Elf jaar cel voor Servische Plavšic

Biljana Plavšic, ex-president van de Servische Republiek in Bosnië, is gisteren door de rechters van het Joegoslavië-tribunaal veroordeeld tot een gevangenisstraf van elf jaar wegens vervolging van Bosnische moslims en Kroaten. Plavšic is tot nu toe de belangrijkste politicus die door het VN-hof is veroordeeld.

Volgens rechter Richard May gaf Plavšic (mede) leiding aan een ,,criminele organisatie'' en moedigde ze paramilitaire groepen aan om deel te nemen aan de etnische zuiveringen in Bosnië. Ze speelde, volgens May, een ondergeschikte rol in de planning van de misdaden.

Openbaar aanklager Carla Del Ponte had een gevangenisstraf van 15 tot 25 jaar geëist tegen de 72-jarige Plavšic. Plavšic' advocaat Robert Pavich vond, rekening houdend met de leeftijd van zijn cliënt, een straf van acht jaar het maximum. In een reactie zegt de woordvoeder van Del Ponte ,,tevreden'' te zijn met het vonnis en ,,hoopt dat het een voorbeeld mag zijn voor anderen om schuld te bekennen en mee te helpen aan het proces van verzoening op de Balkan''. Bij het opleggen van de straf heeft het VN-hof, zei May, rekening gehouden met Plavšic' leeftijd, met het feit dat ze zich vrijwillig heeft gemeld en met haar schuldbekentenis.

Strafrechtsdeskundigen binnen en buiten het tribunaal zijn verbaasd over de relatief lage strafmaat. Strafrechtexpert Judith Armatta, van de Coalition for International Justice, vindt dat er meer consistentie moet komen in de straffen die het VN-hof oplegt. ,,We signaleren wel erg grote verschillen die moeilijk te verklaren zijn.''

In januari 2001 meldde Plavšic zich vrijwillig bij het Joegoslavië-tribunaal. Volgens de aanklacht is ze individueel verantwoordelijk voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Plavsic zei eerst nog dat ze onschuldig was, maar vorig jaar oktober bekende ze schuld aan etnische vervolging, een misdaad tegen de menselijkheid. In ruil voor die bekentenis op één punt lieten de aanklagers alle overige onderdelen van de aanklacht, waaronder genocide, vallen.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft het VN-hof er ook rekening mee gehouden dat Plavšic na het vredesakkoord van Dayton, dat eind 1995 een eind maakte aan de oorlog, loyaal met de internationale gemeenschap heeft samengewerkt bij de uitvoering van het vredesakkoord. May citeerde Plavšic' oproep aan andere leiders ,,om naar voren te treden en de waarheid te vertellen''.