.

Op televisie zie ik hoe sommige mensen in New York stevig plakband kopen om hun ramen mee af te plakken voor noodgevallen. Het absurdisme beleeft hoogtijdagen.

Tijdens het eten in een populair Libanees restaurant, ze serveren er falafel, gaat mijn telefoon. Een stem spreekt tot mij in het Spaans. Ik zeg tegen mijn vriendin: ,,Volgens mij is het voor jou.''

Het is haar verloofde. Ze verlaat het restaurant en spreekt een uur met hem.

Dan blijkt dat hij haar zo mist dat hij met spoedige zelfmoord dreigt.

Dat moet ik weer hebben.

Het drama achtervolgt mij, waarom kunnen mensen niet begrijpen dat ook liefde uitbuiten is en uitgebuit worden. Als het om liefde gaat ben ik een ouderwetse marxist.

,,Waarom moet dit op mijn mobiele telefoon?'' vraag ik. ,,Dit kost me een vermogen, bestaat er dan geen fatsoen meer?''

Een gemotoriseerde bende doet een poging onze taxi te overvallen, maar de overval mislukt omdat de chauffeur tijdig de ramen sluit en gas geeft. Mij was niets opgevallen. Ik dacht dat het om jongelui ging die bezig waren zich uit te sloven.

De economie beweegt zich cyclisch voort. Op het moment dat de economie, dat monster, zich neerwaarts beweegt, krijgen we last van overproductie. Voorraden waarop niemand zit te wachten en die ieder jaar maar groeien. De overproductie van wapens kan worden bestreden door ze voor een habbekrats aan kinderen te verkopen.

Overbevolking zou je ook overproductie kunnen noemen. Om de concurrentie voor te zijn blijft de mens zich maar voortplanten. Seks zonder voorbehoedsmiddelen is voortzetting van de oorlog met andere middelen.

Midden in de stad bevindt zich een prachtig, naar het zich laat aanzien net gerenoveerd museum. Met een al even mooie beeldentuin.

,,Mensen moeten niet dreigen met zelfmoord'', zeg ik in de beeldentuin.

Ik zoek naar kinderen met wapens die hier ruim vertegenwoordigd schijnen te zijn, maar ik zie ze nergens.

Het aantal moorden per duizend bewoners in Saõ Paulo is zeer hoog, maar de sfeer op straat vind ik vriendelijk. Het erotische, merk ik, zit in de beweging, meer nog dan in het uiterlijk.

In de beeldentuin wemelt het van mannen alleen die merkwaardige rondjes om de beelden wandelen. Aan het andere eind van de beeldentuin bevinden zich vrouwen alleen, met plastic zakjes.

De conclusie kost me een kleine vijf minuten. De beeldentuin is een openluchtbordeel.

Men neemt hier de verspreiding van cultuur tenminste serieus, en de mensen die uitsluitend voor de beelden komen, worden er allerminst door gestoord. Het is veruit het beschaafdste openluchtbordeel dat ik tot nu toe heb gezien. Ik vraag me af wat er in die plastic zakjes zit. Waarschijnlijk hun huis. In een warm land is een plastic zak huis genoeg.

Werkelijk goede seks, beweert men, doet je vergeten dat je bestaat.

,,We moeten lakens kopen'', zegt mijn vriendin. ,,Ze hebben hier ontzettend zachte lakens. Dan kun je die meenemen naar New York.''

ABN-Amro is groot in Saõ Paulo, op iedere straathoek lacht het logo van de bank me vriendelijk toe.

De lakens worden gekocht in de Rua Augusta die 's avonds ook al schijnt te veranderen in een openluchtbordeel. De overproductie neemt gigantische vormen aan. Er valt nauwelijks tegenop te consumeren, hoe patriottisch je ook bent ingesteld. Maar ik doe mijn best.

In een Japans restaurant worden wij herkend door een ober die ons al eerder had bediend, hij smeert ons een maaltijd voor zes personen aan. In het Portugees natuurlijk, maar met ongekende charme en energie.

Geld kan waardeloos worden, aandelen kunnen waardeloos worden, zelfs zilver kan waardeloos worden, maar dan is er nog altijd het vlees, en het mes.

    • Arnon Grunberg