Happy meal

Met veel interesse heb ik uw stuk over de eetgewoonten en gezondheidsproblemen van de Amerikaanse bevolking gelezen (`Het laatste Happy Meal', Boeken, 7.02.03). Zelf heb ik met man en drie kinderen vier jaar doorgebracht als expat in de Verenigde Staten.

Het probleem begint al bij de mensen zelf, die niet eens kunnen koken. Men warmt wat op of haalt wat. Een ieder verbaasde zich over mijn kookkunst die voor Nederlandse begrippen absoluut normaal is.

Helaas bevatten veel als gezond aangeschreven voedingsmiddelen daar ook slechte middelen. Zoals veel suiker in gewoon bruin brood en ook te veel zout. Verder is het vlees verpakt in eenheden van minstens een kilo, dus heb je altijd te veel.

Dan spelen de kinderartsen ook nog een grote rol. Mij werd aangeraden toen mijn jongste een jaar was haar minstens vijf keer per dag eten te geven. Te beginnen met zoete cornflakes. Als tussendoortje een stuk fruit, maar dan wel met cottage cheese en crackers of appel met pindakaas! Voor de lunch werd aangeraden: chicken nugguts, een corn dog (een knakworst op een stokje en dan gefrituurd). Zelfs een zakje chips wordt als een gezonde lunch omschreven. Natuurlijk om 16.00 uur even slapen en dan weer een snack in de vorm van zoute crackers of iets dergelijks. 's Avonds op naar de taco bell, een pizza of zoiets.

Alle kinderen blijven over op school, wat prima georganiseerd is, daar kunnen wij weer wat van leren. Maar ook daar bevat het middageten veel vet. Ze bieden de kinderen wel fruit en salade aan, maar wat kiest een kind? Druiven of een chicken nugget? Het antwoord ligt voor de hand.

Als men echt het overgewichtprobleem aan wil pakken, moet men beginnen bij de kinderartsen, die veel betere voorlichting moeten geven. Op school natuurlijk een heel gewoon broodtrommelje mee met twee bruine boterhammen en melk. Kooklessen voor de kinderen, zodat ze tenminste weten hoe je iets lekkers én gezonds klaar kunnen maken en niet alleen een hamburger op de barbecue. De industrie maakt het de mens heel moeilijk maar je bent er altijd nog zelf bij. Zolang mensen blijven kopen, blijft de industrie produceren.

    • Barbara Paanakker