Elektra als een afwachtend roofdier

Als een beest is ze vaak voorgesteld, de Griekse koningsdochter Elektra uit de gelijknamige tragedie van Sophocles (414 v. Chr.). In toneel en opera heb ik haar talloze keren gezien als een van bloeddorst vervuld dierlijk wezen, gewapend met een bijl, dat haar moeder Klytaimnestra wil wreken omdat deze Elektra's vader vermoordde met behulp van een nieuwe minnaar, de nogal sukkelachtige Aigisthos. De vader heet Agamemnon, en alleen die naam zou elke Trojaan die verstrikt is geraakt in de eeuwigdurende Grieks-Trojaanse oorlog moeten doen sidderen. Maar niet Klytaimnestra en Aigisthos; zij doden de Griekse vorst koelbloedig.

De kern van Elektra is helemaal niet de wraak van de titelheldin, maar het wachten. Zij wacht op de terugkeer van haar broer Orestes, die als klein kind moest vluchten ten tijde van de moord en die nu vijftien jaar ouder is. Een volwassen man inmiddels. In de regie van Peter Sonneveld, gemaakt voor het Productiehuis Rotterdam, is Elektra een berekenende, koele vrouw. Als een spin in het web wacht ze geduldig haar kansen af. Ze krijst niet, maakt geen misbaar. Zij beredeneert en, als het even kan, haalt ze met haar stem uit als een mes. Gelukkig dat Sonneveld de vertaling van Pé Hawinkels gebruikt, die lang niet te horen is geweest. Marike van Weelden in de titelrol is geen geëmotioneerde vrouw naar uiterlijk, wel naar innerlijk. Ze gaat gekleed in een lange stijlvolle jurk. Haar loshangende haren geven haar iets heksachtigs. Haar hart staat in vlam. De beide actrices tegenover haar, Martine Crefcoeur als Klytaimnestra en Caroline Almekinders in de rol van haar zus, tonen evenzeer die beheerste rust.

Een van de meest legendarische voorstellingen van Elektra deed Peter Stein bij het Berlijnse gezelschap Theater am Halleschen Ufer. En hier te lande Ton Lutz met Anne-Wil Blankers in de titelrol. Dat waren beide heftige uitvoeringen. Blankers droeg zwarte vodden.

Het is knap van Sonneveld en zijn actrices dat hij van de tragedie een roofdierachtig spel maakt. Wachten – en pas als de prooi weerloos is toeslaan. Het decor bestaat uit perspectivisch neergelegde keien, die een Griekse ruïne symboliseren. Aan beide zijden hangen witte doeken, fraai uitgelicht alsof een helwitte zon over het speelvlak schijnt. Orestes (Jeroen Spitzeberger) weet prachtig de spanning op te bouwen; eerst treedt hij aan en zegt dat hij dood is. Als hij daarop terugkeert en het intense verdriet van zijn zus Elektra waarneemt, dan geeft hij de ware toedracht prijs.

De kostumering van alle personages is tijdloos. Klytaimnestra draagt een koninginnenjurk, ze wil haar waardigheid koste wat kost behouden. De moord op haar door Orestes is nauwelijks zichtbaar. In volmaakte stilering, gedragen door de tekst, valt zij dood neer aan zijn voeten. Dank zij de transparantie van deze regie besef je als toeschouwer hoezeer Elektra maatgevend is geweest voor Shakespeare met zijn Macbeth of zelfs Beckett met Wachten op Godot. De essentie van het drama is niet de handeling, dus de wrekende moord op Klytaimnestra. Nee, het is het afwachten van het juiste moment en de wanhoop die dat wachten met zich meebrengt. Zo strak, zo zuiver en geladen met een flitsende berekening heb ik Elektra nooit eerder gezien.

Voorstelling: Elektra van Sophocles door Productiehuis Rotterdam. Regie: Peter Sonneveld. Gezien: 27/2 Schouwburg Rotterdam. Te zien t/m 22/3 aldaar. Inl.: 010 - 404 41 11; website: www.schouwburg.nl.